Tot 1991 maaide het leger dit terrein regelmatig om brandgevaar in het munitiedepot te voorkomen. Dit had een positieve invloed op de ontwikkeling van heide en soortenrijke graslanden. Je vindt er drie soorten heide: rode dopheide, gewone dopheide en struikheide. De rode dopheide is de meest zeldzame van de drie. Vloethemveld herbergt van deze soort de grootste populatie van Vlaanderen.
Enkele opmerkelijke bewoners van Vloethemveld zijn de gevlekte orchis, moeraswolfsklauw, draadgentiaan en het vleesetende plantje zonnedauw. De dagvlinder het groentje doet het hier ook heel goed. De rupsen van deze vlindersoort leven van heide. Rond de kleine venachtige blusvijvertjes gonst het van de libellen en juffers, die op hun beurt op het menu staan van de boomvalk. In de herfst verandert het Vloethemveld in een paddenstoelenparadijs. Van de vele honderden soorten zijn er tientallen typisch voor de overvloedig aanwezige overgangen tussen bos en heide. De wielewaal, kleine bonte specht en wespendief houden hier stand.
Het militaire gebruik veranderde na 1991 waardoor het maaibeheer van het leger werd stopgezet. Het gevolg bleef niet uit: stilaan geraakten de heide en graslanden overwoekerd door struiken en jonge boompjes. In samenwerking met het leger neemt het ANB de touwtjes in handen. Met het LIFE-project DANAH werd er werk gemaakt van natuurherstel van de kwetsbare heide op het militaire domein. Plaggen vormde een belangrijke fase in dit herstel. De bovenste voedselrijke bodemlaag werd weg geschraapt om zo de zaden van oude vegetaties weer de kans te geven om te ontkiemen. Een maaibeheer van bermen, brandgangen en de heide stimuleert het herstel van soortenrijke graslanden en heide. In het zuidelijk deel van het voormalige munitiedepot grazen geiten en schapen. Deze grazers hebben op langere termijn een gunstige invloed op de heideontwikkeling.
terug