U bent hier: 
  • Home
  • De natuur in!
  • West-Vlaanderen
  • Vrijbos in Houthulst
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Vrijbos in Houthulst

Het Vrijbos in Houthulst is zo’n 350 hectare groot en behoort tot de grotere boscomplexen in West-Vlaanderen. Het gebied bestaat uit een publiekstoegankelijk domeinbos en een afgesloten militair domein. Het domeinbos bestaat uit drie afzonderlijke bosgebieden: het Vrijbos (67 hectare), het aangrenzende Eenzaamheidsbos (14 hectare) en het afgelegen Pottebos (30 hectare).

Het domeinbos is eigendom van en wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos.

Ons contacteren

Agentschap voor Natuur en Bos
Jacob van Maerlantgebouw
Koning Albert I-laan 1/2 bus 74
8200 Brugge (Sint-Michiels)
Telefoon: 050 24 77 40
Fax: 050 24 77 45
wvl.anb@vlaanderen.be

Fauna en flora / geschiedenis

Het Vrijbos heeft enkele waardevolle bestanden. De belangrijkste boomsoort in het Vrijbos is de zomereik. Daarnaast vind je er ook veel beuk, grove den, Corsicaanse den, Noorse esdoorn, gewone esdoorn, zachte berk, ruwe berk, douglasspar, tamme kastanje, Amerikaanse eik en Europese lork. Het domeinbos bestaat voor 80% uit loofhout en voor 20 % uit naaldhout. De meeste bomen in het domeinbos zijn nu tussen 81 en 100 jaar oud.

Typische bosplanten kun je er zoeken langs onverharde dreven of bosbeekjes. In het voorjaar word je er verrast door de voorjaarsbloei van witte klaverzuring, daslook, fraai hertshooi en gewone salomonszegel.

Aan de Vossedreef, tussen het domeinbos en het militair domein, vind je waardevolle bermen met heiderelicten, zoals liggende vleugeltjesbloem en tweenervige zegge. Ook de gevlekte orchis is er te bewonderen.

Het bos krioelt ook van het dierenleven. Enkele specifieke bossoorten zijn de boomklever, Vlaamse gaai, groene specht, grote en kleine bonte specht. Typische roofvogels zijn de boomvalk, bosuil, sperwer en wespendief. De wielewaal en zomertortel zijn zeldzame bewoners van het Vrijbos.

’s Morgens heel vroeg of bij valavond komen de reeën uit hun dekking. Ook vleermuizen worden actief als het donker is. In het bos jagen –onhoorbaar – de laatvlieger, grootoorvleermuis en rosse vleermuis. Voor die vleermuizen zijn dreven, open plekken en dikke holle bomen heel belangrijk.

Bij het bosbeheer krijgen de inheemse loofhoutsoorten zoals zomereik, beuk, gewone es en zwarte els de voorkeur. Dunningen en open plekken verhogen de lichtinval en zorgen voor bijkomende diversiteit in het bos. Dood hout blijft zo veel mogelijk in het bos liggen. De Amerikaanse vogelkers, een uitheemse en woekerende soort, wordt ook systematisch ingetoomd.

Voor de amfibieën worden de bestaande poelen geruimd en er worden nieuwe gegraven. Andere waterdieren worden op hun wenken bediend door de strakke, rechtgetrokken bosbeekjes, zoals de Corverbeek in het Pottebos, opnieuw te laten meanderen. Zo komt er meer variatie in waterdiepte en stroomsnelheid, en vindt ieder beestje een geschikt plekje.

Share/Bookmark