Het Gewestelijk Natuurdomein ‘Het Zwin’ of de eigenlijke Zwinvlakte bestaat grotendeels uit een vlakte die bij spring- en stormvloed onder het zoute zeewater komt te staan. Er zijn zoute kreken, slikken (worden bij ieder hoog tij overstroomd, en zijn niet of zeer schraal begroeid) en schorren (worden enkel bij springtij of stormvloed overstroomd, en vertonen een zoutminnende plantengroei). Deze zoute slikken en schorren zijn een vrij schaars milieu geworden langs de kusten en riviermondingen van West-Europa en zijn dan ook Europees beschermd.
Een moeilijke biotoop om in te overleven, maar toch zijn er enkele planten en dieren goed aangepast aan dit zoute milieu. Denk maar aan lamsoor die de vlakte in augustus grotendeels paars kleurt. Op de meer zandige gedeelten van het schor vind je plantensoorten zoals obione. Zeekraal en schorrekruid zie je in de pionieromstandigheden van de schraal begroeide lagere schorregedeelten. Zee-aster, Engels gras en melkkruid voelen zich in hun element op de overgangen tussen hoger schor en duinen.
Dit rijk geschakeerd getijdenlandschap vormt ook voor tal van vogels een interessant gebied. Het wordt dan ook de internationale luchthaven voor vogels genoemd. Meer dan de helft van alle vogelsoorten die in België zijn waargenomen, kan men in het Zwin zien. Het gebied is natuurlijk het meest gekend voor de (her-)ingevoerde ooievaar, maar ook bergeend, tureluur, scholekster, wulp, kluut en lepelaar,… zijn maar enkele voorbeelden van de vele vogelsoorten die hier te zien zijn. Nog een belangrijke vogelsoort is de kleine zilverreiger. Deze kleine, witte reiger komt hier graag langs zilte kreken en waterlopen speuren naar kleine visjes en garnaaltjes en broedt in het Vlaams Natuurreservaat ‘De Zwinduinen en –polders’. Deze vogel werd dan ook de mascotte van het LIFE-natuurproject ZENO.