Deze streek was gekend als een overstromingsgebied dat zijn hoogtepunt kende na de stormvloed van 1134 en dat de daaropvolgende eeuwen steeds meer inkromp door indijkingen waardoor poldergrond werd gewonnen. Uit 18de eeuwse historische kaarten is duidelijk zichtbaar dat ‘het Zwin’ via kreken verbonden was met de Westerschelde en het water van de omliggende polders opving. Cadzand was immers tot halfweg de 19de eeuw een eiland! Pas in 1872 vond hier de laatste inpoldering plaats door het opwerpen van de Internationale Dijk en werd het water van de polder via andere waterlopen in zee gebracht. Zo ontstond het Zwin zoals het nu is, namelijk een van het waterlopennetwerk geïsoleerde slufter (een slufter is een via een getijdengeul met de zee verbonden overstromingsvlakte achter of in de duinen).
Doordat de Zwinvlakte sinds de 19de eeuwse inpolderingen te klein geworden is om nog grootschalige processen toe te laten, is het sinds enkele tientallen jaren versneld aan het verzanden. Door de indijking van 1872 werden de westelijke en zuidelijke armen van Het Zwin afgesneden van hun verbinding met de zee en evolueerden ze inmiddels tot enerzijds het duin- en duinweidenlandschap dat gekend is als ‘De Zwinduinen en –polders’ en anderzijds het met kreken dooraderde akkerlandschap van de Willem-Leopoldpolder.
terug