Een boscomplex is een min of meer aaneengesloten bosgebied dat, onafhankelijk van de eigendomssituatie, een samenhang vertoont op ecologisch, landschappelijk en/of recreatief vlak. Het is een bos waarvoor het zinvoller is een overkoepelend beheerplan op te maken, omdat anders kansen en potenties op ecologisch (bv. bosomvorming, corridors, creëren van open plekken, zonering), landschappelijk (bv. maatregelen binnen een beschermd landschap) of recreatief gebied (bv. geleiding van recreatiestromen, speelbos) blijven liggen. De concrete afbakening van een boscomplex is sterk afhankelijk van de terreinsituatie. Criteria die hierbij kunnen helpen zijn: ligging ten opzichte van woonkernen, aanwezigheid van ecologische verbindingen tussen boskernen, fysische barrières, …
Zowel gezamenlijke beperkte beheerplannen als gezamenlijke uitgebreide bosbeheerplannen zijn mogelijk. Zodra één van de bossen van het gezamenlijk beheerplan een openbaar bos is of een privébos gelegen in het VEN, moet het volledige bosbeheerplan een uitgebreid bosbeheerplan zijn. (art.5).
Een gezamenlijk beheerplan moet door een gevolmachtigde worden ingediend. Erkende bosgroepen kunnen voor hun leden een gezamenlijk beheerplan indienen. Meewerken aan een gezamenlijk beheerplan is nooit verplicht.
Het Agentschap voor Natuur en Bos stimuleert het opstellen van gezamenlijke bosbeheerplannen via ondersteuning door de bosgroepen en bij uitgebreide gezamenlijke bosbeheerplannen ook via een hoger subsidiebedrag naarmate er meer boseigendommen deelnemen. Ook bij het opstellen van bosbeheerplannen voor de domeinbossen streeft het Agentschap voor Natuur en Bos naar gezamenlijke bosbeheerplannen met de omliggende openbare en privébossen voor aaneensluitende boscomplexen. De bosgroep zorgt dan meestal voor de contacten met de privébosbeheerders.
Zeker in grotere boscomplexen met een versnipperde eigendomsstructuur zal het niet altijd mogelijk zijn alle bosbeheerders mee te betrekken in het gezamenlijke bosbeheerplan. Toch blijft ook dan het niveau van het boscomplex een zinvolle referentie. In dergelijke gevallen kan bij de opmaak van het beheerplan een onderscheid gemaakt worden tussen het volledige boscomplex enerzijds (bv. bij de cartografische beschrijving, de algemene visievorming) en de effectief deelnemende stukken anderzijds (bv. bij de detailbeschrijving, de vastlegging van de doelstellingen, de uitwerking van het beheer). Een dergelijke aanpak vergt nauwelijks extra investering, maar biedt wel een globaal inzicht in het volledige gebied. Daardoor wordt o.m. het achteraf aansluiten van andere boseigendommen binnen het boscomplex sterk vereenvoudigd. Deze visie rond het boscomplex is niet bindend voor de niet deelnemende percelen.
terug