Regeling voor specifieke ingrepen of activiteiten

Gebruik van bestrijdingsmiddelen

Vlaams ecologisch netwerk
Op percelen in het Vlaams ecologisch netwerk (VEN) is het gebruik van bestrijdingsmiddelen verboden, tenzij je een VEN-ontheffing bekomt. De beslissing over de ontheffing wordt zoveel mogelijk in één besluit genomen samen met de (kap)machtiging of de goedkeuring van het bosbeheerplan. VEN-ontheffing wordt in principe enkel toegestaan voor chemische bestrijding van agressieve exoten (meestal gebruik van glyfosaat bij bestrijding van Amerikaanse vogelkers).

In afwijking van de criteria duurzaam bosbeheer, als overgangsmaategel, kan je voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen roestinfecties bij populier in het VEN een individuele ontheffing bekomen onder volgende voorwaarden:

  • Enkel met een voor roestbestrijding bij populieren toegestaan product, in toegelaten dosering en respecteren van de toepassingsvoorwaarden (zie www.fytoweb.be ).

Bijkomende voorwaarden vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos:

  • Enkel voor populierenbestanden aangeplant vóór de afbakening van het VEN (dit betekent in de meeste gevallen 18/07/2003).
  • Niet in de nabijheid van woningen en voedsel- of voedergewassen.
  • Op minstens 10 m afstand van open water .

Gebruik van andere bestrijdingsmiddelen voor andere doeleinden (bijv. bestrijden bramen, varens,…) wordt niet toegestaan

In openbare bossen.
Voor gebruik van bestrijdingsmiddelen is een machtiging nodig. 

  • Toepassing van art.20, 1 of 7 en van art.97, §1, 10 van het Bosdecreet.

In openbare bossen moet bovendien het gebruik van bestrijdingsmiddelen voorzien zijn in het reductieplan opgesteld in toepassing van het decreet van 31/01/2002. 

  • Toepassing van het decreet van 31/01/2002 houdende de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten en het BVR van 19/12/2008.

Gebruik van bestrijdingsmiddelen andere dan glyfosaat en anders dan voor bestrijding van agressieve exoten wordt niet toegestaan. Zie indicator 4.3.4 van de criteria voor duurzaam bosbeheer. De bestrijding van Amerikaanse vogelkers of andere agressieve exoten met glyfosaat volgens de criteria voor duurzaam bosbeheer kan wel in een planmatige en gecombineerde mechanisch-chemische bestrijdingsmethode.

In afwijking van de criteria duurzaam bosbeheer, als overgangsmaategel, kan er voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen roestinfecties bij populier een machtiging verleend worden indien voldaan wordt aan de hierboven vermelde voorwaarden.

In privé-bossen
Buiten VEN is er geen verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Uiteraard mogen enkel producten gebruikt worden in die omstandigheden waarvoor ze toegelaten zijn. Meer info op www.fytoweb.be .


Bemesting anders dan stalmest in de plantput

Vlaams ecologisch netwerk
Openbare bossen en privé-bossen in VEN: volgens de criteria voor duurzaam bosbeheer (indicator 3.1.3) is bemesting anders dan in de plantput niet toegelaten.

Privé-bossen
In privé-bossen buiten VEN: bemesting is toegelaten onder de voorwaarden van het Mestdecreet. 


Maaibeheer + afvoer maaisel

Voor maaibeheer is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

  • Toepassing van artikel 97, §1, 10° (openbare bossen) of 97, §2, 5 (privé-bossen) van het Bosdecreet.

Maaibeheer wordt via machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos toegelaten in volgende omstandigheden:

  • In functie van vrijstelling, voorbereiden verjonging, voorafgaand aan exploitatie.
  • In speelbos, of om de wegen vrij te houden.
  • In functie van ecologisch beheer, op voorwaarde dat het maaisel binnen de 10 dagen afgevoerd wordt:
    • Open plekken
    • Ter bescherming van kruidlaag, bijv. voorjaarsvegetatie

    Het maaisel kan indien nodig verzameld worden op hopen (1 hoop per open plek). In dat geval is er geen meldingsplicht of vergunningsplicht (cfr. VLAREM).
    In andere gevallen wordt maaien niet toegestaan, bijv. maaien van bramen en varens zonder aanwijsbare reden (om ‘het bos op te kuisen’).


    Ontstronken

    Voor ontstronken is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Voor openbare bossen: toepassing van art.20, 1°, art. 96 en art.97, §1, 2 van het Bosdecreet.
    • Voor privé-bossen toepassing van art. 96 van het Bosdecreet.

    Het Agentschap voor Natuur en Bos geeft enkel een machtiging voor ontstronken voor de aanleg of beheer van open plekken of wanneer nodig voor maaibeheer.


    Aanleg of verbreden bosweg

    Voor de aanleg of het verbreden van een bosweg, die niet beschouwd worden als ontbossing, is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Toepassing van art.20 (enkel openbare bossen), art.90 en art. 96 van het Bosdecreet

    Nieuwe wegen aanleggen met of zonder verharding (die geen ontbossing inhouden) regel je bij voorkeur via een uitgebreid bosbeheerplan (dus niet met een aparte vraag voor machtiging).

    • In een uitgebreid bosbeheerplan duid je deze nieuw aan te leggen wegen zonder verharding aan op kaart onder punt 1.5 'Statuut van de wegen en waterlopen'.
    • In een beperkt beheerplan voeg je bij het formulier een gedetailleerd plan en beschrijving van de werken. Indien deze werken voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan en niet samen gaan met de oprichting van constructies groter dan 40m² en ook niet met ontbossing, dan is er voor deze werken geen stedenbouwkundige vergunning nodig.

    Voor openbare bossen, behorend tot het openbaar domein, is voor de aanleg of wijziging van verhardingen waarvan de oppervlakte 150m² of minder bedraagt, met een reliëfwijziging minder dan 50 cm, geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Dit geldt echter niet wanneer het gaat over een grintweg, steengruisweg of kasseiweg.

    Voor onderhoudswerken aan wegen, zonder ze te verbreden en zonder aanbrengen van verharding is er geen machtiging in toepassing van het Bosdecreet nodig, voor zover deze werken niet samen gaan met beschadiging van bomen en/of vegetatie. Indien schade aan bomen of vegetatie niet te vermijden is, is er toch een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Toepassing van art.97, §1, 10 (openbare bossen) of art.97, §2, 5 (privé-bossen) van het Bosdecreet.

    • In het uitgebreid bosbeheerplan: wegen waar onderhoudswerken gepland worden, worden aangeduid op kaart onder punt 1.5 'Statuut van de wegen en waterlopen'.
    • In het beperkt bosbeheerplan worden de werken beschreven in het deeltje ‘ingrepen en activiteiten waarvoor een machtiging nodig is’.

    Reliëfwijziging – wijziging waterhuishouding

    Voor ingrijpende reliëfwijzigingen is er een machtiging nodig van het Agentschap voor Natuur en Bos of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Toepassing van art. 20 (enkel openbare bos) en art. 90 en art. 96 van het Bosdecreet.

    Indien deze werken voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan en niet gepaard gaan met de oprichting van constructies groter dan 40m² en ook niet met ontbossing, dan is er voor deze werken geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Indien een machtiging voor dergelijke werken aangevraagd wordt en er is geen bosbeheerplan, dan zal er meestal ook een stedenbouwkundige vergunning nodig zijn.

    In VEN: wanneer een stedenbouwkundige vergunning nodig is, is er geen VEN-ontheffing nodig wanneer de stedenbouwkundige vergunning verleend is rekeninghoudend met het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos. Indien er geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, dan kan de nodige VEN-ontheffing tegelijk met de goedkeuring van het bosbeheerplan verleend worden. Een machtiging voor het graven van een poel in VEN, los van een bosbeheerplan wordt niet toegestaan.

    Afgraven, ophogen, nivelleren
    Wordt in principe niet toegestaan.

    Aanleg poel
    Kan toegestaan worden, mits een duidelijke ecologische motivatie of wanneer voorzien in een natuurrichtplan, natuurinrichtingsproject, landinrichtingsproject.

    • Een bospoel in gesloten bos is doorgaans enkel voor de vuursalamander zinvol. Voor dergelijke bospoel gelden volgende criteria:
      • Geschikte bodem
      • Er is geen zeer waardevolle (verboden te wijzigen) vegetatie aanwezig
      • Populatie vuursalamanders aanwezig in de nabije omgeving
      • Geschikte landbiotoop aanwezig voor vuursalamander: dikke humuslaag met traag verterende bladeren, waarin ze zich zonder moeite kunnen ingraven
      • De oevers zijn flauw hellend
    • Voor andere poelen in permanente open plekken of wanneer minstens 1 boomhoogte in Z/ ZW / W - richting vrijgehouden wordt gelden volgende criteria:
      • Geschikte bodem
      • Er is geen waardevolle (verboden te wijzigen) vegetatie aanwezig

    Aanleg nieuwe grachten/drainage
    Wordt in principe niet toegestaan, tenzij er een uitgebreide ecologische en/of milieutechnische motivering is.

    Onderhoud van bestaande grachten

    • In privé-bos buiten VEN (en indien geen uitgebreid bosbeheerplan): geen machtiging nodig.
    • Privé-bos in uitgebreid bosbeheerplan, in VEN en openbaar bos: zie ‘criteria voor duurzaam bosbeheer, indicator 4.4.2:
      • Waterrijke gebieden, zoals gedefinieerd in het decreet Natuurbehoud, en overstromingsgebieden mogen niet ontwaterd worden. Dit impliceert dat bij eventueel toch reeds bestaande afwateringssystemen op termijn het onderhoud afgebouwd wordt zodat de grondwaterstand geleidelijk stijgt en het bestand zich kan omvormen naar soorten die aan de standplaats zijn aangepast.
      • Buiten deze gebieden kunnen bestaande drainagesystemen, ont- en afwateringen behouden blijven indien dit noodzakelijk is voor het behoud van stabiliteit en vitaliteit van bosbestand of natuurwaarden.
      • Bestaande drainage, ontwatering of afwatering kan in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd om de andere functies te kunnen optimaliseren. Nieuwe drainagevoorzieningen zijn nergens toegestaan.

    Plaggen, verwijderen van de strooisellaag

    Voor plaggen of verwijderen van de strooisellaag is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Toepassing van art. 96 en art.97, §1,1 (openbare bossen) en art.97, §2, 8 (privé-bossen) van het Bosdecreet.

    • Strooiselroof/winning met als enige doel het gebruik van het strooisel wordt niet toegestaan.
    • Verwijderen van de strooisellaag als ecologische maatregel voor het herstel van een bepaald vegetatietype kan toegestaan worden mits uitgebreide ecologische motivering. Dit gebeurt bij voorkeur in het kader van een uitgebreid bosbeheerplan.

    Gebruik van prikkeldraad

    Voor het behoud of het gebruik van prikkeldraad is er een machtiging nodig of het moet voorzien zijn in het bosbeheerplan.

    • Toepassing van art. 97, §1, 12 (openbare bossen) of art. 97, §2, 7 (privé-bossen) van het Bosdecreet.

    Behoud van reeds aanwezige prikkeldraad zal toegelaten worden door het Agentschap voor Natuur en Bos onder volgende voorwaarden:

    • Het beheerplan geeft duidelijk aan waar er prikkeldraad aanwezig is. Of de kapmachtiging vermeldt dat de bestaande aanwezige prikkeldraad kan behouden blijven.
    • Bij vervanging moet gladde draad gebruikt worden.

    Aanbrengen van nieuwe prikkeldraad wordt in principe niet toegestaan, tenzij uitzonderlijk mits uitdrukkelijke motivering.

    Begrazing – het houden van dieren binnen een omheining

    Begrazing valt onder de noemer ‘het houden van dieren binnen een omheining’. Hiervoor is een machtiging nodig of de begrazing moet voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Toepassing van art.97 §1, 9 (openbare bossen) of art.97, §2, 9 (privé-bossen) van het Bosdecreet.

    In privé-bos is er voor vee in bestaande graasweiden met aanplantingen van bomen op grote afstand geen machtiging nodig.

    Omvorming van bestaande bossen tot graasweide wordt gelijkgesteld met ontbossing.

    Het houden van dieren binnen een omheining wordt in principe niet toegestaan, behalve in het kader van begrazingsprojecten met doel natuurbeheer of natuurherstel. Een uitgebreide ecologische motivering is noodzakelijk, bij voorkeur in het kader van een uitgebreid bosbeheerplan.

    Vuur maken

    Vuur maken binnen een afstand van 100 m van bossen is niet alleen verboden. Het maken van vuur op minder dan 100m van een bos is altijd strafbaar, er is niet voorzien dat er een machtiging kan verleend worden.

    • Toepassing van art.99 van het Bosdecreet, en art.89, 8° van het veldwetboek.

    In openbare bossen gelden bovendien ook nog volgende bepalingen:

    • Bosdecreet, art.20, 5: [Onverminderd de verbodsbepalingen opgenomen in wetten, decreten, reglementen en de ontheffingen opgenomen in het beheersplan is het zonder machtiging van het Agentschap in de openbare bossen verboden] 5. Vuur te maken behalve wanneer het nodig is als beheersmaatregel, als fytosanitaire maatregel bij wet verplicht of als onderdeel van een wetenschappelijk experiment.
    • Bosdecreet, art. 69. Het is de koper en zijn arbeiders verboden elders vuur te maken dan op de in de verkoopsvoorwaarden of door de boswachter toegelaten plaatsen, op straffe van …

    Het Agentschap voor Natuur en Bos neemt aan dat het Bosdecreet hier te beschouwen is als een lex specialis en het Veldwetboek als een lex generalis. De lex specialis gaat voor op de lex generalis. Dat betekent dan dat ANB een machtiging kan verlenen voor vuur maken op basis van art.99 van het Bosdecreet en dat dan het verbod van art.89, 8° veldwetboek niet meer geldt. Het vuur moet dan wel nog steeds ingevolge art. 89, 8° Veldwetboek aangestoken worden op minstens 100 m van de andere in dat artikel vermelde goederen en plaatsen.

    Vlarem II, art.4.4.1.1. bepaalt: ‘Onverminderd de toepassing van het Veldwetboek en het Bosdecreet is de vernietiging door verbranding in open lucht van welke afvalstoffen ook verboden behoudens wanneer het gaat om plantaardige afvalstoffen afkomstig van:
    1. het onderhoud van tuinen
    2. de ontbossing of ontginning van terreinen
    3. eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden’

    Het maken van vuur kan om volgende redenen toegestaan worden:

    • Verbranden van takhout na exploitatie: enkel indien dit nodig is om ecologische redenen
    • Verbranden om fytosanitaire redenen (bijv. bij aantasting door letterzetter in picea-bestanden)
    • Kampvuur (vooral voor jeugdverenigingen): na overleg met gemeente en brandweer
      Volgende voorwaarden kunnen opgelegd worden:
      o Vooraf de plaatselijke brandweer en de beleidsadviseur/boswachter verwittigen
      o Vaste kampvuurplaats op minimum 25 m van de bomen en struiken
      o Enkel gebruik maken van liggend dood hout, geen dode bomen kappen
      o Het kampvuur mag enkel gehouden worden als het windstil is
      o De vlammen mogen niet hoger zijn dan 2 m
      o Het vuur mag niet aangestoken of aangewakkerd worden met brandbare vloeistoffen, brandversnellers of afval
      o Tijdens het kampvuur moeten de nodige blusmiddelen aanwezig zijn
      o De verantwoordelijk zorgt ervoor dat het vuur volledig gedoofd wordt na het beëindigen van de activiteit

    Afsluitingen

    Een afsluiting plaatsen rond een privé-bos valt niet onder het begrip 'constructie' zoals bedoeld in art.97 van het Bosdecreet. Enkel het gebruik van prikkeldraad en het houden van dieren binnen een omheining is verboden zonder machtiging.

    Voor het plaatsen van een afsluiting is er wel een stedenbouwkundige vergunning nodig.

    Het BVR van 16 juli 2010 (gewijzigd op 26/11/2010) stelt wel een reeks uitzonderingen vast, waarbij er dus geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. Deze uitzonderingen gelden maar voor zover ze niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van stedenbouwkundige vergunningen. Deze uitzonderingen gelden ook niet wanneer ze strijdig zijn met de voorschriften van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of algemene of bijzondere plannen van aanleg:

    • Indien het plaatsen van de afsluiting is voorzien in een goedgekeurd bosbeheerplan en niet gepaard gaat met de oprichting van constructies groter dan 40m² en ook niet met ontbossing. (art.6.2)
    • Bij vergunde woningen en bij vergunde andere gebouwen dan woningen (telkens binnen een straal van 30m) :
      Art.2.1, en art.3.1
      5° afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en de achtertuin
      6° open afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de voortuin
      7° gesloten afsluitingen tot een hoogte van 1 meter in de voortuin
    • In agrarisch gebied:
      Art.5. 2° open afsluitingen met een maximale hoogte van 2 meter
    • Openbaar domein:
      art. 11.4 afsluitingen met een maximumhoogte van 3 meter, die bestaan uit hekwerken, palen of draad, opgericht ter afsluiting van gebouwen, terreinen of constructies van algemeen belang.

    Het volledig verbieden van het plaatsen van een afsluiting kan niet volgens het burgerlijk wetboek art.647. Dit artikel laat iedere eigenaar toe om zijn erf af te sluiten, behoudens het eventuele recht van uitweg van naburige eigenaars.

    Constructies

    Voor het plaatsen van constructies in het bos is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.

    • Toepassing van art. 97, §1, 5 (openbare bossen) of art.97, §2, 1 (privé-bossen) van het Bosdecreet.

    Voor de meeste constructies is er ook een stedenbouwkundige vergunning nodig. Wanneer het plaatsen van de constructie gepaard gaat met ontbossing wordt de ontbossing en het plaatsen/oprichten van de constructie helemaal geregeld via de stedenbouwkundige vergunning eventueel voorafgegaan door een ontheffing van het ontbossingsverbod.

    Het BVR van 16 juli 2010 (gewijzigd op 26/11/2010) stelt wel een reeks uitzonderingen vast, waarbij er dus geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. Deze uitzonderingen gelden maar voor zover ze niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van stedenbouwkundige vergunningen. Deze uitzonderingen gelden ook niet wanneer ze strijdig zijn met de voorschriften van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of algemene of bijzondere plannen van aanleg:

    • Art. 6.2: Indien het plaatsen van de constructie is voorzien in een goedgekeurd bosbeheerplan en niet gepaard gaat met de oprichting van constructies groter dan 40m² en ook niet met ontbossing. (art.6.2)
    • Art.2.1 Bij woningen (binnen een straal van 30 m):
      o niet-overdekte constructies tot max 80m² per goed in zij- en achtertuin, tot op 1m van de perceelsgrenzen
      o plaatsing van allerhande kleine tuinconstructies zoals tuinornamenten, brievenbussen, barbecues en speeltoestellen
      o vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen tot max 40m² en hoogte tot 3 m
      o opslag materiaal tot 10m³ en niet zichtbaar vanaf de weg
      o één verplaatsbare inrichting zoals woonwagen, kampeerwagen of tent, niet zichtbaar vanaf de openbare weg.
    • Art. 5 in agrarisch gebied:
      o schuilhok voor weidedieren max 20m²
      o de oprichting van bijenstallen of bijenkorven

    Zie voor een volledige lijst de tekst van het besluit zelf, dit besluit wordt regelmatig gewijzigd of aangevuld. Raadpleeg de gecoördineerde versie op www.ruimtelijkeordening.be .

    Voor het plaatsen van tenten in een bivakzone overeenkomstig de voorwaarden van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling in toepassing van art. 5,§3 van het BVR van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten is er geen aparte machtiging nodig.