Vlaams ecologisch netwerkOp percelen in het Vlaams ecologisch netwerk (VEN) is het gebruik van bestrijdingsmiddelen verboden, tenzij je een VEN-ontheffing bekomt. De beslissing over de ontheffing wordt zoveel mogelijk in één besluit genomen samen met de (kap)machtiging of de goedkeuring van het bosbeheerplan. VEN-ontheffing wordt in principe enkel toegestaan voor chemische bestrijding van agressieve exoten (meestal gebruik van glyfosaat bij bestrijding van Amerikaanse vogelkers). In afwijking van de criteria duurzaam bosbeheer, als overgangsmaategel, kan je voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen roestinfecties bij populier in het VEN een individuele ontheffing bekomen onder volgende voorwaarden:
Bijkomende voorwaarden vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos:
Gebruik van andere bestrijdingsmiddelen voor andere doeleinden (bijv. bestrijden bramen, varens,…) wordt niet toegestaan In openbare bossen. Voor gebruik van bestrijdingsmiddelen is een machtiging nodig.
In openbare bossen moet bovendien het gebruik van bestrijdingsmiddelen voorzien zijn in het reductieplan opgesteld in toepassing van het decreet van 31/01/2002.
Gebruik van bestrijdingsmiddelen andere dan glyfosaat en anders dan voor bestrijding van agressieve exoten wordt niet toegestaan. Zie indicator 4.3.4 van de criteria voor duurzaam bosbeheer. De bestrijding van Amerikaanse vogelkers of andere agressieve exoten met glyfosaat volgens de criteria voor duurzaam bosbeheer kan wel in een planmatige en gecombineerde mechanisch-chemische bestrijdingsmethode. In afwijking van de criteria duurzaam bosbeheer, als overgangsmaategel, kan er voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen roestinfecties bij populier een machtiging verleend worden indien voldaan wordt aan de hierboven vermelde voorwaarden.
In privé-bossenBuiten VEN is er geen verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Uiteraard mogen enkel producten gebruikt worden in die omstandigheden waarvoor ze toegelaten zijn. Meer info op www.fytoweb.be .
Vlaams ecologisch netwerkOpenbare bossen en privé-bossen in VEN: volgens de criteria voor duurzaam bosbeheer (indicator 3.1.3) is bemesting anders dan in de plantput niet toegelaten. Privé-bossenIn privé-bossen buiten VEN: bemesting is toegelaten onder de voorwaarden van het Mestdecreet.
Voor maaibeheer is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Maaibeheer wordt via machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos toegelaten in volgende omstandigheden:
Het maaisel kan indien nodig verzameld worden op hopen (1 hoop per open plek). In dat geval is er geen meldingsplicht of vergunningsplicht (cfr. VLAREM). In andere gevallen wordt maaien niet toegestaan, bijv. maaien van bramen en varens zonder aanwijsbare reden (om ‘het bos op te kuisen’).
Voor ontstronken is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Het Agentschap voor Natuur en Bos geeft enkel een machtiging voor ontstronken voor de aanleg of beheer van open plekken of wanneer nodig voor maaibeheer.
Voor de aanleg of het verbreden van een bosweg, die niet beschouwd worden als ontbossing, is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Nieuwe wegen aanleggen met of zonder verharding (die geen ontbossing inhouden) regel je bij voorkeur via een uitgebreid bosbeheerplan (dus niet met een aparte vraag voor machtiging).
Voor openbare bossen, behorend tot het openbaar domein, is voor de aanleg of wijziging van verhardingen waarvan de oppervlakte 150m² of minder bedraagt, met een reliëfwijziging minder dan 50 cm, geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Dit geldt echter niet wanneer het gaat over een grintweg, steengruisweg of kasseiweg. Voor onderhoudswerken aan wegen, zonder ze te verbreden en zonder aanbrengen van verharding is er geen machtiging in toepassing van het Bosdecreet nodig, voor zover deze werken niet samen gaan met beschadiging van bomen en/of vegetatie. Indien schade aan bomen of vegetatie niet te vermijden is, is er toch een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Voor ingrijpende reliëfwijzigingen is er een machtiging nodig van het Agentschap voor Natuur en Bos of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Indien deze werken voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan en niet gepaard gaan met de oprichting van constructies groter dan 40m² en ook niet met ontbossing, dan is er voor deze werken geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Indien een machtiging voor dergelijke werken aangevraagd wordt en er is geen bosbeheerplan, dan zal er meestal ook een stedenbouwkundige vergunning nodig zijn.
In VEN: wanneer een stedenbouwkundige vergunning nodig is, is er geen VEN-ontheffing nodig wanneer de stedenbouwkundige vergunning verleend is rekeninghoudend met het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos. Indien er geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, dan kan de nodige VEN-ontheffing tegelijk met de goedkeuring van het bosbeheerplan verleend worden. Een machtiging voor het graven van een poel in VEN, los van een bosbeheerplan wordt niet toegestaan. Afgraven, ophogen, nivellerenWordt in principe niet toegestaan. Aanleg poelKan toegestaan worden, mits een duidelijke ecologische motivatie of wanneer voorzien in een natuurrichtplan, natuurinrichtingsproject, landinrichtingsproject.
Aanleg nieuwe grachten/drainageWordt in principe niet toegestaan, tenzij er een uitgebreide ecologische en/of milieutechnische motivering is.
Onderhoud van bestaande grachten
Voor plaggen of verwijderen van de strooisellaag is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Voor het behoud of het gebruik van prikkeldraad is er een machtiging nodig of het moet voorzien zijn in het bosbeheerplan.
Behoud van reeds aanwezige prikkeldraad zal toegelaten worden door het Agentschap voor Natuur en Bos onder volgende voorwaarden:
Aanbrengen van nieuwe prikkeldraad wordt in principe niet toegestaan, tenzij uitzonderlijk mits uitdrukkelijke motivering.
Begrazing valt onder de noemer ‘het houden van dieren binnen een omheining’. Hiervoor is een machtiging nodig of de begrazing moet voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
In privé-bos is er voor vee in bestaande graasweiden met aanplantingen van bomen op grote afstand geen machtiging nodig.
Omvorming van bestaande bossen tot graasweide wordt gelijkgesteld met ontbossing.
Het houden van dieren binnen een omheining wordt in principe niet toegestaan, behalve in het kader van begrazingsprojecten met doel natuurbeheer of natuurherstel. Een uitgebreide ecologische motivering is noodzakelijk, bij voorkeur in het kader van een uitgebreid bosbeheerplan.
Vuur maken binnen een afstand van 100 m van bossen is niet alleen verboden. Het maken van vuur op minder dan 100m van een bos is altijd strafbaar, er is niet voorzien dat er een machtiging kan verleend worden.
In openbare bossen gelden bovendien ook nog volgende bepalingen:
Het Agentschap voor Natuur en Bos neemt aan dat het Bosdecreet hier te beschouwen is als een lex specialis en het Veldwetboek als een lex generalis. De lex specialis gaat voor op de lex generalis. Dat betekent dan dat ANB een machtiging kan verlenen voor vuur maken op basis van art.99 van het Bosdecreet en dat dan het verbod van art.89, 8° veldwetboek niet meer geldt. Het vuur moet dan wel nog steeds ingevolge art. 89, 8° Veldwetboek aangestoken worden op minstens 100 m van de andere in dat artikel vermelde goederen en plaatsen. Vlarem II, art.4.4.1.1. bepaalt: ‘Onverminderd de toepassing van het Veldwetboek en het Bosdecreet is de vernietiging door verbranding in open lucht van welke afvalstoffen ook verboden behoudens wanneer het gaat om plantaardige afvalstoffen afkomstig van: 1. het onderhoud van tuinen 2. de ontbossing of ontginning van terreinen 3. eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden’ Het maken van vuur kan om volgende redenen toegestaan worden:
Een afsluiting plaatsen rond een privé-bos valt niet onder het begrip 'constructie' zoals bedoeld in art.97 van het Bosdecreet. Enkel het gebruik van prikkeldraad en het houden van dieren binnen een omheining is verboden zonder machtiging. Voor het plaatsen van een afsluiting is er wel een stedenbouwkundige vergunning nodig. Het BVR van 16 juli 2010 (gewijzigd op 26/11/2010) stelt wel een reeks uitzonderingen vast, waarbij er dus geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. Deze uitzonderingen gelden maar voor zover ze niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van stedenbouwkundige vergunningen. Deze uitzonderingen gelden ook niet wanneer ze strijdig zijn met de voorschriften van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of algemene of bijzondere plannen van aanleg:
Het volledig verbieden van het plaatsen van een afsluiting kan niet volgens het burgerlijk wetboek art.647. Dit artikel laat iedere eigenaar toe om zijn erf af te sluiten, behoudens het eventuele recht van uitweg van naburige eigenaars.
Voor het plaatsen van constructies in het bos is er een machtiging nodig of de werken moeten voorzien zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Voor de meeste constructies is er ook een stedenbouwkundige vergunning nodig. Wanneer het plaatsen van de constructie gepaard gaat met ontbossing wordt de ontbossing en het plaatsen/oprichten van de constructie helemaal geregeld via de stedenbouwkundige vergunning eventueel voorafgegaan door een ontheffing van het ontbossingsverbod. Het BVR van 16 juli 2010 (gewijzigd op 26/11/2010) stelt wel een reeks uitzonderingen vast, waarbij er dus geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. Deze uitzonderingen gelden maar voor zover ze niet strijdig zijn met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, of met de uitdrukkelijke voorwaarden van stedenbouwkundige vergunningen. Deze uitzonderingen gelden ook niet wanneer ze strijdig zijn met de voorschriften van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of algemene of bijzondere plannen van aanleg:
Zie voor een volledige lijst de tekst van het besluit zelf, dit besluit wordt regelmatig gewijzigd of aangevuld. Raadpleeg de gecoördineerde versie op www.ruimtelijkeordening.be . Voor het plaatsen van tenten in een bivakzone overeenkomstig de voorwaarden van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling in toepassing van art. 5,§3 van het BVR van 5 december 2008 betreffende de toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten is er geen aparte machtiging nodig.