U bent hier: 

Projecten Oost-Vlaanderen

MALDEGEM -  SINT-ANNAPARK (2013)

De inrichting van het Sint-Anna-park is het eerste project van de centrumvernieuwing en getuigt van een goed uitgewerkte visie. Zo wordt de groenstructuur over de markt getrokken, wordt de Ede opengelegd en is er aandacht voor natuurontwikkeling, historiek en HPG

GENT - WIJKPARK DE PORRE (2010)

De Porre was een stoomweverij-spinnerij in de Moscou-wijk, Gent. Het gebied heeft een oppervlakte van ruim 1 ha en ligt midden in de bebouwde omgeving, langs een sportschool.

Op deze historische site werd heel wat gesloopt om ruimte te kunnen geven aan een groene ontwikkeling. Maar ook de geschiedenis van de plek blijft zichtbaar. De koeltoren is omgebouwd tot een lichtproject. De lichtprojectie is het oude weefgetouw, waardoor heden en verleden met elkaar verweven worden. Ook de oude bakstenen muur bleef gedeeltelijk behouden.
Deze oude rechte structuren zullen in contrast komen met nieuw speels, sober, poëtische groenaanleg. Spontane (muur)vegetatie wordt doorgetrokken. Er komen schaduwgevende bomen, fruitbomen en een natuurtuin. 
Het terrein kent veel functies zonder dat die elkaar in de weg zitten. De huidige schooltuin wordt een openluchtklas, er komt een boomgaard en er is rekening gehouden met de vraag om polyvalentie. Op het terrein zelf komt een wijkcentrum.

SINT-NIKLAAS - CLEMENTWIJK (2009)

In het kader van de afbakening van het regionaal stedelijk gebied Sint-Niklaas wordt de noordelijke stadsuitbreiding Clementwijk gerealiseerd. In een eerste fase van deze stadsuitbreiding worden zeshonderd woningen en vier hectare park voorzien. Deze vier hectare park zullen een onderdeel vormen van de aan te leggen tien hectare in een latere fase.
Het park zal aansluiten bij de bestaande woonomgeving en het omliggende openruimtegebied. De centrale groene ruimte van de bestaande Clementwijk wordt als structurerend element doorgetrokken in het verdere ontwerp. De resterende open ruimte, ingesloten door de Spieveldstraat en de Weynstraat, levert een direct contact met de grootschalige open ruimte buiten het stedelijk gebied op. De kleine landschapselementen die verspreid over de wijk aanwezig zijn, worden geïntegreerd in de inrichting van de openbare ruimte. Ze dienen als inspiratiebron voor de uitwerking van het stadsdeelpark.

Er wordt een avontuurlijke slinger gecreëerd voor jong en oud. In deze slinger worden speelvelden, speelgrachten, picknickplekken, een sport- en buurtweide, een waterspeeltuin en een boomgaard opgenomen. De boomgaard wordt aangeplant met streekeigen ziekteresistente boomrassen en er worden een bloemenweide en graspaden aangelegd.
De bestaande grachten worden versterkt zodat ook hier spelmogelijkheden komen. Verschillende dwarsassen die in eerste instantie zorgen voor een goede toegankelijkheid, worden ingericht als ontmoetingsplaatsen met zitbanken en tafels. Centraal in het park wordt een terras aan het water voorzien dat overgaat in een speelse bank. Dit terras is zuidgericht waar men heerlijk kan vertoeven. Behalve dit centrale terras worden ook nog verschillende kleinere terrasjes voorzien.

Dit alles zorgt voor een leuke speelomgeving voor kinderen en biedt tegelijkertijd de kans om op een aangename manier te kunnen ontspannen in een groene omgeving. Het park wordt zo veel aantrekkelijk. Zo zijn er ook informatieborden voorzien over eetbare vruchten. Het woongebied zal ook autoluw gemaakt worden.

Door de nodige aandacht die besteed werd aan participatie met de doelgroepen en de buurt ontstaat er een grotere betrokkenheid bij het project. De plantacties zullen in samenwerking met de buurt gebeuren..
De toegankelijkheid van het park wordt zo laagdrempelig mogelijk gehouden. Dit betekent dat het park openbaar en altijd toegankelijk is.

Subsidiebedrag: 150 000,- euro

KAPRIJKE - PASTORIE LEMBEKE (2009)

Het project in Kaprijke (deelgemeente Lembeke) is in vergelijking met de andere projecten, eerder klein, maar daarom niet minder belangrijk, integendeel. De tuin, waarover dit ontwerp gaat, is de missing link van de groene gordel in en rond Lembeke, zoals te zien is op de luchtfoto. Het is de ontbrekende schakel tussen het dorp, de rondgang rond het kasteel, de Heiboekse kerkwegel naar de bossen en het aangrenzende sportterrein. Door een nieuw wandelpad in de pastorietuin te creëren is de cirkel rond.

De grootste troef van het terrein is misschien wel de ligging. De tuin ligt in het centrum van het dorp, in de nabijheid van een school, het sportcentrum en de buitenschoolse opvang. Bovendien is er een aantal nieuwe verkavelingen waar vooral jonge gezinnen zich vestigen.
Het gebied kent ook een goede uitgangssituatie is. De tuin hoeft eigenlijk niet heraangelged te worden, maar eerder ‘opgeruimd’. En enkele nieuwe aanplantingen hier en daar zullen de tuin ook verfraaien.

Momenteel is de tuin is volledig gesloten. Vroeger was de tuin van de pastorie verboden terrein. De gemeente wil dit nu veranderen door de tuin open te stellen en toegankelijk te maken voor iedereen. Zo wordt een toegang gecreëerd tot het aangrenzende sportcentrum waardoor de pastorietuin als het ware een verlenging wordt van het sportcentrum en de groene zone in het dorp. De tuin biedt ook mogelijkheden voor de kinderen die in de kinderopvang verblijven. De kinderopvang verloor onlangs een groot deel van haar tuin door de uitbreiding van het gebouw.

De inrichting die zal gebeuren focust voornamelijk op kinderen uit de basisschool. Er wordt een boomhut gebouwd en er zal een ravotzone ingericht worden waar het mogelijk is om kampen te bouwen en hindernissen van boomstammen te nemen. Maar het openstellen van de tuin zal ook andere leeftijdsgroepen aantrekken. De openluchtklas die voorzien wordt, zal zowel voor de school als voor de bibliotheek interessant zijn. Want die bibliotheek verhuist misschien naar het gebouw in de tuin, de eigenlijke pastorie.

Subsidiebedrag: 48.780,- euro

AALST – GRAANMARKT (2008)

De Graanmarkt is gelegen in het stadscentrum van Aalst tussen de Grote Markt en het station. Het atheneum grenst aan het park.

Hierdoor passeren veel bus/treinreizigers en scholieren het park.

Het bestaande park, aangelegd in 1954, vertoont een tekort aan structurele infrastructuur. Er zijn geen speelelementen en het oogt saai en steriel. De weinige beplanting bestaat uit een coniferen- en berkengroep, enkele haagbeuk-haagjes en wat heesters en bodembedekkers. Het oudstrijdersmonument is een afgescheiden element binnen het park en de aanwezige bankjes staan met de rug naar het park toe, uitkijkend op geparkeerde auto’s langs de straat. De aanwezige verharding is absoluut niet geschikt voor fietsers en rolstoelgebruikers.

Visie waarbinnen het project kadert:

De stad Aalst voorziet een volledige herinrichting van haar stationsbuurt, de Graanmarkt is hierin de verbindende schakel met de stadskern. Door de speelvriendelijke inrichting van het park worden gezinnen naar de stadskern aangetrokken. De scholieren van het nabijgelegen atheneum kunnen er terecht voor hun “rondjes lopen” op een nieuw aangelegde Finse Piste, die natuurlijk ook gebruikt kan worden door andere joggers. Buurtbewoners kunnen er terecht om activiteiten te organiseren of gewoon een “groen” moment van rust in te lassen. De heraanleg van dit park moet de stedelijke ambiance van de stadskern vergroten en het wonen in de stadskern stimuleren en aantrekkelijk maken. Gezinnen met kinderen zijn hierbij de voornaamste doelgroep.

Participatie:

Een belangrijke reden om de mensen te laten participeren is om de besluitvorming over en de kwaliteit van een plan te verbeteren. Mensen zijn experts binnen hun eigen leefomgeving.

De stad Aalst heeft “participatie” ruim opgevat, vertrekkende vanuit de redenering dat het park er is voor iedereen: buurtbewoners, toeristen, scholieren…

De omwonenden werden in eerste instantie geraadpleegd op een inspraakmoment bij de voorontwerpfase, dus de inspraak ging verder dan een loutere peiling naar hun behoeften en noden. Om het plan bekend te maken aan voorbijgangers en toeristen werd een artikel gepubliceerd in de stadskrant ‘ Denderend Aalst ‘. Tenslotte was er een nauwe samenwerking met de aanpalende school. Zij waren erg enthousiast over het herinrichtingsplan en op hun vraag werd tevens de optie opgenomen om in het park een Finse looppad te integreren. De klasseraden zullen in de toekomst ook nauw bij de verdere opvolging en uitvoering van de plannen betrokken blijven.

De Graanmarkt, een voorbeeld van duurzaamheid:

Principes van duurzaam parkbeheer :

Duurzaam parkbeheer is gericht op het instandhouden van het park als park.
Het behoud van het park moet gegarandeerd worden, dit kan indien planologisch maatregelen worden genomen om aan het gebied een passende bestemming te geven en als er een beheerplan wordt opgemaakt dat bijdraagt tot de duurzaamheid van het gebied. Het gewestplan duidt de Graanmarkt aan als parkzone (groen). Dit verzekert de toekomst van het park. De beheervisie is duurzaam aangezien het beheer éénvoudig is en daardoor vol te houden op lange termijn. In het recreatieve gedeelte van het park is er een iets intensiever beheer nodig maar het natuurlijk gedeelte wordt zo ingericht dat wieden en maaien het enige onderhoud zijn. Het maaien dient slechts éénmaal per jaar te gebeuren. Het wieden is iets arbeidsintensiever maar éénvoudig, vooral door het gebruik van een deklaag die onkruidbestrijdend werkt.

De duurzaamheid van een park wordt versterkt door het ontwikkelen van een totaalvisie van het park in relatie tot de omgeving.
Een park mag nooit als een groen eiland beschouwd worden, er moet gestreefd worden naar een groene structuur binnen het geplande groenbeleid zodat het park één van de groene elementen wordt binnen een geheel.
In Aalst wil men de Graanmarkt opnemen in het ‘ kindtracé’, een route waarlangs kinderen zich veilig en zelfstandig kunnen verplaatsen van de ene speelplek naar de andere. Aan dit speellint kunnen de binnenruimte van het Atheneum en het administratieve centrum gekoppeld worden. Deze binnenruimtes kunnen de Graanmarkt in de toekomst dus versterken. Het park is dus geen op zichzelf staand gegeven maar wordt verwerkt in een totaalvisie voor de omgeving. Omdat dit het geval is, zal naar alle waarschijnlijkheid de functie en uniciteit van het park behouden blijven. Het park vervult een functie binnen een geheel.

De duurzaamheid van het park wordt versterkt door het toepassen van een natuurgericht beheer.
Bij een natuurvriendelijk beheer wordt de nadruk gelegd op een bewust gebruik van natuurlijke processen. In het herinrichtingsplan van de Graanmarkt wordt het park opgedeeld in een recreatief en natuurlijk gedeelte. Een wandelpad doorheen het park vormt de ruggengraat van het park en meteen ook de scheiding tussen deze 2 delen. Een stapelmuur, opgetrokken uit kleiklinkers, omrandt het pad. Het recreatieve gedeelte zal voornamelijk uit gras bestaan, terwijl het natuurlijk gedeelte vooral uit prairiebeplanting zal bestaan. Het beplantingsplan voor het natuurlijk gedeelte is zodanig uitgewerkt dat een minimum aan menselijke tussenkomst nodig is, natuurlijke processen gaan zijn gang, er wordt zo weinig mogelijk ingegrepen. Dit is mogelijk dankzij de aanleg van een vaste-plantengemeenschap. Deze moet niet elke 3 jaar herplant worden of verjongd. Er is geen drinkwater nodig voor de begieting, er zijn absoluut geen bestrijdingsmiddelen of meststoffen nodig en het is zeer onderhoudsvriendelijk. De planten trekken insecten en vlinders aan, kortom de natuur kan zijn vrije gang gaan. Verder worden de bomen die nu reeds aanwezig zijn gewoon behouden.

Op de oude Graanmarkt stond begin 20e eeuw een stadspomp. Vandaag wil de stad opnieuw water in het park brengen via een drinkfontein en er een speelfunctie aan geven. Het afvloeiende water komt in een verharde gracht die uitmondt in een bezinkingspoeltje. Het water van de zeilstructuur die dient als overdekte ontmoetingsplaats, kan dan ook worden opgevangen in diezelfde gracht. Op die manier wordt ook voor het recreatieve gedeelte een natuurvriendelijke oplossing gebruikt voor een praktisch probleem (afwatering). Langsheen het poeltje komt oeverbeplanting.

In het recreatieve gedeelte wordt een palenbos gemaakt: korte en lange houten palen die vertikaal in de grond worden geplant en die dienen als klim- en klauterelement. Verder wordt er een Finse piste aangelegd voor de joggers. Het recreatieve gedeelte past perfect in de visie van een natuurgericht beheer omdat de huidige functie een eventuele latere herschikking van het park niet in de weg staat, natuurlijke processen kunnen rustig doorgaan.

Het project ontving in 2008 een subsidie van 95.650 €.

GENT – LOUSBERGPARK: Een voorbeeld van diversiteit (2008)

Het Lousbergpark is 1.14 ha groot en is omgeven door bebouwing. Gelegen op 1 km van het historische centrum en nabij het station Dampoort, is deze woonwijk een aantrekkelijke plek geworden voor jonge gezinnen. Het projectgebied zelf is ontstaan na afbraak van oude gebouwen zoals o.a. het voormalige Lousbergtehuis op het zuidelijk deel van het terrein. Dit deel is nu ingezaaid met gras en is voorlopig al bruikbaar voor recreatie. Op het noordelijke gedeelte stond de drukkerij van de krant “ Het Volk”. Dit deel ligt momenteel nog braak.

Visie waarbinnen het project kadert :

Het bestuursakkoord 2007-2012 pleit voor een leefbaar Gent met aandacht voor een gezond leefmilieu en meer groen tot in het stadscentrum, voor een groene stad met ravotplekken, met als actiepunt de realisatie van minstens 10 nieuwe wijkparken. Het Lousbergpark is er één van. De Stad Gent wil met de aanleg van dit park een functioneel en recreatief buurtpark aanbieden aan de omwonenden. Een opmerkelijk thema en aandachtspunt bij de opzet van dit project is het “intergenerationeel” werken. Jong en oud worden actief betrokken en zijn ook beiden de doelgroep. Spelen en ontmoeten staan centraal. Het concept voor de inrichting illustreert deze visie: er wordt enerzijds een natuurlijk-avontuurlijk Robinsonpark aangelegd voor de kinderen, anderzijds wordt er bloemetjesbehang, fauteuils en staanlampen gebruikt voor een ‘opa & oma sfeer’ binnen het park.

Participatie :

Tijdens het hele planningsproces stond participatie centraal. Verschillende stadsdiensten en organisaties (Seniorendienst, Jeugddienst, vzw Jong,, Buurtwerk, Groendienst…) sloegen de handen in elkaar en organiseerden een aantal activiteiten met als doel om jong en oud kennis te laten maken, met elkaar, met het park en met elkaars ideeën over het park. Dit gebeurde via interviews (kinderen ondervroegen ouderen over hun leven toen en nu), organisatie van een ‘gezelschapsspelendag’, uitwisseling van vriendenboekjes tussen jong en oud waarin gepolst werd naar hun favoriete activiteiten in een park… Een paaseierenzoektocht in het toekomstige park, een fietstocht langs enkele Gentse voorbeeldparken, de Lousbergse Spelen... allemaal momenten waarop jong en oud hun behoeften konden bekend maken. Ook de minder mobiele senioren werden betrokken: aan hen werd het project voorgesteld aan de hand van een maquette. Resultaat was een goed beeld van de wensen van deze groep: rustige zitelementen, verlichting, petanquebanen…

Natuur, avontuur, sport en rust waren de belangrijkste wensen van de toekomstige parkgebruikers.

Gent was heel origineel in hun opvatting over participatie, zeker een voorbeeld voor andere steden. Participatie kan meer zijn dan het invullen van een vragenlijst…

Lousbergpark, een voorbeeld van diversiteit

Principes van beheer gericht op diversiteit:

Diversiteit in openbaar groen omvat 3 aspecten: diversiteit in opbouw van het groen, diversiteit in functies en diversiteit in soorten.

Het park heeft een gevarieerde structuur
In het Lousbergpark wordt gewerkt met verschillende componenten die samen de groene structuur van het park bepalen. Zandduinen van 3 tot 5 meter gaan over in grasheuvels van 1 tot 1.5 meter hoog, eindigend in kleine zandvlakken.

Een lange wadi verwijst naar de plaats waar vroeger de stadsomwalling was, deze wadi wordt bekleed door een vegetatie van kruiden, struiken en meerstammige bomen.

Langsheen alle parkwanden vinden we hoogstammige en meerstammige bomen. Voor de speelvlakken is kort gazon voorzien en de binnentuin behoudt zijn beeld van perenboomgaard. Verspreid over het park zullen er bloeiende planten zoals paasbloemen, kerselaars, enz… worden gezet.

Centraal in de boomgaard is er een vijvertje met fontein, dat reeds aanwezig was maar nu hersteld wordt.

Biodiversiteit
Aangezien het Lousbergpark bestaat uit zoveel verschillende structuren, is het ook voor de hand liggend dat er een grote verscheidenheid aan soorten aanwezig zal zijn. Duinstructuren vragen nu éénmaal een ander soort beplanting dan waterpartijen…

Gent kiest ervoor om zoveel mogelijk te werken met inheemse soorten die passen bij de gebruikte bodems (zand, lemig zand, klei). In de ondergrond bevindt zich nog een betonplaat van het vorige bouwwerk. Men wil deze gewoon laten zitten en bovenop de plaat werken met klei en zand, dit in combinatie met drainage naar de gracht. Zo ontstaat een uniek biotoop in een parksituatie met een overgang van droge duinen naar een waterrijk milieu.

Het park vervult gelijktijdig meer functies
De diversiteit van een park wordt ook bepaald door de functies die zij gelijktijdig kan vervullen.

Recreatieve functie:
De mate waarin een park deze functie kan vervullen hangt natuurlijk af van de voorzieningen in het park. Zoals reeds eerder besproken, is Gent uitgegaan van een ontwerp dat ‘intergenerationeel’ is. Jong en oud zijn betrokken en dit uit zich ook in de infrastructuur die het park biedt. Veiligheid en bereikbaarheid voor iedereen waren basisvoorwaarden voor een goed ontwerp.

Voor de allerkleinsten is er een kleuterspeelhoek bestaande uit speeltoestellen in een zandbak en zitbankjes voor de ouders.

Iets oudere kinderen kunnen terecht in het duinenlandschap waar een aantal avontuurlijke spelaanleidingen zijn geïntegreerd.

Tenslotte is er sportgelegenheid voor voetbal, een kiosk voor openluchtoptredens of als ontmoetingsplaats, lummelpalen, rustige zithoekjes en een verhard terrein om te fietsen, rolschaatsen, hinkelen, spelen met krijt…Op één van de verharde pleintjes komt een grote picknicktafel en een buurtbarbecue.

Over heel het park verspreid komen comfortabele zitbanken met rugleuningen en betonnen fauteuils als ‘hangplekken’. De mogelijkheden zijn heel uiteenlopend en vrijwel iedereen kan zich aangesproken voelen om tijd door te brengen in het park.

Sociaal-maatschappelijke functie
Parken hebben een uitgesproken maatschappelijke betekenis: aan de buurtbewoners die frequent gebruik maken van het park, wordt de mogelijkheid geboden blijvende sociale functies op te bouwen, parken zijn uitstekende ontmoetingsplaatsen.

Voor de stad Gent was ‘ontmoeten’ het uitgangspunt voor de aanleg van dit park. Aangezien de inrichting van het park toegespitst is op verschillende leeftijden is de kans ook groter dat jong en oud elkaar terug ‘ontmoeten’.

De infrastructuur nodigt uit tot sociaal contact: picknicktafels, bankjes, buurtbarbecue, enz…Dit is ideaal voor het groot aantal jonge gezinnen dat hier recent is komen wonen vanwege de goede centrale ligging.

Cultuur-historische functie:
De cultuur-historische elementen, waarvan sommige doen herinneren aan het industriële verleden, worden zoveel mogelijk behouden en geïntegreerd in de parkaanleg. De oude rietgracht liep doorheen de site. Met de aanleg van de wadi wordt gerefereerd naar de vroegere stadsgracht. De oude binnentuin met de waardevolle verzameling perenbomen zal hersteld worden en de bomen zullen als een ‘collectie’ worden beheerd.

In samenspraak met de buurt kunnen in het park ook enkele nieuwe artistieke elementen opgenomen worden. Zo bestaat het idee om portretten van bewoners te voorzien op de parkwanden en om afbeeldingen van Jommeke te verwerken als verwijzing naar de verdwenen drukkerij Het Volk.

Het project ontving in 2008 een subsidie van 160.000 €.

GERAARDSBERGEN – DEN BLEEK: Een voorbeeld van milieugericht parkbeheer (2008)

Het projectgebied ‘Den Bleek’ is gelegen in Geraardsbergen in de provincie Oost-Vlaanderen. De site ligt tussen de Guilleminlaan en het sluizencomplex over de Dender. Historisch was Den Bleek een open plek aan de oevers van de Dender waar het linnen van de textielfabrieken ‘ gebleekt ‘ werd. Restanten van funderingen en muren wijzen nog op de aanwezigheid van industriële bebouwing.

Het open weidelandschap werd overwoekerd door snelgroeiende boomsoorten en onkruiden en er ontwikkelde zich een bosje. Het overgrote deel bestaat uit natte struwelen. Centraal op de site bevindt zich het Stedelijk Openluchtzwembad van de Stad Geraardsbergen. Ten zuiden hiervan is er een open ruimte, een mini-golfterreintje dat in de toekomst zal verdwijnen. Ten noorden van de site ligt het basisschooltje ‘ Den Dender’, aansluitend aan de site.

Visie waarbinnen het project kadert:

Den Bleek is op dit moment gedeeltelijk braakliggend en vormt de ontbrekende zachte schakel tussen het historische centrum van de stad en de wijken tussen het station van Geraardsbergen en de Dender.

De stad wil dit gebied openstellen voor het publiek en het vrijmaken van distels en brandnetels. Zo krijgen de kinderen uit de buurt en van de basisschool en hun ouders de gelegenheid om van dichtbij te genieten van wat de natuur te bieden heeft. Eigenlijk zou het volstaan om enkele wandelpaden te voorzien, maar de ambitie van de stad reikt verder. Ze wil de kinderen stimuleren in het spelen door het plaatsen van duurzame en creatieve speeltoestellen of -elementen. Ook wil de stad de waterhuishouding in het gebied verbeteren. Kortom, er kan een groen hart gecreëerd worden in de stad dat de perfecte symbiose vormt tussen speeltuin en natuur: de natuurspeeltuin! Voor de opmaak van het plan heeft de stad inspiratie opgedaan bij reeds bestaande natuurspeeltuinen zoals vb. “De Speeldernis” in Rotterdam.

Participatie :

De stad engageert zich om de bewoners te betrekken bij de planvorming, de uitwerking en de realisatie van den Bleek. Via de geijkte kanalen: stadsmagazine, website, posters… zullen de inwoners op de hoogte gebracht worden van de plannen. Infomomenten zorgen ervoor dat mensen betrokken worden bij de praktische invulling van deze plannen.

Naast de communicatie met de buurtbewoners is de inbreng van de aanpalende basisschool belangrijk en noodzakelijk. Ook de uitbaters van het openluchtzwembad kunnen een rol spelen bij het overbrengen van de nodige informatie betreffende het park.

Tot slot wordt er contact opgenomen met de verschillende jeugdverenigingen (Chiro en Scouts) en natuurverenigingen om een maximale betrokkenheid van de Geraardsbergse jeugd te garanderen.

Den Bleek, een voorbeeld van milieugericht parkbeheer

Principes van milieugericht parkbeheer :

Het parkbeheer voldoet aan de algemene zorgplicht voor het milieu
Dit wil zeggen: iedereen die handelingen verricht of hiertoe de opdracht verleent, is verplicht alle maatregelen te nemen om de schade aan het milieu te voorkomen.

Geraardsbergen vervult deze zorg voor het milieu door te kiezen voor een duurzaam onderhoud van het park. Middelhoutbeheer is van toepassing op het bestaande bos en de bufferzone. Er gebeurt geen grondbewerking, noch bemesting. Men streeft naar een natuurlijke ontwikkeling en een gemengde opstand. Men kiest voor een vrij lange kapcyclus waarbij zeldzame soorten nog aanwezig kunnen blijven.

Er is een éénmalige maaibeurt in augustus van de weides die als hooiland zullen worden beheerd. Geraardsbergen maakt gebruik van de genenbank, aangelegd door het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, om zoveel mogelijk gekende autochtone bomen en struiken uit de Vlaamse Ardennen te integreren in het plan. Deze variatie is van grote ecologische waarde maar geeft het geheel ook een wilder karakter, wat mooi contrasteert met de dichtbebouwde stad.

Tegengaan van verdroging
De verharde oppervlakte wordt bij de parkaanleg zoveel mogelijk beperkt gehouden om de infiltratiecapaciteit maximaal te houden.”

In Den Bleek wordt de inbreng van verhardingen beperkt tot enkele structurerende en organiserende paden in beton. Hierdoor kan de afwatering zonder goten gebeuren, en het overtollige regenwater kan rechtstreeks in de bodem infiltreren. Een tertiaire wandelstructuur die de verschillende gebieden verbindt, wordt aan het toeval van het gebruik overgelaten. Zo zullen wandelaars en kinderen zelf uitmaken waar er nood is aan bijkomende paden. Deze paden zullen onderhouden worden met zand en/of boomschors.

Van groot belang is ook het behoud en de uitbreiding van de bestaande grachtenstructuur aangezien dit gebied bekend is voor overstromingsgevaar. Bruggetjes zullen de zones verbinden die door grachten afgebakend worden. Deze kunnen gebouwd worden samen met de jeugdverenigingen en school.

Het project ontving in 2008 een subsidie van 147.047 €.

KLUISBERGEN – DE FRUITIGE SPEELWEIDE (2008)

Het projectgebied in het Oost-Vlaamse Kluisbergen is gelegen tussen paden, een pastorietuin en een parking. De bedoeling is van dit terrein een park te maken dat rechtstreeks gelinkt wordt aan het kerkplein. Het gebied wordt opgedeeld in 3 stukken met elk een eigen functie. Eén deel wordt een hoogstam boomgaard met streekeigen fruitsoorten. De opbrengsten zijn voor de passanten die zich de moeite getroosten te rapen of te plukken, zo biedt het park een extra vorm van recreatie en participatie. Een ander deel wordt een stukje voor de sportievelingen (een trapveld) en het laatste stuk wordt een verhard terrein, dat kan gebruikt worden voor dorpsfeesten, petanque, enz…

Origineel detail in dit project is dat de ingang bestaat uit een palendoolhof die voertuigen verhindert het park binnen te rijden en tegelijkertijd een speelelement vormt voor kinderen.

Het project ontving in 2008 een subsidie van 158.762,71 €.

LOVENDEGEM – KORT EINDEKEN (2008)

In Lovendegem heeft men het bestaande Chiro-terrein, dat zeer groot was, opgesplitst en één stuk behouden voor publieke ruimte. De gemeente splitste deze projectruimte op in 2 delen. Op het stuk waar het gebruik intensief is, wordt een polyvalent grasveld, een kinderspeelplaats en amfitheater voorzien. Ook een verhard stuk en graspaden lopen doorheen dit gedeelte. Het tweede stuk is gericht op een minder intensief gebruik en bestaat uit een bloemenrijk grasland, een speelbos met deels intensief gemaaide stukken wat voor de dagvlinders een natuurlijk biotoop betekent. Verder komt er een houtwal die bestaat uit gezaagde stammetjes, hierin zullen gaatjes worden geboord als nestplaats voor insecten. In de bestaande grachten wordt riet aangeplant.

Het project ontving in 2008 een subsidie van 110.658,74 €.

SINT-NIKLAAS – DESTELWIJK: Participatie is niet alleen praten. Sint-Niklaas zet aan tot actie (2008)

Sint-Niklaas wil kwaliteitsvol groen in het stedelijk gebied versterken. Het terrein, dat heraangelegd zal worden, is volgens de verkaveling ingekleurd als strook voor openbaar groen. De bedoeling is een speelterrein te creëren dat avontuurlijk is maar ook veilig. Het terrein zal bestaan uit verschillende elementen: een stukje laag gras (voetballen), een openluchttheater ingebouwd op een heuveltje, notenbomen, avonturenpad en holle weg. Sint-Niklaas ging ook een stapje verder in de participatie van de gebruikers. Er werd een boom-plantdag georganiseerd en jeugdverenigingen zorgden voor de bouw van hutten of kampen, gemaakt uit levende takken. Buurtkinderen werden uitgenodigd om te helpen.

Het project kreeg in 2008 subsidies voor 77.967,50 €.

GENT – MALMAR PARK (2007)

Gent kiest in haar beleid voor meer groen in en rond de stad. Daarom ontwikkelde de stad vier groenpolen. Eén daarvan is het voormalige industrieterrein van Malmar. Om de realisatie van het park mogelijk te maken investeerde de Stad in de aankoop van ongeveer 3 ha gronden in privé-eigendom (Malmar NV).

De voormalige industriële site was vervuild na meer dan 100 jaar industriële activiteit. Doordat de saneringskosten zo hoog opliepen, bestond het risico dat het terrein een blackpoint zou blijven binnen de stad. Uiteindelijk neemt Malmar de saneringskosten op zich om het terrein om te vormen tot stadspark De stad Gent wil enkele sociale woningen optrekken aan de rand van het park en gaat extra investeren om een deel van het terrein te saneren voor woongebied.

Door integratie van cultuurhistorische elementen zoals een stukje van de oude katoenspinnerij van Bartsoen-Buysse met toegangsweg en treinsporen en het laatste stationnetje van de ‘buurtspoorwegen’ en door linken te leggen in het ontwerp met het verleden krijgt het park een verankering in de buurt die verder gaat dan een zuiver functionele of milieufunctie.

Het vernieuwende van het project zit vooral in het aanwenden van de bestaande toestand als basis voor de ontwikkeling van het gebied als park: cultuurhistorische relicten ( fabriek, stationnetje, kasseien, sporen) en bestaande vegetatie ( 3 bosjes, strook, pioniersvegetatie) waardoor een sterke identiteit ontstaat. Ook het integreren van een parkconcept in bodemsaneringsproject is zeer vernieuwend.

HAMME - PARK KERKWIJCK (2006)

Park Kerkwijck bestaat uit oude parktuinen, vroegere landbouwgronden met daartussen restanten van een touwslagerij, gelegen in het centrum van Hamme. Met de inrichting van deze verlaten groenzone wil de gemeente het gebied beter toegankelijk maken. Dit gebeurt met respect voor de uitgangsituatie; bestaande groenelementen blijven zoveel als mogelijk behouden. Anders dan in het park Arbed Noord te Gent, wordt hier geen link met het industriële verleden voorzien.

RONSE - CCC DE NIEUWE LEIE (2006)

In dit project wordt een oude textielfabriek omgebouwd tot cultuursite. De rode draad doorheen het hele project is de relatie tussen cultuur en natuur. Deze site, met haar gebouwen en de groeninvulling er rond, vormt de link tussen de stadskern en de natuur van de heuvels van de Vlaamse Ardennen.

GENT – ARBEDPARK NOORD (2006)

Het Arbedpark Noord is een park van 3,3 hectare groot, dat zal gerealiseerd worden op de voormalige Trefil Arbedsite. Het park vormt een scharnierpunt op de Ledebergse Scheldemeander. Deze meander omsluit de dichtbebouwde wijken van Ledeberg en Gentbrugge. Door deze nieuwe groenzone langs de meander zal de leefkwaliteit van de dichtbevolkte en voornamelijk grijze woonwijken veel verbeteren. Het project omvat eveneens de realisatie van een fietsverbinding langs de Schelde. Het project is een mooi voorbeeld van hoe een voormalige industriële site kan omgevormd worden tot een groene open ruimte met aandacht voor het industriële verleden van de site.

AALST – PARKTUIN SCHELFHOUT (2005)

Het 1 hectare grote domein Schelfhout ligt tussen het watertorenplein en het historisch centrum (Zonne- en Sint-Kamielstraat). Het is één van de weinige groene ruimtes in de directe omgeving, maar was tot nu toe beperkt toegankelijk. Met de komst van een complex van 30 serviceflats (vzw De Toekomst) en een woningbouwproject van 25 sociale appartementen (Dewaco), wil de stad het park toegankelijker maken voor de hele buurt. Niet alleen voor de toekomstige bejaarden uit de serviceflats maar ook voor de schoolgaande jeugd van de nabijgelegen scholen.

De kasteeltuin werd aangelegd in Engelse landschapsstijl met een gesloten karakter.
Het voorgestelde concept zorgt ervoor dat een moeilijk toegankelijke private tuin openbaar en beter toegankelijk wordt voor alle gebruikers (ook rolstoelgebruikers). Aan de toegang van het park bedraagt het niveauverschil namelijk 3 à 4 meter.
Ondanks het feit dat het park meer toegankelijk wordt gemaakt, zal de ‘besloten’ sfeer van het park behouden blijven. De werken omvatten: herstel van de vijver en gracht met herplaatsing van de brug, uitbreiding parking, aanbrengen beplanting, recreatieve infrastructuur, paden in waterdoorlatende verharding, enz…
De aanleg van de volkstuintjes en een compostparkje zal tevens de betrokkenheid van de buurtbewoners bij het park verhogen.

Het project ontving een projectsubsidie van 68.062,5 euro.

EEKLO – DE MELKWEG (2005)

Het project beoogt het inrichten van een aantrekkelijke, groene verbinding in het centrum van de stad. Het concept omvat de aanleg van een fietspad, voetwegen en beplantingen langsheen de spoorweg tussen het station aan de Oostveldstraat en Kerkstraat 'De Melkweg'.

Het gebied paalt enerzijds aan de 'Stassano-site' en anderzijds aan een nieuw appartementencomplex. Het park heeft voornamelijk een verbindingsfunctie voor de voetgangers in de omgeving van de oude spoorlijn in het sterk verstedelijkte weefsel (centrum Eeklo).
Bij de uitvoering wordt veel aandacht besteed aan integraal waterbeheer. Het water afkomstig van het nieuwbouwproject en de aanpalende wijk wordt geïnfiltreerd naar een aan te leggen moeraszone.

Omwonenden en gebruikers worden betrokken bij het overleg van het ontwerp.

Het project ontving een projectsubsidie van 150.000 euro.

GENT - FNO-PARK (2005)

Met dit project wordt een park van 1,8 ha aangelegd, gelegen in de verstedelijkte omgeving van de Bloemekenswijk in de 19de eeuwse gordel van Gent. Het zal fungeren als buurtpark voor twee wijken waar relatief veel kinderen en migranten met een buitencultuur wonen.

Het ontwerp beoogt een functioneel openbaar park dat voldoet aan de wensen van de toekomstige gebruikers.

Vertrekkende van de aanwezige natuurwaarden, zoals ondermeer een moeraszone, restanten van een oude parktuin en een oude boomgaard, wordt het toekomstige park ontwikkeld in verschillende sferen en compartimenten. Zo krijgt het park een gevarieerde structuur met gesloten en open ruimtes. Er worden zowel zones gecreëerd voor meer intensieve recreatie als zones waarbij de klemtoon zal liggen op rustig genieten en (natuur)beleving.

Belangrijk is dat het project stapsgewijs zal gerealiseerd worden in overleg met zowel de huidige als de vroegere gebruikers. Na de basisaanleg zal worden gekeken hoe de verschillende plekken worden gebruikt of geëvalueerd. Waar wenselijk wordt naderhand verder ingegrepen of bijkomende infrastructuur aangelegd. Kunst krijgt een belangrijke plaats in het park en zal samen met de parkgebruikers worden opgesteld.
Dit 'doorgroeiconcept' onderscheidt zich duidelijk van alle andere concepten en beantwoordt maximaal aan de toepassing van de principes 'Harmonisch Park-en Groenbeheer'.

Het project ontving een projectsubsidie van 150.000 euro.

GENT - SINT-BAAFSKOUTER (2004)

Het groenproject ligt in Sint-Amandsberg, d.i. ten oosten van de Gentse Binnenstad, op een afstand van ruim 1 km van het station Gent-Dampoort. Naast het groengebied is het sportcomplex De Rozebroecken gelegen. Het gebied is één van de groene longen rond Gent en planologisch verankerd in het gemeentelijk structuurplan. Voor het gebied werd een structuur- en functieschets opgemaakt.
Behalve de beboste zone ten noorden van het park, werd het gebied vanaf de jaren ’30 gebruikt als stortterrein dat bovendien nog als volkstuin werd ingericht. Op het terrein tonen fruit- en tuinsoorten dit gebruik aan. Na de ontruiming van de tuinen is het terrein onbeheerd achtergebleven en kon de flora en fauna zich gedurende jaren ongestoord ontwikkelen. Op een heel creatieve manier wordt omgesprongen met de bestaande toestand (gebruik fruit- en tuinsoorten) en de beperkingen van het terrein (vervuiling). Bovendien worden natuurlijke ( vb. ruigtevegetatie) en cultuurlijke ( vb. fruitboomsoorten) aspecten met elkaar in contact gebracht tot een harmonieus geheel.
Het project voldoet aan de criteria zoals gesteld in de projectoproep: een meer functionele inrichting zowel intern als extern zal het park voor een groter publiek toegankelijk maken, kaderend in de visie Harmonisch Park- en Groenbeheer. Het project ontving een projectsubsidie van 150.000 euro.

LEDE – PARK MESEN (2003)

Het projectgebied bevindt zich in het centrum van Lede. Het domein was oorspronkelijk een kasteeldomein, de huidige vorm dateert grotendeels van vóór 1695. Het domein sluit aan bij verschillende private parkgebieden, het is de bedoeling deze groene structuur te vrijwaren. In het park bevindt zich een reigerskolonie. Er zullen in het park een aantal openbare functies gerealiseerd worden maar niet ten koste van de aanwezige waardevolle groen- en natuurelementen.
Bij de herinrichting gaat men uit van:

  • Het versterken van de groenstructuur met respect van bomenbestand
  • Nieuwe ingrepen met behoud van de historische parkstructuur
  • Aansluiting bij voetgangersstromen buiten het park
  • Plaats voor recreatie
  • Aantrekkelijke toegangen tot het park

GENT – DE GROENE VALLEI (2003)

Het project ligt op minder dan 1 km van het historische stadscentrum en omvat het terrein "Groene Vallei", het oudere landschappelijke park "Nieuwe Wandeling" en een zone rond hoogbouw.
Naast het creëren van een parkzone door renovatie van het oudere park en aanleg van de Groene Vallei, wordt er ook gezorgd voor kwalitatieve verbindingen en een functionele aansluiting op het woonweefsel.
De stad heeft een Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) opgesteld om het gebied de bestemming "parkzone" te geven zodat de open groene ruimte behouden blijft.

OUDENAARDE – GEDEMPTE OUDE SCHELDE-ARM (2002)

In de periode 2002-2004 werd op een langgerekt braak stuk grond waar voorheen de oude Schelde vloeide en dat vlakbij het centrum van Oudenaarde gelegen is, een waardevolle groene fiets- en wandelverbinding gerealiseerd. Hiermee werden de jachthaven (Oude Scheldearm) en het natuureducatief gebied ‘Speibos’ met elkaar verbonden.
De realisatie van een natuurlijke verbindingsstrook tussen Ename en het Spei en het jaagpad langs de Schelde betekent een bijkomende migratiezone voor allerlei flora- en fauna-elementen.
Naast een rustige en veilige fietsverbinding is ook gedacht aan de behoeften van de buurtbewoners. Zo werden rustplaatsen en ontspanningsvoorzieningen op grasstroken en –pleinen voorzien. Het ontwerp combineert meer cultuurlijk groen (gazon en dubbele bomenrij) met meer natuurlijk groen met inheemse boom- en struiksoorten.

GENT – LEDEBERGSE SCHELDEMEANDER (2002)

Het terrein gelegen in de Bellevuewijk langs de Schelde is in gebruik als privé parkeerterrein. De drassige terreinen aan het E3-plein worden momenteel gebruikt door voornamelijk mensen uit de ruimere buurt en het gazon wordt er intensief beheerd. De bedoeling is om het terrein een hogere functionaliteit te geven, beter afgestemd op de specifieke (bodem)eigenschappen van het terrein. Bovendien zal men door het E3-plein te verbinden met de Bellevuewijk en de Scheldedijk zorgen voor een betere bereikbaarheid van de terreinen en een goede ontsluiting voor zacht verkeer op ruimere schaal. Gezien de afwezigheid van privé-groen en andere openbare ruimten in deze buurt is de noodzaak aan actieve recreatie in dit gebied groot. Dit belet echter niet dat er geen ruimte is voor natuur in het park. De voorgestelde aanpak biedt zowel mogelijkheden voor een natuurlijke ontwikkeling als voor de invulling van de sociale functie van het park. Bovendien wordt door de aaneenschakeling van diverse groengebieden via de Schelde, waarbij de Schelde fungeert als blauw lint en ecologische drager, een ecologisch netwerk gegarandeerd.

AALST - SOMERGEMBOS (2002)

De voorgestelde "groene verbinding" verbindt twee waardevolle natuurgebieden: Osbroek-Gertsjens en het Kluisbos. Het projectgebied, volledig eigendom van de stad, bestaat uit drie deelgebieden. In eerste deelgebied, voormalig grasland, werd een hoogstamboomgaard met oude fruitrassen aangeplant. De beekvallei werd beschermd en versterkt en er werd een aanzet gedaan voor het geplande stadsbos. In een tweede deelgebied werd een tweede zijarm van de Somergembeek opengemaakt en een speelzone aangelegd. Er werd eveneens een moeraszone voorzien. De derde deelzone is de verbindingszone. De Somergembeek vormt doorheen het volledige gebied een ruimtelijk recreatief-ecologisch verbindingselement. Uit het project blijkt duidelijk dat er een evenwicht gevonden is tussen de ecologische waarde van het gebied, het voldoen aan de (recreatieve) noden van de bevolking en de mogelijkheden die het terrein biedt.

GENT – BUURTPARK LUCAS DE HEERESTRAAT: harmonische aanleg van buurtpark (2001)

Dit buurtpark heeft een oppervlakte van 1500 m² en ligt in het hart van van een woonblok. Samen met de bewoners werd een ontwerp uitgetekend. Vooral het belang van de groene ruimte als sociale ontmoetingsplaats vond de buurt heel belangrijk. Daarom werden heel wat zitbanken en een speeltuin ingebracht. Bestaande gebouwen en resterende nutsleidingen worden afgebroken en verwijderd.

KRUIBEKE – HOF KERCK HOECK: harmonische inrichting van groene ruimte bij nieuwe verkaveling (2001)

Het Hof in de Kerck Hoeck is een centraal gelegen terrein van 1,2 ha met woonhuis en boerderijgebouwen, dat werd uitgebouwd als gemeentelijk park. De gemeente kiest bewust voor het behouden van een groene open ruimte in een nieuwe woonzone. Het gebied, gelegen in het centrum, kreeg een groene bestemming in een BPA (Bijzonder Plan van Aanleg). Het park is multifunctioneel ingericht. Er is zowel aandacht voor natuur ( kleine landschapselementen of KLE), mens (recreatie en educatie) als op vlak van milieu. De bestaande elementen werden in dit project zoveel als mogelijk behouden en geïntegreerd. De interessante kleine landschapselementen vormen de basis voor de structuur van het park. Er is speciale aandacht voor het aspect water. Zo wordt een infiltratiezone aangelegd met opvang van de overloop van de hemelwaterputten. Maar ook de speeltoestellen zijn volledig rond het thema water, bodem en lucht uitgewerkt.

terug