Kempense Heuvelrug - Kasterlee Samenwerking voor duurzaam bosbeheer Een bos is een plaats om te ontspannen. Een plaats om in contact te zijn met de natuur. In Kasterlee is dat ook een aantrekkingspunt voor toerisme want dat brengt heel veel mensen naar onze toeristische gemeente en dat is voor een burgemeester ook iets waar je plannen over moet maken. Vlaamse bossen tellen vele eigenaars. De gemiddelde boseigendom is slechts 1 hectare groot. Die versnippering maakt de beleidsvoering niet gemakkelijk. Lokale besturen kunnen mensen samenbrengen voor duurzaam bosbeheer. Ik denk wel dat we één van de eerste waren in Vlaanderen om een uitgebreid bosbeheerplan te hebben. Dat ging over de Kempense Heuvelrug en nu zijn we bezig om dat uit te breiden naar alle openbare bossen en we hebben de handen in elkaar geslagen met het OCMW, gemeente, kerkfabrieken, provinciebestuur en een aantal private boseigenaars. We willen het versnipperde bos toch op een consistente manier beheren.
Hier zien we een mooie inlandse eik maar daarnaast staat een mooie grove den maar de twee staan een beetje in mekaars weg en we gaan in dit geval er eigenlijk voor kiezen om de den te kappen ten voordele van de eik zodat de eik een mooie majestueuze boom kan worden. Men begrijpt niet dat om een bos te beheren er kappingen moeten gebeuren, vooral dan het weghalen van de exoten, de niet inlandse bomen zoals de Amerikaanse eik, vogelkers en een aantal naaldbomen. Dat roept soms ook weerstand op en dan zeggen ze: “ die mannen van groen mogen overal bomen kappen en als wij in onze tuin één boom willen kappen dan moeten we een vergunning aanvragen”. Dat is iets dat niet gemakkelijk verkoopbaar is. In het begin dat een bos serieus gedund is dan komen ze ook zeggen "het is weer een kaalslag geweest. De gemeente heeft weer de verkeerde beslissingen genomen". Dan moeten we altijd zeggen “kom over 5 jaar eens terug dan ga je zien dat daar een heel nieuw bos staat, met frisse bomen, dat je een gemengd bos hebt van loofbomen en naaldbomen. Soms moet je de tijd een beetje laten werken voor dat je kan duidelijk maken waar je naar toe wilt met een gemengd, gezond bos. Op het einde van dit dreefje is er een plaats waar machines moeten draaien. Dit is bijna mijn ziel. Dit is mijn identiteit. Dat is de grond van waar ik kom. Overal waar ik zal zijn, zal ik altijd hier aan dat bos staan denken. Dat is een stuk van mijn eigen. Het bos zelf is ongeveer nog een 175 hectare groot. Samen met de weiden natuurlijk. Het is dus ongeveer een rechthoek van 2 km langs de Lichtaartse Herentalsesteenweg en een km van de baan tot aan de Kleine Nete. Rendement halen in een bos is spijtig genoeg gedaan maar anderzijds heeft men daar wel heel veel voldoening aan om in het bos te werken en dat geeft een doel aan mijn leven om in een schoon bos te mogen leven. We zijn eens komen zien naar de natuurwerken die we hier hebben uitgevoerd verleden jaar met name een klein moerasje bij wijze van proef terug proper gemaakt om te vermijden dat het helemaal dichtgroeit en daarvoor hebben we dus bomen laten wegdoen aan die kant. Maar wat stellen we nu vast dat er natuurlijk heel veel natuurlijke opslag is van de zaden van die dennenbomen, de grove den. Als dat zo blijft groeien dan staat hier binnen x- aantal jaren terug een nieuw bos. Vermits het de bedoeling is dat hier toch een ven in beheer blijft, zullen we dan maatregelen moeten treffen en moeten laten verwijderen.
Een ven is eigenlijk een bijzonder ecologisch gegeven, we zitten hier toch met heikikker populatie, beschermde lijstsoort, rode lijstsoort. Wat is bijzonder aan deze vennen? Wat is het habitat van zo’n heikikker? Die hebben eigenlijk vrij zure waters nodig en dan eigenlijk schrale gebieden er naast waar dat ze voedsel gaan zoeken en dit is dus een goede biotoop, een goede voortplantingsplaats voor die dieren. Het is bijzonder voor de vennen die we hier aantreffen. In dat natuurplan zijn er bepaalde minimum criteria opgenomen met name open plekken, een 5% van de totale oppervlakte. Hier hebben we verder ook een open plek gecreëerd van vroeger, en hier ook. Dat is echt in toepassing van het natuurrichtplan dat bestaat voor het herstel van de natuur. In dit perceel zijn we exotische bomen aan het bestrijden in dit geval vooral Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers. Het probleem met die exoten is dat ze eigenlijk veel forser, veel sneller groeien dan onze inheemse soorten. Het probleem is: doen we daar niets aan dan zullen die exoten eigenlijk onze inheemse soorten overgroeien en maken zij geen kans. Voor de bestrijding van exoten hebben we inderdaad verschillende manieren waarop we die kunnen bestrijden. De meest gekende manier is eigenlijk met kettingzaag afzagen en insmeren. Dat is iets wat we in mindere mate doen omdat dat erg arbeidsintensief is. Wat wij nu vooral doen bij dikkere stam is hetzij in brandhoudcircuit steken en vragen aan de brandhoutkopers dat zij die zullen insmeren. Dat is goed voor hun want hebben zij gratis of voor zeer weinig geld brandhout en voor ons wordt het werk gedaan. Anderzijds hebben we ook de hak en spuit methode. We gaan een inkeping maken in de stam van een boom en daarin gaan we een herbicide - in dit geval glyfosaat - doseren en zal de boom staande afsterven wat ook goed is om meer dood hout in een bos te krijgen.
Ik denk wat zeer interessant aan dit stuk is, is echt die mozaïek . Hier hebben we echt heel veel variatie wat bijzonder goed is voor de biodiversiteit. We hebben zowel houtkanten, stukken met struikheide. We hebben wat ruigte in de kanten. We hebben die hooilanden die 2 keer per jaar worden gemaaid. Daar aaneensluitend hebben we eigenlijk het bos met de vennen. Dus hier heb je op een heel kleine oppervlakte enorm veel diversiteit wat natuurlijk zeer interessant is om allerhande fauna en flora aan te trekken. Nu het open is hier, een beetje warmer biotoop, beginnen we natuurlijk alle soorten libellen en vlinders terug te zien en ook hagedissen en andere reptielen.