Zwarte beek Kamp Beverlo te Leopoldsburg
Partners: Ministerie voor landsverdediging Agentschap voor Natuur en Bos Militaire domeinen behoren tot de meest uitgestrekte en meest ongerepte natuurgebieden in Vlaanderen. Ze herbergen speciale planten en dieren dat heeft geleid tot een ongewone samenwerking tussen het Agentschap voor Natuur en Bos en het Belgische leger. Het kamp Beverlo is ongeveer 55 km² groot, in het noorden is het schietterrein en in het zuiden is het oefenterrein. In het schietterrein wordt uiteraard met scherp geschoten en is er eigenlijk geen natuurbeheer omwille van de militaire activiteiten. In het zuiden is het oefenterrein en daar concentreert het natuurbeheer zich vooral. Wat we hier tussen de heidenplanten zien staan, dat zijn korstmossen. Met die rode sporen die nu in de winter zeer goed te zien zijn. Dat is eigenlijk heidelucifer, genaamd naar die rode kop zoals lucifertjes. We zien er ook andere korstmossen tussen staan zoals rendiermos en nog andere. Er zijn tientallen soorten die voorkomen in die duinen hier op het militair domein. Het lijkt een contradictie maar precies door die militaire activiteiten blijkt dat hier zo’n waardevolle natuur aanwezig is. Het is eigenlijk andersom, het is dankzij de militaire activiteiten dat het open gebleven is en dat fauna en flora zich bleven ontwikkelen. Door het verminderen van de militaire activiteiten de laatste jaren, moeten we meer aan natuurbeheer gaan doen, om het open te houden. Het heidegebied is eigenlijk cultuurlandschap. Dat wil zeggen dat het is ontstaan en behouden gebleven door toedoen van menselijke activiteiten. De kleinschalige heideboeren die vroeger hier de eerste inwoners waren van het gebied hebben dat terrein open gehouden, vandaar heidecultuurlandschap. Nu zien we dat door het verdwijnen van dat soort mensen en de industrialisering en de moderne ontwikkeling dat die heide minder door mensen wordt onderhouden en dat ze dichtgroeit en dat is een probleem voor militaire activiteiten bv.: de droppingszones. We hebben er twee zeer lange zones. Indien die terug dichtgroeien dan kan het militair domein die functie niet meer vervullen. Het is een win-win situatie zowel voor het Agentschap voor Natuur en Bos als voor defensie. Indien we aan heidebeheer gaan doen kunnen we die zones samen open houden. Op het schietterrein van Houthalen hebben we enkele jaren geleden het enige broedgeval gehad van de velduil in Vlaanderen. Een grondbroeder die vandaag uitgestorven is in Vlaanderen. Dus dat bewijst toch dat het veel minder intensief wordt gebruikt dan andere gebieden in ons land. Hier in deze schietzone wordt ook geïnventariseerd. Wat blijkt: hier in het noordelijk stuk is fantastische fauna en flora aanwezig. De vissenbermen hebben een unieke habitat. De habitat daar zijn vooral natte heide. Hier komen nog plantensoorten voor zoals lavendelheide, kleine veenbes, dopheide…. Dat is toch zeer zeldzaam op Vlaams gebied. Onze veldleeuwerik die overal de laatste 20 jaar tot 90% is achteruit gegaan in Vlaanderen die doet het hier nog zeer goed. Er zijn echte aantallen van o.a. de wulpen die daar broeden, nachtzwaluw ook , boomleeuwerik, boompieper … Die zitten hier natuurlijk niet direct op die schietstanden maar hier achteraan loopt het terrein, ongerepte natuur, eigenlijk 4 km verder en ook in de breedte 4 km. Het is dus 2000 hectare groot en er wordt geoefend en er wordt geschoten maar dit heeft natuurlijk geen impact op het totale gebied.