U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Natura 2000 - Aanpak in Vlaanderen

Vlaanderen telt 62 Natura 2000-gebieden. Naast hele grote en bekende natuurgebieden zoals de Kalmthoutse Heide of het Zwin behoren ook minder gekende gebieden tot het Europese natuurnetwerk in Vlaanderen: het Dommeldal in Limburg en het West-Vlaamse Heuvelland bijvoorbeeld. Het grootste gebied meet 13.125 hectare, het kleinste amper 86 hectare.

Stap per stap wordt bepaald op welke manier de natuur in deze gebieden bijkomende kansen gegeven kan worden. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met doelgroepen en betrokken besturen.

Kalmthoutse Heide West-Vlaams Heuvelland
 

De speciale beschermingszones

De Natura 2000-gebieden worden ook ‘speciale beschermingszones’ of SBZ genoemd. Dat is de officiële naam voor een Natura 2000-gebied. Deze gebieden zijn aangeduid om bijkomende kansen te geven aan habitats en soorten die van levensbelang zijn voor de Europese biodiversiteit. Op Europees niveau is afgesproken dat de overheid ervoor moet zorgen dat die habitats en soorten duurzaam kunnen overleven. Dat wordt een ‘gunstige staat van instandhouding’ genoemd.

Beschermde habitats en soorten

Op Europees niveau is een lijst opgemaakt van de habitats en soorten die beschermd moeten worden in Europa. Vlaanderen is verantwoordelijk voor 44 verschillende Europese habitattypes. Die gaan van duinvegetaties aan de kust over vennen, heiden en zeldzame types grasland tot biologisch waardevolle bossen. Tegelijkertijd beschermt Natura 2000 in Vlaanderen 107 Europese soorten, waarvan 4 plantensoorten, 65 vogelsoorten en 38 andere diersoorten.

 

De natuurdoelen: waar willen we naartoe?

Vlaanderen heeft de opdracht om de zeldzame Europese habitats en soorten duurzaam in stand te houden. Eerst moet je bepalen hoeveel individuen van een soort nodig zijn om te kunnen spreken van een leefbare populatie. En hoe groot bijvoorbeeld een heidegebied moet zijn om onderdak te kunnen geven aan alle typische heidesoorten. Dit noemen we de instandhoudingsdoelstellingen of kortweg natuurdoelen. De natuurdoelen maken aan iedereen duidelijk waar men naar toe wil met een bepaald gebied. De doelen zullen ook richting geven aan de maatregelen die in een gebied genomen worden. De opmaak van de natuurdoelen gebeurt in twee fasen.

Fase 1: de opmaak van de gewestelijke natuurdoelen

De natuurdoelen voor heel Vlaanderen worden de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen genoemd, of kortweg G-IHD. Ze geven weer wat in totaal in Vlaanderen nodig is om de bedreigde Europese soorten en habitats een veilige toekomst te geven. Bijvoorbeeld: hoeveel broedparen zijn er nodig voor een levensvatbare Vlaamse populatie van een akkervogel? Hoeveel akkers en akkerranden zijn daarvoor nodig? De G-IHD zijn op dit moment principieel door de Vlaamse Regering goedgekeurd.

Fase 2: de opmaak van de specifieke natuurdoelen per Natura 2000-gebied

In welke gebieden Vlaanderen inspanningen moet leveren voor welke soorten en habitats, is een volgende stap. De G-IHD worden dan verfijnd per Natura 2000-gebied. Dit zijn de specifieke natuurdoelen, of kortweg S-IHD. Ze leggen bijvoorbeeld vast dat in de beken van de Antwerpse Kempen de grote modderkruiper aandacht moet krijgen. Of dat in de Scheldevallei de zeldzame wilgenvloedbossen eerherstel vragen, en dat de zeldzame kustduinen gevrijwaard moeten worden van verdroging en verbossing. Kortom: welk deel van de opdracht neemt elk gebied voor zijn rekening?

 

Gebiedsplannen: een draaiboek voor elk gebied

Eens de natuurdoelen zijn goedgekeurd, kan voor elk Natura 2000-gebied een gebiedsplan worden opgemaakt. Een gebiedsplan zegt hoe de natuurdoelen voor dat gebied gehaald kunnen worden en wie wat gaat doen. Het is het draaiboek van een Natura 2000-gebied.
De gebiedsplannen roepen geen nieuwe wettelijke instrumenten in het leven. Wel passen ze de bestaande instrumenten toe op maat van het gebied: de juiste maatregelen op de juiste plaats dus. De maatregelen moeten ook haalbaar en betaalbaar zijn. Ook die afweging tussen natuurdoelen enerzijds en economie, cultuur, recreatie … anderzijds, zit in het gebiedsplan vervat.

 

Werkt het?

Vlaanderen rapporteert op geregelde tijdstippen bij Europa over de voortgang van Natura 2000. De Europese Unie stelt met de rapporten van de verschillende lidstaten voor elke soort en habitat de staat van instandhouding vast op Europees niveau. Zo wordt duidelijk of Natura 2000 in zijn opzet slaagt, en waar bijkomende inspanningen nodig zijn. Als een lidstaat zich niet voldoende inzet om de doelen te halen, kan de Europese Commissie boetes opleggen of subsidies schrappen.