In december startten we het lokaal overleg over de natuurdoelen voor de volgende acht gebieden. Na het overleg met de doelgroepen maakten wij een tussentijdse evaluatie van het overlegproces.
Daaruit kwam de vraag om tijdens het lokaal overleg concreter te werken. Daarnaast zijn een aantal algemene ‘kwesties’ geïdentificeerd waarvoor op Vlaams niveau een oplossing moet worden gezocht.
Het overleg is zowel op Vlaams en lokaal niveau bijgestuurd.
Sterke puntenEen sterk punt van het overlegproces is dat er op dit moment sterke, goed onderbouwde rapporten op tafel liggen vanuit wetenschappelijk en ecologische oogpunt. De doelgroepen vinden ook dat het overlegproces goed is georganiseerd. Het is een prima manier om informatie te geven en kennis te maken met de verschillende groepen die in het gebied actief zijn.
AandachtspuntenEen belangrijk aandachtspunt is dat er te weinig aandacht is voor de maatschappelijke kant van het verhaal. Er worden via het rapport te weinig antwoorden gegeven op maatschappelijke vragen die leven. Men heeft nu het gevoel dat het lokaal overleg onvoldoende doorweegt in het rapport. Daarnaast stelt men vast dat er een aantal algemene kwesties zijn, zoals de passende beoordeling, financiering, … die op elk overleg terugkomen. Zij bemoeilijken het lokaal overleg. Na de evaluatie van het eerste overlegmoment is met alle betrokkenen afgesproken om het overlegproces bij te sturen. BijsturingEerste stap is de bijsturing van het bovenlokaal overleg (BOLOV). Focus van dit overleg moet liggen op het geven van opmerkingen op het rapport, het oplijsten van maatschappelijke discussiepunten over de geformuleerde doelstellingen en het formuleren van aandachtspunten voor het uitvoeren van de doelstellingen. Op het tweede Bovenlokaal Overleg moet de reactie van het Agentschap voor Natuur en Bos op de input van de doelgroepen beschikbaar zijn en besproken worden. De eerste reacties met deze vernieuwde aanpak bij het overleg over de ‘Heesbossen’ en ‘de vallei van Kampenhout’ zijn voorzichtig positief. Alle partijen wijzen er op dat de discussies met deze vernieuwde aanpak concreter zijn. Het overlegproces met de lokale besturen en administraties wordt niet bijgesteld. In de tweede plaats zoeken we op Vlaams niveau oplossingen voor de algemene kwesties, die geïdentificeerd zijn bij het overleg over de eerste rapporten.
Vijf werkgroepen gaan van start, bestaande uit vertegenwoordigers van doelgroepen en administraties: