U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Natura 2000 - Veelgestelde vragen

  • Hoe verloopt de aanwijzing van een speciale beschermingszone? En kan de afbakening later nog worden aangepast?
    Een speciale beschermingszone wordt in drie fasen aangewezen. In de eerste fase wijst de Vlaamse Regering de speciale beschermingszones voorlopig aan en stelt ze voor aan de Europese Commissie. Dit gebeurde op 4 mei 2001. De Europese Commissie plaatst deze gebieden na een kwaliteitscontrole op de zogenaamde communautaire lijst. Dit is de tweede fase. Die werd afgerond op 7 december 2004. De Vlaamse Regering moet dan binnen de zes jaar deze gebieden definitief aanwijzen als speciale beschermingszone en instandhoudingsdoelstellingen vaststellen. Dit is de fase van vandaag. Hierbij kan niet meer van de afbakening worden afgeweken. De grenzen van speciale beschermingszones kunnen enkel nog worden gewijzigd via compensatieprocedures.

 

  • De doelen moeten snel worden opgesteld. Neemt men daarbij geen risico om fouten te maken?
    Snel werken houdt altijd zekere risico’s in. Bovendien kan enkel gewerkt worden met de bestaande kennis over soorten en habitats. Alle mogelijke expertise binnen het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en het Agentschap voor Natuur en Bos wordt ingezet. Daarnaast worden de natuurdoelen ook besproken met lokale vertegenwoordigers van de belangrijkste gebruikers. Belangrijk is ook dat de realisatie van de natuurdoelen een cyclisch proces is. Iedere zes jaar moet een lidstaat een rapport indienen over de staat van instandhouding van de Europese soorten en habitats. Op basis van deze rapportage kunnen doelstellingen en/of maatregelen bijgesteld worden indien dit nodig zou zijn. Dit gebeurt in overleg met de gebruikers.

 

  • Wat met natuurbescherming buiten de speciale beschermingszones? Gaan daarvoor nog middelen overblijven?
    Naast het Europese natuurbeleid is er ook een Vlaams natuurbeleid, met specifieke maatregelen en instrumenten zoals het Vlaams Ecologisch Netwerk. Dit blijft behouden. Daarnaast legt zowel de Vogel- als de Habitatrichtlijn vast dat er ook aandacht moet gaan naar de natuur buiten de speciale beschermingszones. Verschillende soorten moeten over het hele grondgebied worden beschermd. Daartoe is er recent een nieuw Soortenbesluit goedgekeurd dat de bestaande regelingen samenbrengt en moderniseert.

 

  • Wanneer weet ik dat ik als eigenaar in Natura 2000 zit?
    Je kan dit bij je gemeente opvragen. Of via het geoloket Vlaanderen: http://geo-vlaanderen.agiv.be/geo-vlaanderen/natura2000/ . Op het geoloket vind je ook informatie over de habitats en soorten binnen het Natura 2000-gebied.

 

  • Hoe legt men de natuurdoelen vast?
    Alle Natura 2000-doelen worden wetenschappelijk onderbouwd. Europa verplicht dit. Daarnaast is elke doelstelling ook maatschappelijk getoetst. Via een doorgedreven overleg gaat het Agentschap voor Natuur en Bos immers na waar er rekening moet gehouden worden met de maatschappelijke context in een gebied. In sommige gebieden zullen lokaal ook afspraken worden gemaakt in consensus. Dit zal echter niet altijd mogelijk zijn. De Vlaamse Regering neemt de finale beslissing op basis van de wetenschappelijke onderbouwing en het maatschappelijke advies.

 

  • Brengt de afbakening van Natura 2000-gebieden beperkingen met zich mee ? Welke activiteiten zijn er nog mogelijk ?
    Menselijke activiteiten worden niet uitgesloten. Het is niet de bedoeling dat de natuur van de mens wordt afgeschermd. De Natura 2000-doelen zijn geen verbodsbepalingen. In sommige Natura 2000-gebieden zal menselijke activiteit zelfs nodig zijn om ze in stand te houden, en moet die activiteit misschien zelfs extra gestimuleerd worden. Dat is bijvoorbeeld het geval voor heidevegetaties of bepaalde graslanden die gemaaid of begraasd moeten worden. Ook bossen kunnen verder geëxploiteerd worden zolang rekening wordt gehouden met de ecologische noden van de habitats en soorten in het gebied. Het is dus wel cruciaal dat de menselijke activiteiten in Natura 2000-gebieden verenigbaar zijn met de bescherming van de habitats en soorten waarvoor deze gebieden aangeduid zijn. Bovendien kan Natura 2000 in streken met socio-economische problemen ook nieuwe vormen van ontwikkeling promoten (natuur- en milieuvriendelijke land- of bosbouwpraktijken, ecotoerisme …).

 

  • Welke extra middelen worden voorzien om de doelen te halen?
    Op dit moment worden geen nieuwe instrumenten en maatregelen (bijvoorbeeld subsidies) voorzien. De bestaande middelen zullen gerichter en efficiënter moeten worden ingezet. Indien de toekomst uitwijst dat de huidige aanpak niet voldoet, dan zal dit beleid in overleg met de betrokken belangengroepen worden bijgestuurd.

 

  • Wat heeft Vlaanderen al gedaan voor Natura 2000?
    Elke lidstaat moest zelf onderzoeken welke natuurgebieden cruciaal zijn om de instandhouding van Europees bedreigde soorten te garanderen. De Vlaamse overheid heeft in de eerste plaats alle habitats en soorten in Vlaanderen geïnventariseerd en de ‘probleemgevallen’ - de bedreigde soorten en habitats- aangeduid. Op basis hiervan zijn er 62 Vlaamse Natura 2000-gebieden afgebakend. Vervolgens ging de Vlaamse overheid na hoeveel hectare bos, heide, moerassen … er in heel Vlaanderen nodig is om de bedreigde Europese soorten een nieuwe toekomst te geven.

 

  • Wat moet er nog in Vlaanderen gebeuren?
    In een volgende stap wordt elk Natura 2000-gebied afzonderlijk bekeken: in welke gebieden moet de overheid inspanningen leveren voor welke soorten en habitats? De Vlaamse overheid gaat met andere woorden na welk deel van de opdracht ieder gebied voor zijn rekening kan nemen. Bij de implementatie kan in een Natura 2000-gebied een gebiedsplan worden opgemaakt. Dit is dan een draaiboek, waarin staat op welke manier de natuur er beschermd moet worden en wie wat gaat doen. Om de zes jaar moet Vlaanderen over elk gebied een rapport schrijven. Zo kan de Europese Unie, de coördinator van Natura 2000, nagaan of het met de natuur in Europa opnieuw de goede kant opgaat.

  • Verdere uitgebreide vraag-en-antwoordlijst over de instandhoudingsdoelstellingen voor partners (pdf-document).

terug