Er is bij natuurinrichting een waaier van mogelijkheden om een gebied optimaal in te richten. De maatregelen die worden genomen, zijn altijd het resultaat van een zorgvuldige afweging met alle betrokkenen. De eigenheid van het gebied staat daarbij centraal.
Soms zijn grondwerken aangewezen. Om bijv. de groei van planten uit voedselarme milieus te begunstigen, kan een voedselrijke bodemlaag worden verwijderd. Ook kunnen nieuwe leefgebieden voor planten en dieren worden geschapen door een poel te graven. Het kan wenselijk zijn om het reliëf van percelen te herstellen of aan te passen om meer variatie in fauna en flora te bekomen. Soms is het voor de waterhuishouding in een gebied nodig om dijkjes aan te leggen of aan te passen.
De waterhuishouding van een gebied is voor planten en dieren zeer belangrijk. Werken aan de waterhuishouding kunnen de specifieke leefomstandigheden voor planten- en diersoorten herstellen of creëren: aanpassingen aan oevers of aan het lengte- en dwarsprofiel van waterlopen, bijsturingen van de watertoevoer en –afvoer, wijzigingen van het waterpeil, enz.
Er worden werken aan percelen en voorzieningen uitgevoerd als gevolg van het ruilen van gronden of als dit uit ecologisch of landschappelijk oogpunt verantwoord is. Bijv.:
Soms wordt het soort wegverharding aangepast, bijv. om broedgebieden van vogelsoorten die gevoelig zijn voor verstoring, verkeersvrij te maken. Soms wordt een betonnen wegdek vervangen door tweesporenbeton of door een halfverharde bovenlaag in kiezel. Zo kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden. In natte gebieden wordt voor wandelaars soms een houten knuppelpad aangelegd. Zo kunnen ze een drassig gebied betreden en kunnen de beheerders materieel verplaatsen zonder de bodem te verstoren.
Een natuurinrichtingsproject kan een gelegenheid zijn om in het projectgebied infrastructuur voor natuureducatie te voorzien: informatieborden, kijkhutten, bewegwijzering, bezoekerscentra, wandellussen, wandelleerpaden, educatieve natuurtuinen, enz. Ook worden de voorzieningen soms aangepast voor mensen met een handicap.
Percelen met kwetsbare natuur kunnen geruild worden met andere percelen. Bijv. daar waar landbouw en natuurbehoud onverenigbaar zijn, kan een natuurinrichtingsproject landbouwers de kans geven om grond te ruilen. Kavelruil houdt in dat een stuk grond in natuurgebied geruild kan worden tegen een geschikt perceel dat eigendom is van de overheid, en dat niet in natuurgebied ligt. Het ruilen van eigendom of gebruik van percelen kan ook voor oplossingen zorgen op plaatsen waar een losstaand weekendverblijf of een sportterrein in een natuurgebied problematisch is. Om verstoring te beperken kan het weekendverblijf of het sportterrein een plaats krijgen buiten het natuurgebied. Kavelruil maakt van natuurinrichting een uniek instrument in het natuurbeleid. Die praktijk laat het immers toe om toch aan natuurinrichting te doen in gebieden met veel verschillende eigenaars en gebruikers.
De Vlaamse Landmaatschappij heeft in de projectgebieden van natuurinrichting een recht van voorkoop om gronden en gebouwen te verwerven. Het recht van voorkoop gaat in zodra een project is ingesteld. Notarissen moeten de Vlaamse Landmaatschappij op de hoogte brengen van een verkoop of van een hoger bod. In de praktijk melden zij alle decretale rechten van voorkoop op een centraal Meldpunt bij de Vlaamse Grondenbank in Brussel. Als de Vlaamse Landmaatschappij haar recht van voorkoop uitoefent voor natuurinrichting, verwerft zij in de plaats van de kandidaat-koper de aangeboden onroerende goederen. Dat kan zowel bij een openbare als een onderhandse verkoop. De Vlaamse Landmaatschappij koopt die onroerende goederen dan tegen de prijs en de voorwaarden van de kandidaat-koper. De Vlaamse Landmaatschappij kan ook rechtstreeks gronden of gebouwen kopen in onderling overleg met de eigenaar. Na de aankoop beheert het Agentschap voor Natuur en Bos de aangekochte goederen tot overdracht aan de partner. Het is ook mogelijk dat het Agentschap een gebruiksovereenkomst sluit met de vroegere gebruiker, het gemeentebestuur, de provincie, een ander agentschap van de Vlaamse overheid, een erkende natuurvereniging, enz.
Sommige natuurinrichtingsmaatregelen hebben een invloed op de waarde en het gebruik van de grond (bijv. bij vernatting van gronden). De eigenaars en gebruikers die hierdoor inkomensverlies lijden, kunnen een vergoeding aangeboden krijgen. Die vergoeding hangt af van de aard en omvang van de maatregelen en de effecten. Als er vergoedingen worden uitgekeerd, is de berekening ervan opgenomen in het projectuitvoeringsplan.
Een erfdienstbaarheid, bijv. een recht van doorgang waardoor een eigenaar of gebruiker zijn perceel kan bereiken, kan worden opgeheven om ecologische redenen, bijv. omdat de begroeiing schade kan lijden wanneer er regelmatig voertuigen over rijden. Er wordt dan een alternatieve doorgang voorzien op een andere plaats. Soms blijkt het nodig om na kavelruil een nieuwe erfdienstbaarheid te vestigen om een alternatieve toegang tot het perceel te voorzien.
Om terreinwerken uit te voeren kan het projectcomité opleggen om voor een bepaalde duur een stuk grond van een private eigenaar te gebruiken, bijv. om een graafmachine doorgang te verlenen of materiaal te stapelen. De eigenaar ontvangt een vergoeding voor deze tijdelijke hinder.
Bedrijfsverplaatsing houdt in dat zowel de gebouwen als de gronden van een (landbouw)bedrijf worden overgebracht naar een plaats die niet ecologisch kwetsbaar is. De eigenaar van de gebouwen en de gronden verkoopt de eigendom aan de Vlaamse overheid en krijgt bovenop de aankoopsom een krediet om een nieuw bedrijf buiten het natuurgebied te kopen of te bouwen. Bedrijfsverplaatsing is vrij ingrijpend en gebeurt enkel na een grondig onderzoek en alleen op vraag van de eigenaar zelf.
terug