U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Het verloop van een project

De mogelijkheid om aan kavelruil te doen, werken op gronden van derden uit te voeren en vergoedingen te betalen, maakt van natuurinrichting een krachtig instrument om natuurdoelen te realiseren. Ingrijpende maatregelen worden altijd weloverwogen en na rijp beraad genomen. Een uitgebreide procedure verzekert bovendien dat er niet over één nacht ijs wordt gegaan.

Onderzoek naar de haalbaarheid

De eerste stap naar natuurinrichting is een onderzoek naar de haalbaarheid.
Dat onderzoek bepaalt of natuurinrichting in een bepaald gebied mogelijk en zinvol is. Om dat uit te vissen worden diverse aspecten van het onderzoeksgebied bestudeerd: de bodem, de waterhuishouding, het landschap, het grondgebruik, de fauna en flora, …
Ook het inschatten van de maatschappelijke haalbaarheid is zeer belangrijk. Dat kan door te overleggen met allerlei actoren. Bijv. via werkgroepen waarin natuurverenigingen, landbouworganisaties en lokale besturen zetelen.
Blijkt natuurinrichting haalbaar en zinvol, dan leidt het onderzoek tot een voorstel voor de afbakening van het projectgebied waarin ook wordt aangegeven welke overheden verder bij het project moeten worden betrokken. 

Instelling

De minister bevoegd voor Natuur beslist op grond van dit onderzoek of het project wordt ingesteld. Zo ja, dan krijgt het project, binnen de voorgestelde omgrenzing, officieel groen licht. 

Projectrapport

Terwijl het Agentschap voor Natuur en Bos samen met de Vlaamse Landmaatschappij een projectrapport schrijft, richt de minister een projectcomité en een projectcommissie op.
Het projectrapport beschrijft wat het project beoogt. Het somt de maatregelen op die hiervoor nodig zijn en de mogelijke manieren om die maatregelen uit te voeren. Het rapport bevat ook administratieve gegevens en beleidsgegevens over het projectgebied.
De gemeente onderwerpt het projectrapport aan een openbaar onderzoek. Iedereen die dat wil, kan bezwaren inbrengen. 

Vaststelling van maatregelen en modaliteiten

De commissie adviseert het comité over de resultaten van het openbaar onderzoek en het comité adviseert de minister. Op grond daarvan beslist de minister over de “maatregelen en modaliteiten” van het projectrapport. Anders gezegd: hij/zij beslist welke natuurinrichtingsmaatregelen uitgevoerd zullen worden en hoe dat zal gebeuren. 

Projectuitvoeringsplan

Zodra de minister heeft beslist welke maatregelen nodig zijn, bereidt het comité de uitvoering van die maatregelen voor. Het comité doet dat met gedetailleerde gegevens en plannen (o.a. over de eigendoms- en gebruikstoestand voor en na de werken, de daarmee gepaard gaande vergoedingen en een gedetailleerde uittekening van de maatregelen). Het comité legt al die gegevens en plannen, gebundeld in het projectuitvoeringsplan, voor advies voor aan de projectcommissie.
Om de uitvoering beter te faseren worden de plannen soms opgesplitst in verschillende projectuitvoeringsplannen. 

Vaststelling van het projectuitvoeringsplan

Na een openbaar onderzoek en een adviesprocedure stelt de minister de gegevens en de plannen, het zogenaamde projectuitvoeringsplan, vast.
Zijn er verschillende projectuitvoeringsplannen, dan worden zij apart vastgesteld. 

Uitvoering

De daadwerkelijke uitvoering van de werken op het terrein is in handen van de Vlaamse Landmaatschappij en van de overheidsdiensten of de personen die worden aangeduid in het uitvoeringsprogramma. Het comité waakt over de uitvoering van het project.

Akte

Als het natuurinrichtingsproject wijzigingen aanbrengt aan de eigendomstoestand of aan het gebruik van de percelen, kunnen één of meer natuurinrichtingsaktes worden opgemaakt. Bijv. als nieuwe wegen worden aangelegd, bij het ruilen van gronden of als er erfdienstbaarheden worden opgelegd. De akte legt de nieuwe eigendoms- en gebruikstoestand vast. Ze bevat ook de data waarop de percelen in gebruik worden genomen en geeft de financiële verrichtingen weer. 

Nazorg en beheer

Als de inrichtingswerken zijn uitgevoerd, wordt nagegaan hoe de natuur zich verder ontwikkelt. Blijven of verschijnen inderdaad de soorten waarvoor de maatregelen en werken bedoeld waren? Om de effectiviteit van de maatregelen na te gaan en eventueel bij te sturen worden gedurende een aantal jaren de veranderingen aan het milieu, de flora en de fauna nauwgezet opgevolgd. De resultaten van die opvolging worden beschreven in een monitoringsrapport.
Na de inrichting is het nodig om de natuur te blijven beheren. Er worden dan ook afspraken gemaakt: wie beheert wat en hoe? Het beheer van gronden die door de Vlaamse overheid werden aangekocht, kan worden toevertrouwd aan bijv. het Agentschap voor Natuur en Bos, de gemeente, de provincie of een erkende natuurvereniging.

terug