Een regionaal landschap moet door overleg en samenwerking met de voornoemde doelgroepen het draagvlak voor natuur en landschap versterken in haar werkingsgebied.
Initiatieven:
Mogelijke realisaties:
Elk regionaal landschap is actief in een afgebakend werkingsgebied. Dit gebied varieert in grootte en volgt normaal gezien de gemeentegrenzen. Een voorwaarde om erkend te worden is dat het werkingsgebied een minimum aaneengesloten oppervlakte heeft van 30.000 hectare. De oppervlakte van de huidige erkende regionale landschappen ligt momenteel tussen de 33.000 en 87.000 hectare. De regionale landschappen zijn ruim verspreid over het Vlaamse Gewest. In de provincie Limburg liggen alle Limburgse gemeenten in een erkend regionaal landschap. De provincie Vlaams-Brabant is op enkele gemeenten na volledig ingenomen door regionale landschappen.
Een regionaal landschap kan erkend worden indien zij voldoet aan een aantal criteria. Eén van deze voorwaarden is dat het regionaal landschap ten minste twee jaar opgericht moet zijn en in die periode activiteiten heeft ontplooid in de zin van een regionaal landschap. De beslissing tot een eventuele erkenning wordt genomen door de Vlaamse minister bevoegd voor natuurbehoud die zich hiervoor laat adviseren door de Strategische Adviesraad “Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen” en het Agentschap voor Natuur en Bos. Bij de eerste keer wordt aan een regionaal landschap een voorlopige erkenning verleend voor drie jaar die eventueel kan verlengd worden. Hierna kan de minister een definitieve erkenning verlenen voor een periode van zes jaar die hernieuwd kan worden.
Vlaanderen telt momenteel zeventien erkende regionale landschappen.
Daarnaast is er in Vlaanderen nog één regionaal landschap in oprichting met name het ‘Stadlandschap ’t West-Vlaamse Hart’.
Een overzichtskaartje van de erkende en de opgerichte regionale landschappen vind je op de website van het Vlaams Overleg van de Regionale Landschappen.
Een regionaal landschap krijgt jaarlijks van het Agentschap voor Natuur en Bos een basissubsidie voor de personeels- en werkingskosten. Daarnaast krijgt zij ook nog toelagen van ondermeer de provincie, de deelnemende gemeenten en het Agentschap Onroerend Erfgoed. De grootte van de ANB-subsidie hangt af van het erkenningsstatuut (voorlopig of definitief), de grootte van het werkingsgebied (groter of kleiner dan 45.000 ha) en het beschikbare budget.
De regionale landschappen ontlenen hun rechtsgrond aan het artikel 54 van het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997. Uitvoeringsbepalingen zijn terug te vinden in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 tot vaststelling van de regelen voor de voorlopige en definitieve erkenning van regionale landschappen.