De Schelde-Rijnverbinding is vooral bekend als een drukke scheepvaartverbinding voor het binnenvaartverkeer, die zich juist aan de grens met Nederland bevindt en in het zuiden in verbinding staat met de Antwerpse dokken. Het is een bijzonder groot, breed en drukbevaren kanaal met betonnen oevers waar grote en diepgeladen schepen langskomen, die een aanzienlijke golfslag veroorzaken. Bij de hengelaars uit de omgeving en daarbuiten staat deze plek echter bekend voor zijn prima visstekken en opmerkelijk goede vangsten van onder andere roofvis, witvis en sporadisch ook zeevis. Zowel in de vaargeul als in de rustiger kom ten noorden van de Noordlandbrug kan aangenaam gevist worden. Op allerlei spannende en veelzijdige manieren kan de vis hier belaagd worden: met de vaste stok, feederhengel, voerveer aan een lichte werphengel of met een kunstaasje op roofvis.
Het 15 km lange kanaal naar Beverlo slingert afwisselend over de provinciegrenzen van Antwerpen en Limburg. Vanaf het vertrekpunt de ‘Blauwe Kei’ in Lommel gaat het over Mol en Balen richting de havenkom van Leopoldsburg. De waterloop, met een beperkte diepte van 2,3 meter, kent weinig scheepvaart. Het is wel erg in trek bij wandelaars, fietsers, watersporters en hengelaars. Ook plezierbootjes passeren de revue. Witvissoorten wisselen in het kanaal af met roofvis en paling. De laatste jaren ving men er 15 verschillende vissoorten. Voorn, baars en paling zijn de meest verspreide soorten. De natuurlijke plantengroei aan de oevers is de ideale paai- en schuilplaats voor snoek en rietvoorn.
Goede hengelstekken vind je ter hoogte van de ‘Blauwe Kei’, te Kerkhoven aan de brug en in de kanaalkommen van Balen-Wezel en Leopoldsburg. Met een gewoon visverlof mag je het hele jaar door hengelen in het Kanaal naar Beverlo, ook in de paaitijd en ’s nachts. Elke gevangen vis moet je onmiddellijk terugzetten. Leefnetten zijn dus verboden tijdens de paaitijd en ’s nachts. Voor de nachtvisserij heb je een groot visverlof nodig.
Vroeger stond het kanaal rechtstreeks in verbinding met de Oosterschelde en zwommen hier brakwatersoorten en zelfs zeevissen rond. De aanleg van de Oesterdam verbrak die verbinding en verminderde de hoeveelheid zout in het water. Nu zijn er overwegend zoetwatervissen aanwezig.
Met haar 100 km stroomt de Grote Nete door een groot deel van Antwerpen. Enkel de bron ligt in het Limburgse Hechtel-Eksel. De ijzerhoudende bodem van de Kempen geeft het water een typische roestbruine kleur.
De Grote Nete en haar zijrivieren tellen meer dan 30 verschillende vissoorten. De voedselarme bovenloop heeft een eerder lage visdensiteit maar telt wel veel verschillende soorten. Zonnebaars en hondvis voelen zich in hun nopjes in het lichtzure water, evenals de zeldzame beekprik en serpeling.
De meest interessante hengelgebieden liggen ter hoogte van Olmen en Meerhout. Daar kan je vooral vissen op blankvoorn, riviergondel en baars. Ook de kopvoorn laat zich hier na lange afwezigheid weer regelmatig vangen.
Opmerkelijk is ook de aanwezigheid van bot. Deze platvis uit de Zeeschelde zwemt via de Rupel en de Beneden-Nete helemaal de Grote Nete op. Tussen Westerlo en Lier is het visbestand de laatste jaren ook erg toegenomen. Baars en snoek zijn er de meest voorkomende roofvissen. Je kunt er ook op paling en giebel hengelen.