De voortplantingsplaatsen zijn veedrinkpoelen, bomputten, afgesneden rivierarmen, kleine vijvers en andere plassen met stilstaand, bij voorkeur vrij voedselrijk water. Geschikte waterpartijen worden weinig of niet beschaduwd, zijn relatief diep en/of bevatten permanent water. Kamsalamanders worden vaak aangetroffen in groepen van dicht bij elkaar gelegen poelen. Ze prefereren ook poelen gelegen in kleinschalige landschappen met een hoge diversiteit aan biotoop-typen. Bossen, struwelen, boomgaarden, houtwallen, hagen en heideterreinen worden vaak vernoemd als gunstige landbiotopen.