Rugstreeppad: Ecologie


Levenswijze

De rugstreeppad brengt de tijd dat hij niet actief is door in een door hemzelf gegraven holletje of, en dan wel samen met andere, in een verlaten muizengang of een andere geschikte ruimte zoals onder stoepen of planken… Men ziet rugstreeppadden soms midden op de dag, in de volle zon bezig, maar in het algemeen zitten ze overdag verscholen en gaan ze pas omstreeks zonsondergang op jacht. Juveniele dieren zijn wel overdag actief. De padden springen niet, maar lopen daarentegen zeer snel (bijna muisachtig), waarbij telkens kleine afstanden worden afgelegd. Ze kunnen zeer goed klimmen.

Biotoop

De rugstreeppad is een soort van open, hoog dynamische terreinen, bij voorkeur op een goed vergraafbare bodemsoort. Naarmate een gebied meer dichtgroeit met bomen en struweel, verdwijnt de rugstreeppad, om plaats te maken voor de gewone pad. Ook in zijn voortplantingswater heeft de rugstreeppad het liefst zo min mogelijk begroeiing. Kale oevers en ondiep water zijn de belangrijkste kenmerken voor een geschikt voortplantingswater. De rugstreeppad is dus een pioniersoort (soort die als eerste een plaats betrekt), hij komt dus vooral voor op zandgronden. Het zijn vooral de zandgronden van stuwwallen, stuifzandheuvels, rivierduinen in het rivierengebied en de duinen langs de kust waar rugstreeppadden voorkomen.

Voedsel

Insecten. De larven voeden zich hoofdzakelijk met dood organisch materiaal, met verschillende algen en met delen van hogere planten. Kannibalisme komt ook voor bij de larven. Bijna 80% van de larven van een Spaanse populatie had zand in de darmen. Dit doet vermoeden dat het bodemfilteraars zijn.

Voortplanting

Het voortplantingsseizoen van de rugstreeppad duurt van half april tot in augustus, meestal in vegetatieloze tot –arme (vooral kleine) wateren op de bodem liggend. De eieren worden bij het ontbreken van watervegetatie op de kale bodem van de poel afgezet, vaak in zeer ondiep water. Het aantal eieren varieert van 2800 tot 400 en ze zijn zwart. Na drie tot zeven dagen komen de eieren uit. De ontwikkeling van larve tot juveniel duurt één tot twee maanden. De rugstreeppad begint pas laat aan de voortplanting. Zoals reeds gezegd trekt hij rond half april vanuit zijn overwinteringslocatie (soms wel een meter diep onder de grond) naar het voortplantingswater. Eenmaal in het water aangekomen laten de mannetjes al zittende in het ondiepe water hun luide roep weerklinken. Het ratelende geluid is tot op een kilometer afstand te horen en trekt soortgenoten uit de wijde omgeving aan. De winterkwartieren liggen bij voorkeur in op het zuiden geëxponeerde hellingen. Zowel de schuilplaatsen als de winterkwartieren liggen vaak niet meer dan 20m van het voortplantingswater verwijderd. Wat betreft de larven is de metamorfose vaak na 3-12 weken voltooid. De dieren worden na de tweede overwintering geslachtsrijp.

Afbeeldingen ecologie

biotoop rugstreeppad - Laurent Vanden Abeele biotoop rugstreeppad - Laurent Vanden Abeele