Voldoende natte en kalkrijke meso-tot eutrofe biotopen (Grote Zeggenvegetaties, Elzenbroekbossen), met een grondwaterstand die minimaal in het najaar enkele centimeters boven het maaiveld staat. Het optimale habitat bevindt zich op de typische gradiƫnt tussen nattere (Rietvegetaties) en drogere biotopen (Dottergraslanden). De soort leeft niet in direkt kontakt met het water, maar op Grote Zeggenvegetaties en overwintert waarschijnlijk in het strooisel.