De totale levensduur van de soort is 7 jaar. Hiervan brengt ze 6,5 jaar door als larve door in beken en rivieren. Na de metamorfose tot adulte prik voeden de dieren zich vermoedelijk niet meer en worden eenmalig eieren gelegd waarna ze sterven. Het afzetten van eieren gebeurt in ‘nesten’ (cirkelvormige depressies) in grof zand en/of kiezel. Soms paaien tot 30 dieren in 1 nest. Uitgekomen larven graven zich in stroomafwaarts gelegen slijkafzettingen in en voeden zich voornamelijk met detritus en algen (diatomeeën).