Grauwe Klauwieren zitten in kleinschalig, gevarieerd halfopen tot open landschap. Bloemrijke hooilanden met veel hagen, inclusief van doornstruiken, waren bij ons zijn biotoop.
In het territorium zijn altijd enkele doornstruiken of prikkeldraad aanwezig om prooien op vast te spiesen (grote insecten, muizen, hagedissen en kleine vogels). De grootte van zijn prooivoorraad zou de vrouwtjes leiden bij het kiezen van een partner.
Als nestplaats dienen brede, dichte (doorn)struiken.