Hij beweegt zich moeiteloos voort in de dichte vegetatie waar hij soms enkel uitkomt om te zingen. Dit doet hij soms vanop een steen of van in een struik of ruigtekruid zoals zuring. Door zijn uiterst verborgen levenswijze in deze hooilanden is hij uiterst kwetsbaar bij een onaangepast maaibeheer. Zelfs adulte vogels worden zo doodgemaaid.
De Kwartelkoning leeft in vochtige tot droge, bloemenrijke hooilanden met hier en daar een struik of een ruiger stukje.