Ooievaar: Ecologie


Biotoop

Ooievaars komen vooral voor in open terreinen met hooguit enkele verspreide boomgroepen. Grasland, savannen, steppen, moerassen, drassige weiden en akkers, vloeibeemden en oeverstroken vormen hun favoriete terrein. In Afrika vind je ze eerder in drogere gebieden. Ze mijden streken met hevige, langdurige koude en vochtig weer, en gebieden met een dichte begroeiing - bijvoorbeeld bossen en rietvelden.

Voedsel

Ooievaars hebben een uitgebreid en gevarieerd menu. Het zijn echte opportunisten die eten wat ze kunnen krijgen. Ze jagen behoedzaam te voet op slakken, regenwormen, grote insecten -zoals sprinkhanen en kevers-, hagedissen, slangen, kikkers, padden, muizen, etensresten… Vis eten ze eerder uitzonderlijk en dan nog meestal dode vis. Als ze een prooi hebben opgemerkt, kunnen ze die bliksemsnel en trefzeker met hun sterke, lange en puntige snavel vastgrijpen. De grootste prooi die ze min of meer gemakkelijk kunnen doorslikken, is een mol. Haren, veren en ander moeilijk verteerbaar materiaal worden samengekneed tot een braakbal.

Voortplanting

Gemiddeld heeft één succesvol paar 2 jongen, maar niet alle volwassen vogels komen tot broeden. Hun nest is een groot takkennest in bomen, op daken, schoorstenen, een kunstnest of andere menselijke constructies. Paren blijven maar voor één broedseizoen bij elkaar, waarna hun wegen scheiden.

Afbeeldingen ecologie

jongen op nest - Hugo Vanderwegen nesten in Planckendael - Hugo Vanderwegen