De visarend zweeft graag en wordt vaak biddend in de lucht waargenomen.
Visarenden komen vooral voor langs beboste gebieden met meren en/of rivieren of langs zeekusten. Hij heeft een voorkeur voor zoet water.
Vist in alle soorten water. Eet vrijwel uitsluitend vis. Bidt boven water om prooi te lokaliseren en duikt vervolgens met de poten vooruit het water in, verdwijnt soms geheel onder water. Gemiddeld worden vissen van zo'n 250 gram gevangen.
Bouwt een groot nest. Broedtijd van april tot juli. Meestal 3 eieren (2 tot 4) broedduur 38 dagen nesttijd 50 à 60 dagen.