Das: Ecologie


Levenswijze

Dassen leven in familiegroepen of 'clans' in uitgestrekte ondergrondse holen- en gangenstelsels, die burchten worden genoemd. Naast de hoofdburcht waarin de clan het hele jaar door vertoeft, bezitten dassen ook bijburchten en vluchtpijpen. Deze burchten worden generaties na elkaar gebruikt en worden daardoor steeds groter en complexer. Opmerkelijk is dat het groepsleven zich beperkt tot de burchtsite, tijdens hun voedseltochten gaan ze alleen op pad. Dassen zijn nachtdieren die actief worden in de avondschemering.

Biotoop

Een burcht wordt bij voorkeur uitgegraven in een helling of een steile talud, vaak in de rand van een bos, in een houtwal of in een holle berm. Het uitgestrekt biotoop van een das, bestaat uit een gevarieerd landschap, waarin bossen, boomgaarden, weide en akkers met bijhorende kleine landschapselementen elkaar afwisselen.
Voedsel De das is een alleseter en voedselopportunist, waarbij regenwormen het hoofdbestanddeel uitmaken van zijn dieet. Afhankelijk van de periode van het jaar schakelt hij over op plantaardig voedsel zoals valfruit (kersen, pruimen…) en graan. Sporadisch staan ook allerlei kevers, amfibieën en kleine zoogdieren zoals muizen op zijn menu. De das neemt, in tegenstelling tot de vos, geen voedsel mee naar de burcht.

Voortplanting

In het vroege voorjaar, soms ook verspreid in het jaar, vindt de paring plaats. De bevruchte eicellen blijven evenwel in kiemrust tot december om zich dan pas verder te ontwikkelen In februari vindt de geboorte plaats van 2 of 3 jongen van het dominante wijfje. Op een leeftijd van 8 – 9 weken komen de jongen bovengronds om te spelen rond de burcht. Na nog eens enkele weken vergezellen ze moeder op haar voedseltochten. Vanaf juni-juli trekken ze er alleen op uit. De jongen worden gezoogd tot ze mee op pad kunnen.

Sporen

De holen van een burcht hebben een typisch gekromde sleuf, doordat bij het graven de aarde achterwaarts naar buiten wordt gebracht. In de buurt van de burcht bevinden zich meestal ook krabbomen, speelplekken en enkele latrines (mestputjes). Duidelijke wissels verraden ook de aanwezigheid van das.

Bedreiging

De bedreigingen spelen zich op heel wat niveau's af: - voedselgebrek: onder invloed van allerhande factoren, waaronder erosie, bodemverdichting, overbemesting, verdroging, verzuring en verruiging, zijn veel bodems niet langer aantrekkelijk voor dassen doordat regenwormen en andere bodemlevende dieren verdwijnen of sterk in aantal achteruitgaan. - biotoopverlies: verstedelijking en versnippering van de open ruimte doen het leefgebied van de das krimpen. Stroperij en 'bouwjacht': vooral in het verleden is systematisch en ononderbroken op dassen gejaagd. Dassenclubs en -sociëteiten verheven het uitgraven van dassen, al dan niet met honden, tot een volkssport. - verkeer: veel dassen worden het slachtoffer van het toenemend autoverkeer. Vaak worden dassen zelf vrij dicht bij de burcht doodgereden omdat wegen het traject naar de voedselgebieden doorsnijden.