Europese bever: Ecologie


Levenswijze

De bever is in België bijna uitsluitend actief in de schemering en de nacht. Overdag brengen ze de tijd voornamelijk slapend door op legers, in holen of in takkenburchten. Bevers maken hun holen in de steile oevers van waterlopen en vijvers. Indien het graven van een hol niet mogelijk is (bv. wegens het ontbreken van steile taluds of indien de bodem teveel stenen bevat) worden takkenburchten gebouwd. De ingang van zowel de holen als de burchten ligt onder water. Bevers verplaatsen zich meestal via sloten en waterlopen, maar kunnen ook vrij grote afstanden over land afleggen. Op het land zijn bevers traag en bewegen ze zich wat onbeholpen, maar in het water zijn ze snel. Ze zwemmen en duiken uitstekend waarbij ze tot 15 minuten onder water kunnen blijven. Bevers leven in familieverband, waarbij de ouders doorgaans hun hele leven bij elkaar blijven en de jongen 2 jaar bij hun ouders blijven.

Biotoop

De bever bewoont een breed spectrum aan bosrijke aquatische biotopen waaronder rivieren, beken, meren en moerassen. Een minimale waterdiepte van een halve meter is een vereiste. Maar dit creëren zij desnoods zelf door het bouwen van dammen, bestaande uit takken, twijgen en modder. Eén familie heeft voldoende aan 2 à 3 kilometer beek- of rivieroever, afhankelijk van het voedselaanbod.

Voedsel

Bevers zijn echte vegetariërs. Het meeste voedsel wordt binnen een zone van 10 tot maximaal 20 meter van de oever verzameld. Het hele jaar door, maar vooral in de winterperiode, foerageren bevers op bas en twijgen van bomen en struiken. Zacht loofhoutsoorten, zoals wilg, populier en berk zijn de favorieten. Om tijdens vorstperiodes in de winter over voldoende voedsel te beschikken, leggen bevers een wintervoorraad van takken aan, die ze onder water bewaren. In de zomerperiode wordt houtachtige planten en allerlei water- en moerasplanten gegeten.

Voortplanting

Bevers nemen pas vanaf hun derde levensjaar aan de voortplanting deel. De paring gebeurt omstreeks februari en na een draagtijd van 3,5 maanden worden de jongen geboren, meestal 2. Bij de opvoeding van de jongen worden de volwassen dieren bijgestaan door de jongen van de voorgaande 2 jaar. Op 2- tot 3- jarige leeftijd verlaten jonge bevers het ouderlijk territorium en gaan ze op zoek naar een eigen leefgebied.

Sporen

Een beverburcht of een beverdam zijn de duidelijkste sporen van aanwezigheid van bevers in het gebied. Hiernaast laat de bever door zijn manier van eten nogal wat sporen achter. Bij het omknagen van een boom wordt een zandlopervormige inkeping gemaakt. Bij afgeknaagde takken ontstaat een schuin snijvlak. Rond de plaats waar de bever heeft geknaagd liggen vaak grote spaanders. De tandafdrukken zijn ongeveer 8 mm breed en zijn duidelijk zichtbaar op zowel de stam, de afgeknaagde takken als op de spaanders. Om zijn territorium af te bakenen maakt de bever geurhoopjes. Naar muskus ruikend castoreum of bevergeil, geproduceerd door de anaal klieren, wordt vermengd met slijk en wat plantenresten en gedeponeerd op bepaalde plaatsen binnen zijn territorium.

Afbeeldingen ecologie

bever - Joachim De Maeseneer beverknaagboom - Joachim De Maeseneer omgeknaagde bomen - Véronique Verbist knaagsporen - Véronique Verbist beverwissel - Véronique Verbist beverhol - Véronique Verbist takken op burcht - Véronique Verbist beverdam - Joachim De Maeseneer