U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Overlast of schade door uitheemse soorten ('invasieve exoten')

 
Hoe worden de problemen aangepakt?

  1. Grensoverschrijdende aanpak 
  2. Preventie
  3. Snel opsporen en ingrijpen
  4. Beheren en terugdringen
  5. Acties door de Vlaamse overheid in Vlaanderen

  

1. Grensoverschrijdende aanpak

Wegens de open grenzen binnen de Europese Unie en onze functie als doorvoerregio, is het niet zonder meer mogelijk onze grenzen voor exoten te sluiten. Dat maakt dat internationale afspraken en samenwerking essentieel zijn voor een succesvol exotenbeleid.

Er zijn heel wat internationale regelingen en afspraken over de aanpak van exoten.

  • In het internationale Biodiversiteitsverdrag is overeengekomen dat invasieve exoten zo snel als mogelijk moeten worden aangepakt; “voorkomen is immers goedkoper dan genezen”.
    Preventie is de eerste prioriteit. De verspreiding (door menselijk handelen) van soorten tot ver buiten hun oorspronkelijke leefgebied wordt immers gezien als een van de belangrijkste oorzaken van achteruitgang van biodiversiteit.
    Als er toch invasieve exoten in de natuur terechtkomen, is de volgende stap eliminatie.
    Voor gevestigde invasieve exoten is de werkwijze: beheren en terugdringen van de populatie op duurzame wijze. De kans op succes bij beheer en beleid van invasieve exoten hangt af van de technische haalbaarheid van de methodes, de politieke (financiële) steun en de beschikbaarheid van wetenschappelijke informatie en data, maar ook van publieke aanvaarding en publieke participatie. Om het gevecht tegen invasieve soorten te kunnen winnen, moet het publiek bewust worden gemaakt van de problemen.
      
  • In de Bernconventie worden de principes uit het internationale Biodiversiteitsverdrag op Europees niveau verder uitgewerkt en worden voorstellen gedaan om de bestrijding van invasieve exoten op Europees niveau vorm te geven. De Europese Unie werkt momenteel een strategie uit voor de aanpak van exoten in zijn lidstaten. (Invasieve exoten, Europese Unie, pdf, 4 p., 2010). Vlaanderen volgt dat op en stemt het Vlaamse beleid af op de Europese strategie. Europa volgt de stappen uit het Biodiversiteitsverdrag: in de eerste plaats preventie, ten tweede ‘snel opsporen en ingrijpen’ en ten derde ‘beheersen en terugdringen van populaties’.

In België is er een verdeling van bevoegdheden tussen de federale en de regionale overheden wat de aanpak van exoten betreft.

  • De federale overheid is bevoegd voor regulering van invoer, doorvoer, uitvoer en bezit dat rechtstreeks voortvloeit uit invoer.
  • De regionale overheden (Vlaanderen, Wallonië, Brussel) zijn bevoegd voor regulering van bezit, handel, monitoring, snel opsporen en ingrijpen, beheersing en terugdringen.

Vlaanderen stemt het Vlaamse beleid af op de Europese strategie. In Vlaanderen is het Soortenbesluit de rechtsgrond voor de aanpak van exoten op het Vlaamse grondgebied. Drie bepalingen uit dat besluit zijn daarbij relevant:

  • Er is een verbod van introductie van exoten in het wild (art. 17), uitgezonderd enkele specifieke uitzonderingen.
  • Introductie van uitheemse soorten is alleen mogelijk als voorafgaand impactonderzoek aantoont dat er geen kans bestaat op ongunstige gevolgen (Art. 21. §2).
  • Om de hinder door invasieve exoten te kunnen vermijden, milderen of herstellen, bestaat de mogelijkheid om een beheerregeling uit te werken voor een bepaalde soort of een bepaalde groep van soorten (Art. 28, 29, 30 en 31).

    Als het gaat over invasieve soorten, zijn de volgende maatregelen mogelijk, binnen de perken van de daartoe vastgestelde begrotingsmiddelen:
    • uitvoeren van bewustmakingsacties, daarbij inbegrepen het uitbrengen van codes van goede praktijk;
    • verrichten, laten verrichten of opleggen van specifieke beheers- of bestrijdingsacties;
    • sluiten van overeenkomsten met provinciale of lokale overheden met rechtsonderhorigen, organisaties of verenigingen, met het oog op het opzetten van regionale of plaatselijke beheer- of bestrijdingsacties; en
    • beperken of verbieden van het onder zich hebben, het vervoeren, het verhandelen of ruilen, te koop of in ruil aanbieden van de soort in kwestie.

    Top

    2. Preventie

    • Zodra een invasieve soort zich heeft gevestigd, is die nog zeer moeilijk weg te krijgen. Vandaar dat op alle beleidsniveaus preventie op de eerste plaats komt.
        
    • Op het federale niveau wordt werk gemaakt van wetgeving met als doel om de invoer, doorvoer en uitvoer van sommige invasieve exoten te verbieden. Voor Vlaanderen, biedt het Soortenbesluit de mogelijkheid om een handelsverbod voor specifieke soorten in te stellen. Door duidelijk wet- en regelgeving kan veel schade door uitheemse soorten vermeden worden.
         
    • De meeste problematische invasieve exoten in België zijn bewust ingevoerd en al dan niet met opzet in de natuur losgelaten. Die introducties gebeuren meestal doordat de invoerders, verkopers en kopers de risico’s niet kennen. Door goede voorlichting en bewustmaking kunnen veel introducties via tuinen, parken, aquaria of vijvers voorkomen worden.
       
      Zeer nuttig zijn daarom ook overlegde, duidelijke afspraken met de betrokken actoren en sectoren (importeurs, tuincentra, transporteurs, … ). In dit kader loopt er in België momenteel een door Europa meegefinancierd project onder de naam AlterIAS. Dat project wil informeren en sensibiliseren over de problemen door invasieve planten, met als doelgroep de professionele groensector, de tuinliefhebbers en het tuinbouwonderwijs. Welke planten worden beter niet gebruikt en welke alternatieven zijn er voor die probleemplanten?
      In samenspraak met de professionele groensector (sierteelt, tuincentra, openbaar groen,...) werd er daarvoor een gedragscode uitgewerkt. In die gedragscode staan maatregelen om de introductie en verspreiding van invasieve planten te beperken. De ondertekenaars uit de groensector verbinden zich ertoe 28 invasieve plantensoorten niet meer aan te planten of te verkopen. Bij de verkoop van tientallen andere planten zal men waarschuwende informatie geven. Ook tuinliefhebbers kunnen een gedragscode ondertekenen.

    Top

    3. Snel opsporen en ingrijpen

    • Wanneer een invasieve exoot toch in de natuur is binnengedrongen, is het van belang die zo snel mogelijk op te sporen, risico’s te analyseren en de afweging te maken of ingrijpen nodig is. Volledige verwijdering is doorgaans alleen haalbaar als de soort zich nog maar pas gevestigd heeft en de aantallen nog overzichtelijk zijn. Hiervoor is een goed signaleringsnetwerk van groot belang.
       
    • De verantwoordelijkheid voor het weren en verwijderen van een nieuwe invasieve exoot ligt in eerste instantie bij de overheid.

    Top

    4. Beheren en terugdringen

    • Het beheer van een populatie invasieve exoten die zich al gevestigd heeft, is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de terreinbeheerders. De beheerders hebben de verantwoordelijkheid voor de deugdelijke staat van de terreinen. Dat impliceert ook dat ze hun terreinen zo beheren dat bedreigingen door invasieve exoten beheersbaar blijven. Terreinbeheerder moet in dit verband overigens in brede zin van het woord worden opgevat. Ook gemeenten, boeren, particuliere beheerders, enz. kunnen daartoe worden gerekend.
        
    • Als de individuele beheerder de problemen door de invasieve exoot niet alleen de baas kan, is het mogelijk aangewezen dat bestrijding wordt mogelijk gemaakt, gestart en/of gecoördineerd door lokale overheden zoals gemeenten, provincies en waterbeheerders. In onderling overleg kan worden besloten dat het Vlaamse gewest acties onderneemt om de verspreiding van een soort zo veel mogelijk te beperken of dat specifiek onderzoek wordt gedaan naar beheermethoden.

    Top

    5. Acties door de Vlaamse overheid in Vlaanderen

    Planten

    Dieren

    Top