Voor elke wildsoort is er een periode bepaald waarbinnen de gewone jacht kan plaatsvinden – de jager of jagersgroep mag tijdens deze periode zonder bijkomende voorwaarden op het betrokken wild jagen.
Alle grofwildsoorten kunnen alleen met het afschotplan worden bejaagd. Grofwildsoorten zijn edelhert, ree, damhert, moeflon en wild zwijn. Het afschotplan bepaalt hoeveel dieren van welk geslacht of leeftijd er mogen geschoten worden per jaar en per wildbeheereenheid (vb. reegeit, reebok, reekits).
Formulieren en labels Het afschotplan voor grofwild moet drie maanden op voorhand worden aangevraagd bij onze provinciale diensten. Download het aanvraagformulier voor het afschotplan van grofwild (Word-document).
Voor elk geschoten dier binnen het afschotplan moet je een meldingsformulier invullen. Per provincie is er een apart meldingsformulier beschikbaar:
De onderkaken van het geschoten dier moeten worden gelabeld. Deze labels krijg je meegeleverd met jouw goedgekeurde afschotplan. Meer details staan vermeld op jouw afschotplan.
Er zijn extra voorwaarden verbonden aan het bejagen van ree. Een afschotplan voor ree wordt alleen toegekend aan wildbeheereenheden en aan jagers met een jachtgebied dat ofwel minstens 1000 ha groot of dat minstens 250 ha dekking omvat.
Formulieren
Iedereen die wil jagen moet rekening houden met de regels die de overheid oplegt aangaande wanneer op welke wildsoort mag gejaagd worden. Download de overzichtstabel met de openingstijden voor de gewone jacht, geldig tot 2013 (pdf-document).
Individuele jagers die op kleinwild (haas, fazant, patrijs) willen jagen, moeten elke vier jaar een beheerplan kleinwild indienen bij de Provinciale Dienst.
Het wildrapport is een lijst van de voorjaarsstand, geschat op basis van tellingen, en van de absolute afschotcijfers van patrijs, haas en fazant.De jachtrechthouder moet het wildrapport jaarlijks vóór 1 april indienen bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Als de jachtrechthouder het wildrapport niet tijdig indient wordt de jacht op de haas, fazant en patrijs niet geopend in het daaropvolgende jachtseizoen voor de gronden waarop hij het jachtrecht heeft.
De jachtrechthouder moet gebruik maken van het modelformulier dat werd opgesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos.
Erkende wildbeheereenheden zijn vrijgesteld van deze verplichting.