De gewone jacht op reegeiten en –kalveren (kits) is geopend van 15 januari tot en met 15 maart; op reebokken van 15 mei tot en met 15 september voor de jaren 2009 tot en met 2012; van 15 mei tot en met 30 juni 2013.
De jacht op ree mag alleen worden uitgeoefend op basis van een goedgekeurd afschotplan dat bepaalt hoeveel dieren van welk geslacht of leeftijd er mogen geschoten worden per jaar.
In het afschotplan kan het afschot beperkt of aan voorwaarden onderworpen worden o.a. wat betreft jachtwijzen en jachtmiddelen.
Er zijn extra voorwaarden verbonden aan het bejagen van ree. Een afschotplan voor ree wordt alleen toegekend aan erkende wildbeheereenheden en aan jagers met een jachtgebied dat ofwel minstens 1000 ha groot is of dat minstens 250 ha dekking (bos en/of kleine landschapselementen) omvat.
Om een goedgekeurd afschotplan te verkrijgen moet de houder van een individueel jachtrecht of een wildbeheereenheid per aangetekende brief een aanvraag indienen. Hierin moeten een aantal zaken vermeld worden, nl. het aantal aanwezige dieren in het jachtveld, het voorgenomen aantal te schieten dieren en het aantal geschoten dieren gedurende de laatste drie jaar. De aanvraag moet worden ingediend in het jaar voor het afschotjaar en dit telkens vóór 15 oktober.
Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) beslist dan vóór 1 december hoeveel stuks reewild per leeftijdscategorie mogen geschoten worden. Voor elk toegekend stuk reewild wordt een individueel label voorzien, waarmee het dier dient te worden gelabeld.
Voor elk geschoten dier vult de jachtrechthouder in tweevoud een meldingsformulier in. Het eerste exemplaar wordt binnen een week na het afschot naar het ANB gestuurd en een tweede exemplaar blijft in het bezit van de jachtrechthouder.
Voor de controle van en het onderzoek naar het reewildafschot wordt het geschoten reewild in de loop van de dag van afschot aangeboden aan of gedurende 24 uur ter beschikking gehouden van de beleidswachter/boswachter van het ANB. Ongebruikte labels moeten vóór 15 oktober van het jaar waarop het afschotplan betrekking heeft, teruggestuurd worden naar het ANB.
Bijzondere bejaging op ree is NIET toegestaan.
Wanneer er schade is aan gewassen of eigendommen en wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, kan de grondgebruiker of -eigenaar ree (laten) bestrijden.
Iedere bestrijdingsactiviteit (apart of in kalendervorm) moet minstens 24 uur op voorhand gemeld worden. Er dient aangetoond te worden dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan bestrijding. Het Agentschap voor Natuur en Bos gaat dan na of er preventieve maatregelen getroffen zijn. Wanneer de bestrijdingsactiviteit toegekend wordt, kan het ANB toezicht houden, maar indien nodig kan het ook de activiteit verbieden.
In praktijk wordt dit zelden toegestaan.
terug