In het broedseizoen zijn spreeuwen meestal per koppel actief en zie je nauwelijks grotere groepjes. Spreeuwen voeden hun jongen voornamelijk met alle mogelijke larven, rupsen en wormen. Je ziet ze ook vaak voedsel zoeken in graslanden; ze zijn namelijk verlekkerd op emelten (larven van langpootmuggen) die aan de wortels van het gras vreten. In sommige landen plaatsen landbouwers nestkastappartementen met soms wel 150 individuele nestplaatsen om spreeuwen aan te trekken omdat ze voor de landbouw schadelijke organismen opruimen.
Uiteraard zullen spreeuwen de kans niet laten liggen om links en rechts een kers of een graantje mee te pikken, maar dit is meestal slechts een tijdelijke afwisseling op het hoofddieet tijdens het broedseizoen.
Na het broedseizoen vormen de spreeuwen grotere groepen. Op deze manier zijn ze beter beschermd tegen roofvogels en roofdieren. Je ziet ze vanaf juni al in kleine groepjes rondvliegen en voedsel zoeken. Tijdens de periode juni–oktober komen ze in grote aantallen voor in fruitteeltgebieden (vooral kersen) waar ze dan de vruchten opeten.
In het najaar krijgen we ook bezoek van spreeuwen uit Midden en Noordoost-Europa die bij ons een aangenamer winterklimaat vinden. Om ’s nachts veilig te slapen, gaan spreeuwen samenhokken op slaapplaatsen. De kans dat een spreeuw in de groep een belager opmerkt is immers veel groter dan dat één spreeuw alleen in zijn slaap tijdig wakker wordt. Dergelijke slaapplaatsen kunnen snel enkele duizenden spreeuwen tellen en hun luchtacrobatie vormt een schitterend spektakel bij valavond.
Spreeuwen zijn niet erg schuw en weten handig in te spelen op onze menselijke maatschappij: restjes graan in kippenrennen leveren makkelijk voedsel, holtes in daken of onder dakgoten bieden dan weer een geschikte broedplek. En als er in de tuin dan nog eens veel sappigere en dikkere kersen te vinden zijn dan in het bos, dan is de rekening snel gemaakt.
Spreeuw valt onder het Soortenbesluit van 15 mei 2009. In beginsel is de soort beschermd, maar op die bescherming bestaat een algemene uitzondering die ertoe leidt dat spreeuw in de praktijk op vrij eenvoudige wijze kan bestreden worden om belangrijke schade aan fruitteelt te voorkomen. De soort is opgenomen in bijlage 3 van het Soortenbesluit, en kan binnen dat kader bestreden worden na melding aan bepaalde instanties.
Aangezien spreeuwen graag fruit eten, kunnen ze flink wat schade veroorzaken in boomgaarden. Ze wachten geduldig tot de kersen rijp zijn en slaan dan pas toe. Er is dus voldoende tijd om voorzorgsmaatregelen te nemen.
Gangbare afschrikmiddelen kunnen een pak geld kosten, maar zijn veelal eenvoudig en goedkoop zelf na te maken (ballonnen met ogen op, vogelverschrikkers, bewegende reflecterende objecten (zoals oude cd’s aan een touwtje en strookjes zilverpapier), namaakroofvogels, knalapparatuur, luidsprekers met afschrikgeluiden enz.).
Om gewenning te voorkomen worden bovenstaande middelen best eens afgewisseld en worden ze enkel tijdens de kritische periode geplaatst.
Minder evident voor hoge en oudere bomen, maar ook efficiënt is het verpakken van de boom met een net.
In eerste instantie moeten ook professionele fruittelers hun toevlucht zoeken in eenvoudige afschrikmiddelen.
Grote concentraties fruit kunnen echter zo’n grote aantrekkingskracht vormen op spreeuwen dat ze zich niet meer storen aan deze afschrikmiddelen. In dergelijke gevallen zullen de spreeuwen gedood moeten worden.
Dit kan enkel na melding van de intentie tot bestrijding aan de provinciale afdeling van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en aan de burgemeester van de gemeente waar de bestrijding gepland is. De voorwaarden, bepalingen en formulieren voor bestrijding vindt u hier.
Broedende spreeuwen houden geen rekening met wat er zich onder het nest bevindt. Alle vogelpoep gaat gewoon recht naar beneden, het nest uit. Bij dergelijke overlast kan een mestplankje dat de uitwerpselen opvangt net onder het nest geplaatst worden. Bovendien zijn spreeuwenjongen ook heel luidruchtig. Om overlast in de komende jaren tegen te gaan, kan na het uitvliegen van de jongen de nestholte eventueel dichtgemaakt worden.
Het verwijderen van spreeuwennesten met eieren of jongen is verboden.
Spreeuwen slapen in de winter liefst in grote groep samen. Aangezien spreeuwen heel luidruchtig zijn, kan dit voor geluidsoverlast zorgen. Ook hun uitwerpselen kunnen een probleem vormen.
In dergelijke gevallen van overlast kan het nodig zijn om de spreeuwen te doen verhuizen. Dit doe je best in samenspraak met de gemeente- of stadsdiensten. Dikwijls beschikken zij al over de nodige expertise en materialen.
Al kunnen spreeuwen voor heel wat overlast zorgen, als je er geen probleem mee hebt, kunnen ze je elke avond laten genieten van hun schitterend luchtballet.
De bestrijding op spreeuw kan enkel uitgevoerd worden van 1 mei tot en met 31 oktober en dit om belangrijke schade aan professionele fruitteelt te voorkomen.
De bestrijdingsactiviteiten zijn enkel toegelaten op volgroeide individuen tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang.
De bestrijdingsactiviteiten kunnen enkel worden uitgevoerd met behulp van volgende middelen:
De bestrijding mag worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder of exploitant (grondgebruiker) van het terrein waar de bestrijding plaatsvindt. Met een schriftelijke toestemming van de eigenaar, huurder of exploitant op zak, mogen volgende personen ook overgaan tot bestrijding:
De bestrijding mag worden uitgevoerd na een melding van de intentie tot bestrijding aan de burgemeester van de gemeente waar de bestrijding zal plaatsvinden en aan het provinciaal hoofd van het ANB. Deze melding moet voldoen aan de volgende modaliteiten:
Zowel de burgemeester als het provinciaal hoofd van het ANB kan de bestrijding, zo nodig en bij gemotiveerde beslissing, te allen tijde verbieden of beperken.
Naast bovenstaande zijn onverminderd alle bepalingen van het Soortenbesluit van toepassing. Voor de volledige tekst klik hier.
terug