Zwarte kraaien zijn een wijdverspreide vogelsoort in Vlaanderen en leven graag zij aan zij met de mens. Ze vinden immers voedsel in overvloed in en rondom afvalbakken, composthopen, kippenrennen, … Daardoor komen ze ook in grotere getale voor in een menselijke omgeving dan in een natuurlijk ecosysteem.
Van nature uit voeden zwarte kraaien zich met allerhande insecten en insectenlarven. Daarnaast zoeken ze, vooral in het broedseizoen, ook gericht nesten van andere vogels af om eieren en jongen te roven. Het zijn echte opportunisten die profiteren van elke gelegenheid die zich voordoet. Zo eten ze bijvoorbeeld ook op het strand aangespoelde dieren (mossels, slakken, krabbetjes etc.) of gaan ze in uitgedroogde poelen en beken op zoek naar zoetwatermossels of slakken.
Het zal dan ook niet verbazen dat ze zich tegoed doen aan verkeersslachtoffers en dat ze ook te vinden zijn in pas gemaaid grasland, op zoek naar gekwetste of dode dieren. Op deze manier doen ze dienst als natuurlijke opruimers die zo de uitbraak van ziektes zoals botulisme afremmen.
Zwarte kraaien eten evengoed plantaardig voedsel waarbij wortels en knollen uitgepikt worden. Ook koolbladeren, peulvruchten en granen staan op het menu. Sommige kraaien werken systematisch rijen kiemplantjes af door ze uit te trekken en de graanrest aan de wortel op te peuzelen.
Zwarte Kraai valt onder het Soortenbesluit van 15 mei 2009. In beginsel is de soort beschermd, maar op die bescherming bestaan ruime uitzonderingen die ertoe leiden dat Zwarte kraaien in de praktijk om verschillende redenen en op vrij eenvoudige wijze bestreden kunnen worden. De soort is opgenomen in bijlage 3 van het Soortenbesluit, en kan binnen dat kader bestreden worden na melding aan bepaalde instanties (zie verder).
Net als eksters hebben ook zwarte kraaien geleerd dat onder het plastiek van maïsvoederkuilen vaak wat te rapen valt. Deze kuilvoeders zijn echter luchtdicht ingepakt om bederf tegen te gaan. Wanneer er gaten worden ingepikt, bederft het voeder en dit kan tot ziektes bij de veestapel leiden. Omdat kraaien en eksters niet weten welk voeder zich in de kuil bevindt, worden ook andere vormen van kuilvoer open gepikt (bv. voordrooghooibalen) en dit met alle mogelijke gevolgen van dien.
Om dergelijke schade tegen te gaan kan de kuil afgedekt worden met een dikker plastiek, een stevige worteldoek of met een laag aarde.
Zwarte kraaien voeden zich met eieren en nestjongen van verschillende soorten vogels, ook van jachtwildsoorten als fazant en patrijs. Door het bijeenrapen van allerhande oogstresten en afval zijn ze ook talrijker dan in een natuurlijke situatie het geval zou zijn. Dit kan de predatiedruk op broedvogels verhogen, zeker gezien vele van onze wilde dieren het net wat moeilijker hebben in ons druk benut en vaak versnipperd Vlaams landschap. Er bestaat dan ook de mogelijkheid om kraaien te bestrijden ter bescherming van de fauna. In de meeste gevallen gaat het om het beschermen van een populatie kleinwild (fazant, patrijs) door het aantal potentiële kraaien die de nesten komen roven te verminderen. De voorwaarden, bepalingen en formulieren voor bestrijding van de kraai vindt u hier.
Kraaien hebben geleerd dat bij jong kiemend graan nog een voedzame korrel onder de grond verstopt zit. Sommige kraaien hebben zich gespecialiseerd om rijen kiemende gewassen (maïs, bieten, …) af te lopen en telkens de jonge kiemplantjes aan te pikken. Soms vergissen kraaien zich en doen ze hetzelfde aan gewassen waarbij niets te rapen valt. Bovendien eten zij ook volgroeide gewassen.
Zeker als ze met veel zijn is de schade al snel niet te overzien. . Gangbare afschrikmiddelen kunnen een pak geld kosten, maar zijn veelal eenvoudig en goedkoop zelf na te maken (ballonnen met ogen op, vogelverschrikkers, bewegende reflecterende objecten (zoals oude cd’s aan een touwtje en strookjes zilverpapier), namaakroofvogels, knalapparatuur, luidsprekers met afschrikgeluiden enz.).
Om gewenning te voorkomen worden bovenstaande middelen best eens afgewisseld en worden ze enkel tijdens de kritische periode geplaatst.
De gewassen kunnen echter zo’n grote aantrekkingskracht vormen op kraaien dat ze zich niet meer storen aan deze afschrikmiddelen. In dergelijke gevallen kan het noodzakelijk zijn dat de kraaien moeten worden bestreden.
Dit kan enkel na een melding van de intentie tot bestrijding aan de provinciale afdeling van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en aan de burgemeester van de gemeente waar de bestrijding gepland is. De voorwaarden, bepalingen en formulieren voor bestrijding van de kraai vindt u hier.
Sommige kraaien hebben geleerd dat ze harde voorwerpen (noten, slakken, …) kunnen kraken door ze van een flinke hoogte te laten vallen op een harde ondergrond. Als dit type voedsel op een dakvenster, glazen koepel of wagen terechtkomt, kan dit problemen geven. Zeker wanneer kraaien dit ook spelenderwijs met keien en steentjes doen.
Een gekend slachtoffer van deze techniek is het Europees Parlement in Brussel. Uiteindelijk werd het probleem verholpen door de losliggende steentjes van de omliggende platte daken te verwijderen en een fijn net boven de glazen koepel te hangen.
Tijdens het voorjaar zijn kraaien zeer territoriaal. Het gaat zelfs zo ver dat ze vaak zogenaamde schijngevechten voeren met hun spiegelbeeld. Omdat hun spiegelbeeld natuurlijk even hardnekkig tekeer gaat, koelen de kraaien hun woede op alles wat in de buurt is. In het broedseizoen gebeurt het vaak dat kraaien silicone of stopverf van ruiten lospikken. In een zeldzaam geval zal een kraai tot bloedens toe zijn spiegelbeeld aanvallen wat resulteert in bloedvlekken op vensters en vensterbanken.
Dergelijke taferelen spelen zich voornamelijk af bij spiegelglas. Ook bij (mooi gewassen) auto’s kunnen kraaien al eens hun frustratie op de ruitenwissers bekoelen. Om dit te voorkomen kan, tot het broedseizoen wat gevorderd is en de hormonen wat bekoeld, het spiegelglas afgeschermd worden zodat de kraai zijn eigen spiegelbeeld niet meer ziet. Het glas krijten of met een gaas of plastiek afplakken of bloembakken op de vensterbank kunnen een oplossing bieden. Auto’s kunnen met een dekzeil afgedekt worden ben.
De bestrijding op Zwarte kraai conform bijlage 3 van het Soortenbesluit kan enkel uitgevoerd worden op volgroeide individuen tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang, het hele jaar door.
De bestrijdingsactiviteiten kunnen enkel worden uitgevoerd met behulp van volgende middelen:
De bestrijding mag worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder of exploitant (grondgebruiker) van het terrein waar de bestrijding plaatsvindt.
De bestrijding mag tevens worden uitgevoerd door volgende personen, op voorwaarde van een schriftelijke toestemming van de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker:
De bestrijding mag worden uitgevoerd na melding van de intentie tot bestrijding aan de burgemeester van de gemeente waar de bestrijding zal plaatsvinden en aan het provinciaal hoofd van het ANB. Deze melding moet voldoen aan de volgende modaliteiten:
Zowel de burgemeester als het provinciaal hoofd van het ANB kunnen de bestrijding, zo nodig en bij gemotiveerde beslissing, te allen tijde verbieden of beperken.
Naast het bovenstaande zijn onverminderd alle bepalingen van het Soortenbesluit van toepassing. Voor de volledige tekst klik hier.
terug