De gewone jacht op verwilderde kat is NIET toegestaan.
Bijzondere bejaging op verwilderde kat is NIET toegestaan.
Om redenen van natuurbeheer, met name ter bescherming van kleinwild of ter bescherming van soorten die op grond van artikel 51 van het Decreet van 21 oktober 1997 als beschermingswaardig worden aangemerkt, kunnen er populatieregulerende acties ondernomen worden ten aanzien van verwilderde katten.
De (mede)jachtrechthouders, de grondeigenaars en -gebruikers en de door de jachtrechthouders aangestelde bijzondere veldwachters zetten alle diervriendelijke en pijnloze middelen in om de populatie van verwilderde katten in hun jachtgebied te reguleren.
Zij kunnen hierbij onder meer gebruik maken van kastvallen, met een maximumvolume van 1000 dm³, waarin de gevangen dieren zich vrij kunnen bewegen. De kastval moet, in gesloten toestand, in de zijwand ter hoogte van het maaiveld minstens één vrije opening hebben met een cirkeldiameter van min. 6,5 cm.
Verwilderde katten mogen niet gereguleerd worden binnen een straal van vijftig meter rond de vossen- en dassenburchten.
terug