U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Monitoring vleermuizen


Wintertellingen

watervleermuis - Marc De Vos & Patrick VanhopplinusEén keer per jaar worden door de vleermuizenwerkgroep overwinterende vleermuizen geteld in het merendeel van de fort van de antwerpse fortengordel.

In het kader van het Life project worden in sommige objecten detectiepoorten opgehangen om het in- en uitvliegen van vleermuizen te registreren. Op deze wijze wordt een beeld bekomen van het gebruik van forten en groeven in het najaar, net voor de winterslaap.

In een aantal winterverblijven zal het gedrag van overwinterende vleermuizen nader geïnspecteerde worden met temperatuur sensors en loggers. We hopen deze resultaten te kunnen gebruiken om de microklimatische voorkeuren van vleermuizen beter te kunnen inschatten. Met deze kennis kunnen we veel gerichter het klimaat in de forten optimaliseren voor vleermuizen.

Zomermonitoring

De detectiepoorten en de temperatuurloggers worden ook gebruikt in een aantal zomerverblijfplaatsen, met dezelfde doelstelling als in de winterverblijfplaatsen.

Monitoring fort Steendorp met IR detectiepoort
Het ‘reduit’ van het fort van Steendorp werd uitgekozen voor de detectie met de infrarooddetectiepoort. Halfweg de tunnel en ingang van dit deel van het fort, kwam de vaste wand met invliegopening. Voor dit deel van het fort zijn er geen andere invliegplaatsen. Ook kunnen de vleermuisspecialisten niet doordringen in alle delen van het reduit om er tellingen uit te voeren. In dit deel van het fort troffen ze telkens een paar honderd vleermuizen aan in overwintering.

Van 8 september tot en met 9 oktober 2008 werd de vliegactiviteit in en uit het reduit gemonitord.
Dagen werden ingedeeld van startend van 12h ’s middags. De vleermuizen zijn het actiefst tussen 17.30 ’s avonds (uitvliegen) tot 8h ’s morgens (terug in). Opvallend is ook het zeer hoge aantal bewegingen in de gang, en door de poort, in beide richtingen (tot 2000 bewegingen per dag, fig 1).

Vleermuizen in uit

Figuur: absolute aantallen bewegingen door de invliegpoort in het ‘reduit’ van Steendorp (8/9 tot 9/10)
Belangrijker zijn echter de aantallen vleermuizen die, naargelang het winterseizoen nadert, netto in het reduit verblijven.

Vleermuizen

Figuur 2 geeft de cumulatieve stijging van het netto aantal vleermuizen dat zich in het reduit bevindt in de tijd. Tegen 20 september is het aantal vleermuizen dat ’s nachts in het reduit verblijft opgelopen tot 100. Tegen het eind van de onderzoeksperiode is dit aantal opgelopen tot 731, veel meer dan er ooit vleermuizen werden geteld in dit deel van het fort.

Het experiment stopte begin oktober 2008, maar ook dan zien we dat een plateau nog niet bereikt werd, en dat vermoedelijk het netto aantal vleermuizen nog zal oplopen tot alle dieren in overwintering zijn. Ook de vliegactiviteit, al dan niet enkel binnen de gangen van het reduit, was omwille van relatief hoge temperaturen, begin oktober nog steeds vrij hoog.

Uitwisseling tussen zomer en winterverblijf

In dit onderdeel van de monitoring wordt een heel bijzondere koppeling gemaakt tussen een zomerverblijfplaats in Waddinxveen in Nederland en de winterverblijfplaatsen van die dieren in de Lacroixgroeve en het fort van Steendorp, beide Europese Habitatrichtlijngebieden. Naar schatting heeft 12% van de meervleermuizen die in Limburg en België overwinteren connecties met Waddinxveen.

Daarom zullen we uitwisselingen tussen zomer en winterverblijfplaats registreren door middel van het waarnemen van gemerkte dieren. Door een combinatie van chipreader en spoel kan een dier worden waargenomen op het moment dat zij haar zomerverblijfplaats verlaat en het moment dat zij haar winterverblijfplaats heeft bereikt.

Ook kan op deze manier het overwinteringsgedrag van individuele dieren in de gaten worden gehouden. Deze informatie is van belang om het beheer van zowel zomer- als winterverblijven te optimaliseren.