Elzenbroekbos en wilgenvloedbos zijn de typische bostypes langs de Schelde.
Broekbossen komen voor op drassige lage landen die ’s winters vaak lange tijd onder water staan. Ook tijdens de zomer daalt de waterstand niet veel. Zwarte elzen zijn specifiek aan dit milieu aangepast. De natuurwaarde van een elzenbroekbos is zeer groot. Dit bostype is zeldzaam op wereldschaal. Het herbergt een grote diversiteit aan planten en dieren. In de lente tooit dit bos zich met een prachtige lenteflora van ondermeer dotterbloemen en pinksterbloemen.
Op de zoetwaterschorren langs de Schelde groeien her en der wilgenvloedbossen. Deze bossen bevinden zich buitendijks en komen onder water te staan bij springtij. De wilgen groeien dicht tegen elkaar aan. Op sommige plaatsen is het bos zelfs ondoordringbaar. Op de meer open plaatsen gedijen allerlei kruiden. De spindotterbloem is één van de typische soorten die in Europa uitsluitend op de zoetwaterschorren voorkomt. Het is een variant van de gekende dotterbloemen. De spindotterbloem heeft zich op een merkwaardige manier aan het leven in een getijdengebied aangepast. Wanneer de sterk vertakte wortelstokken afbreken laten ze zich met de stroming meevoeren. Zo kunnen ze elders opnieuw uitgroeien tot een volwaardige nieuwe plant.