Door menselijke ingrepen is de Durme sterk veranderd. De Durme werd in de 20ste eeuw rechtgetrokken en afgedamd te Lokeren. Door deze afdamming verloor de Durme haar bovendebiet en werd het een getijdenrivier zonder bovendebiet.
Op deze zijrivier van de Schelde ontwikkelden zich unieke zoetwaterschorren. Een zeer waardevolle natuurvorm die in Europa met de jaren schaarser wordt. De Durme zit in een strak keurslijf van dijken gewrongen waardoor er onvoldoende plaats is om te stromen en te overstromen. De Schelde en Durme krijgen met de realisatie van het geactualiseerde Sigmaplan opnieuw de mogelijkheid om te overstromen in hiervoor aangelegde gebieden. Deze gebieden kunnen bij stormvloeden grote hoeveelheden water bergen, waardoor de kans op overstromingen in steden en dorpen fors afneemt. De werken starten in 2010.
Het Groot- en Klein Broek worden ontpolderd, er komen grote bressen in de dijk waardoor het gebied terug onder invloed van het getij komt. De Bunt wordt een overstromingsgebied met invulling als gecontroleerd gereduceerd getijdengebied (GGG). Via sluizen in de dijk vult het gebied zich bij elke vloed met een klein laagje water. Bij eb stroomt het water terug naar de rivier. Door de dagelijkse tijwerking ontwikkelen zich opnieuw waardevolle slikken en schorren. Slikken en schorren zijn als longen voor de rivier, ze dragen bij aan de ontwikkeling van een gezonde veerkrachtige Durme en Schelde.
De Durmevallei biedt ook kansen voor de ontwikkeling van soortenrijke meersen en vijvercomplexen met fraaie oeverzones. Op de uitgestrekte hooilanden vormen de bloemen in het voorjaar een prachtig kleurenpalet. In de Hagemeersen, het Bulbierbroek en het Weijmeerbroek wordt er meer openheid gecreëerd die herinnert aan het valleilandschap van enkele eeuwen terug. Dit alles is een extra troef voor fietsers, wandelaars en andere recreanten.