Het toekomstige stadsrandbos zal bestaan uit een mozaïek van bos, landbouw, natuur, bomenrijen en oeverzones.
De bestaande bossen blijven behouden. Ze vallen uiteen in 2 categorieën: bos als dusdanig (62 ha) en bossen binnen parken (22 ha).
De bosuitbreiding wordt gerealiseerd in 2 fasen.
Naast bos speelt landbouw een belangrijke rol als behoeder van de open ruimte in het stadsrandbos. Een belangrijk deel van het gebied blijft, ook na de realisatie van het stadsrandbos, dan ook voorzien voor landbouw. De voorziene oppervlakte voor landbouw binnen het inrichtingsplan bedraagt 374 ha, of 49 % van de totale oppervlakte van het gebied (inclusief bebouwing).
Rond de Vuile Plas wordt 6 ha natuurontwikkeling voorzien, in overeenstemming met de stedenbouwkundige vergunning voor het gebruik van de Vuile Plas als grondstortplaats.
De bomenrijen bestaan enerzijds uit percelen die als dreef opgenomen zijn (5,4 ha), en anderzijds uit bomenrijen die binnen de andere categorieën worden voorzien. Er wordt 40,1 km bomenrijen voorzien, waarvan er momenteel al 30,3 km bestaan. Er zal dus 9,8 km bijkomende bomenrijen worden aangeplant.
Tenslotte worden er ook bijkomende oeverzones voorzien langs de belangrijke waterlopen (Mandoerse Beek, Edegemse beek en de beek tussen Groeningenhof en Reetsesteenweg). De maximale oppervlakte van deze oeverzones is 17,7 ha, welke voorzien wordt als overdruk boven de bestaande inrichting. De uiteindelijke selectie waar er oeverzones zullen worden gecreëerd, zal worden uitgevoerd in het kader van het deelbekkenbeheerplan.
Voor meer informatie over het stadsrandbos kun je terecht bij:
terug