U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Bosgroepen

Privéboseigenaars kunnen zich verenigen in bosgroepen.
Hier lees je meer over de voordelen van zo’n samenwerkingsverband en hoe de Vlaamse overheid de ontwikkeling ervan stimuleert.


Waarom bosgroepen?

De bosoppervlakte in Vlaanderen is zeer beperkt. Volgens de nieuwe boskartering telt Vlaanderen ongeveer 146.000 ha bos, waarvan naar schatting 70 % privé-eigendom is. Bovendien is het beperkte bosareaal in Vlaanderen enorm versnipperd: de meeste boseigendommen zijn zelfs kleiner dan 1 ha.
Voor de eigenaars van die kleine bosperceeltjes is het beheer daarvan financieel onrendabel. Ze hebben weinig kennis van specifieke beheermaatregelen en op het vlak van wetgeving zien ze vaak door de bomen hun eigen bos niet meer. Die factoren hebben ervoor gezorgd dat bosbeheer achterwege bleef in de meeste bossen. Een bijkomend gevolg van de eigendomsversnippering is de machteloosheid van de eigenaars tegen overrecratie, niet-geregeld bosgebruik, sluikstorters, enzovoort.
Precies om die grote groep van eigenaars bij het bosbeheer te betrekken, zijn in Vlaanderen bosgroepen opgestart. Als het bosbeheer voor verschillende eigenaars samen kan gebeuren, kan dat zonder de eigenaars op kosten te jagen. Op die manier kan een bosgroep een oplossing bieden voor de problemen waarmee de privébossen te kampen hebben.

Wat is een bosgroep?

Een bosgroep is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen verschillende boseigenaars, zowel openbare als private, waarbij alle partners op gelijke voet staan met elkaar. De beheersvrijheid van de eigenaar staat in de samenwerking altijd centraal. De bosgroep kan optreden als organisator van gezamenlijke beheerswerken en houtverkoop. Door de houtverkoop gezamenlijk te organiseren, kunnen gunstigere houtprijzen worden verkregen tegen een lagere kost voor de eigenaar. Afspraken over het gemeenschappelijk inzetten van arbeiders en materiaal maken het uitvoeren van beheerswerken betaalbaar. De bosgroep kan de administratieve rompslomp voor de eigenaars aanzienlijk verminderen. Ook kan de eigenaar er terecht voor allerlei bosbouwkundige informatie, in de vorm van individueel advies, cursussen en excursies. Omdat ze een neutrale positie inneemt tussen overheden, eigenaars en bosgebruikers, is de bosgroep een geschikte plaats voor overleg tussen verschillende boseigenaars, natuurverenigingen en bosgebruikers. Afspraken rond recreatie en ecologische aspecten van het bos kunnen bijvoorbeeld hier worden gemaakt.

Hoe komen bosgroepen tot stand?

Om de bosgroepen uit de startblokken te helpen, werden sinds 1992 diverse pilootprojecten opgezet. Dat zijn overeenkomsten tussen enerzijds de Vlaamse overheid en anderzijds provinciebesturen, regionale landschappen of andere verenigingen. Tijdens de pilootfase moeten bosgroepen zich verzelfstandigen tot een onafhankelijke vereniging van boseigenaars, die vervolgens kan worden erkend en gesubsidieerd.

Erkennings- en subsidieregeling voor bosgroepen

Met behulp van de erkennings- en subsidieregeling voor bosgroepen wil het Agentschap voor Natuur en Bos komen tot een gebiedsdekkend netwerk van bosgroepen over heel Vlaanderen. Bij de erkenningsregeling is een kaart gevoegd met de afbakening van 19 werkingsgebieden, die elk een gebied van 4000 à 10 000 ha bos omvatten, naargelang van de versnipperingsgraad en de bebossingsindex. Op die manier zal elke individuele boseigenaar in Vlaanderen een beroep kunnen doen op de diensten van een bosgroep.

De oorspronkelijke pilootprojecten worden zodra de werking voldoende is omgevormd tot erkende bosgroepen. In september 2006 waren er al in 17 van de 19 werkingsgebieden bosgroepen actief.

Bosgroepen die willen erkend worden, moeten volgens het bosgroepenbesluit onder meer aan volgende voorwaarden voldoen:

  • Een vereniging met rechtspersoonlijkheid zijn, bijvoorbeeld een vzw.
  • In de statuten van de vereniging moeten expliciet de doelstellingen worden opgenomen, zoals vermeld in art. 41bis van het Bosdecreet.
  • In de statuten moet het werkgebied worden opgenomen, zoals vermeld in het besluit.
  • Bij de oprichting moet er een minimum aantal leden met een minimum oppervlakte bos lid zijn van de bosgroep.
  • Bij de aanvraag voor de erkenning moet er een gedetailleerd werkplan voor de eerste drie jaar gevoegd worden, goedgekeurd door de algemene vergadering van de vereniging.

De aanvraag voor erkenning wordt na advies van het Agentschap voor Natuur en Bos ter goedkeuring aan de minister voorgelegd. De bosgroep kan dan voor een periode van 3 jaar voorlopig worden erkend. Bij een gunstige evaluatie van de jaarlijkse activiteitenverslagen door het Agentschap en mits gunstig advies van de Vlaamse Hoge Bosraad en de Vlaamse Hoge Raad voor het Natuurbehoud kan de bosgroep dan definitief worden erkend. De definitieve erkenning geldt voor een periode van 6 jaar en kan altijd worden verlengd met een nieuwe termijn van 6 jaar. De minister kan de erkenning wel intrekken, van zodra wordt vastgesteld dat niet meer aan de vereisten wordt voldaan.
Voor de subsidieregeling wordt er een onderverdeling gemaakt in een basissubsidie, een beheersubsidie, een vormingsubsidie en een projectsubsidie. De basissubsidie voorziet in de loonkost van een voltijdse coördinator samen met een halftijdse administratieve kracht om de coördinator bij te staan.
De beheersubsidie wordt opgedeeld in twee delen. Een eerste deel wordt berekend op basis van het aantal hectare bos dat door de leden van de bosgroep wordt beheerd. In het tweede gedeelte wordt een subsidie gegeven op basis van het aantal hectaren bos met een beheerplan dat aan de criteria duurzaam bosbeheer voldoet.
Met een vormingssubsidie zullen de werknemers en leden van de bosgroep op regelmatige basis aan vormingen kunnen deelnemen.
Tot slot zou er ook projectsubsidie mogelijk zijn voor individueel goed te keuren acties die niet op economisch rendement zijn gericht. Dat gaat bijvoorbeeld van Amerikaanse vogelkers bestrijden, over het opmaken van een toegankelijkheidsreglement voor een bepaald boscomplex, tot het uitwerken van maatregelen in verband met de recreatieve infrastructuur, enzovoort. Voor die projecten wordt jaarlijks een bedrag voorzien, dat op basis van concrete projectvoorstellen onder de bosgroepen kan worden verdeeld.

Voor meer informatie en contactgegevens kun je terecht op de site van de bosgroepen www.bosgroepen.be of bij maarten.reynaert@lne.vlaanderen.be.