U bent hier: 
Klein lettertype Normaal lettertype Groot lettertype
Print deze pagina Email de link van deze pagina naar een vriend

Ontbossing en compensatie – Art. 90 van het Bosdecreet

Ontbossing

Het Bosdecreet omschrijft ‘ontbossing’ als volgt: iedere handeling waardoor het bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven.
Toch bestaat in de praktijk nog verwarring tussen het kappen van bomen in een bos en een ontbossing. Om bomen te kappen voor het beheer van bos is een kapmachtiging of een bosbeheerplan vereist. Een kapping, zoals vergund via een kapmachtiging of een bosbeheerplan, mag nooit tot ontbossing leiden. Daarom wordt een machtiging voor kaalslag (het kappen van alle bomen op een perceel of een deel van het perceel) alleen verleend onder de voorwaarde van herbebossing. In een bosbeheerplan moet voor elke voorziene kaalkap aangegeven zijn wanneer en op welke manier zal worden herbebost.

Ontbossingen kunnen alleen worden vergund volgens de voorschriften van de wetgeving op de ruimtelijke ordening en stedenbouw, via het afleveren van een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing of van een verkavelingsvergunning.

Verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen

Een verkavelingsvergunning voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen kan alleen worden afgeleverd volgens de voorschriften van de wetgeving op de ruimtelijke ordening en stedenbouw. De vergunningverlenende overheid is verplicht het advies van het ANB in te winnen. Het advies is niet bindend, het is bedoeld om de instanties die betrokken zijn bij het afleveren van de vergunning volledig te informeren om met kennis van zaken een afweging te kunnen maken voor het al dan niet afleveren van de vergunning.

Het Bosdecreet legt geen beperkingen op over de ruimtelijke bestemmingen waarin verkavelingsvergunningen kunnen worden verleend. Op basis van de wetgeving op de ruimtelijke ordening en stedenbouw, gelden er uiteraard wel beperkingen naar ruimtelijke bestemming.

Stedenbouwkundige vergunning tot ontbossen

Een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing kan alleen worden verleend:

  • voor ontbossing met het oog op werken van algemeen belang
  • voor ontbossing in zones met de bestemmingen woongebied of industriegebied in de ruime zin en zones die hiermee gelijk te stellen zijn
  • voor ontbossing van de uitvoerbare delen in een niet-vervallen vergunde verkaveling

De vergunningverlenende overheid is verplicht voorafgaand het advies van het ANB in te winnen, tenzij die voor de betrokken percelen al advies heeft verleend voorafgaand aan het toekennen van de verkavelingsvergunning. Niet naleven van de adviesvereiste maakt de afgeleverde vergunning onwettig. Het advies is niet bindend, het is bedoeld om de instanties die betrokken zijn bij het afleveren van de vergunning volledig te informeren om met kennis van zaken een afweging te kunnen maken voor het al dan niet afleveren van de vergunning

Ontheffing van het verbod op ontbossing

Voor andere dan de hierboven genoemde ontbossingen kan de Vlaamse minister die bevoegd is voor het Natuurbehoud een ontheffing verlenen van het verbod op ontbossing, op individueel en gemotiveerd verzoek van de aanvrager. Die aanvraag moet gebeuren vóór de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning, door een aangetekend schrijven aan de Provinciale Directeur van het ANB. Als het dossier ontvankelijk en volledig is, legt het ANB de aanvraag, samen met zijn advies, ter beslissing voor aan de minister bevoegd voor het Natuurbehoud. Als de aanvrager ontheffing wordt verleend op het verbod tot ontbossing, moet hij een eensluidend verklaard afschrift van die beslissing bij zijn aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voegen.

Als de ontheffing op het verbod tot ontbossing niet wordt toegekend, dan blijft het verbod op ontbossing geldig en kan er geen stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing worden afgeleverd.

Compensatie als bindende voorwaarde bij een stedenbouwkundige vergunning of een verkavelingsvergunning

Om een gelijkwaardig bosareaal te behouden in Vlaanderen geldt er een compensatieplicht voor:

  1. de houder van een verkavelingsvergunning.
    Hij of zij moet compenseren voor de gezamenlijke oppervlakte van de beboste kavels en voor de werken die daarbij moeten worden uitgevoerd. Delen van de verkaveling, die de verkavelaar aanduidt als (openbare of niet-openbare) te behouden beboste groene ruimten, of die als last worden opgelegd, moeten niet worden gecompenseerd. De compensatieplicht wordt gekoppeld aan de verkavelingsvergunning en bovendien kunnen de kavels alleen worden doorverkocht als de verkavelaar volledig voldaan heeft aan de opgelegde compensatievoorwaarden. Het behoud van deze groene ruimten wordt in de verkavelingsvoorschriften opgenomen.
  2. de houder van de stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing (tenzij er al werd gecompenseerd door de houder van de verkavelingsvergunning).
    De compensatieplicht voor de verkavelaar werd ingevoerd door een wijziging van het Bosdecreet en geldt voor alle verkavelingen aangevraagd na 23 maart 2001. Voor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning in die verkavelingen moet de gemeente niet opnieuw de vergunning tot ontbossing voorleggen voor advies aan het ANB. Bovendien vervalt de compensatieplicht, omdat die al ten laste valt van de verkavelaar. Ontbossing in verkavelingen die vóór 23 maart 2001 zijn aangevraagd, moeten nog altijd worden gecompenseerd door de houder van de stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing.

Ook bij de aanvraag van regularisatievergunningen van al ontboste percelen geldt de compensatieplicht.

Ontbossing in verkavelingen van de ‘als bos te behouden groene ruimten’ is alleen mogelijk na een verkavelingswijziging, gevolgd door een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossen en de bijhorende compensatie.

Bepaling van de te compenseren bosoppervlakte

De regelgeving zegt het volgende over de compensatieberekening voor een ‘gelijkwaardig bosareaal’: De grootte van de gelijkwaardige bebossing is gelijk aan de oppervlakte van de ontbossing vermenigvuldigd met de compensatiefactor.

Die compensatiefactor is afhankelijk van de ecologische waarde van het bos, waarbij de boomsoortensamenstelling als criterium wordt genomen. De compensatiefactor kan afhankelijk van voormelde waarde variëren van 1 over 1,5 tot 2, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Bestanden die voor minstens 75% uit cultuurpopulier bestaan, vallen in de klasse niet-inheems loofbos.

Type bos

Compensatiefactor

Inheems loofbos: grondvlak bestaat uit minstens 80% inheems loofhout

2

Gemengd bos: grondvlak inheems loofhout ligt tussen 20 en 80%

1,5

Niet-inheems loofbos en/of naaldbos: grondvlak bestaat uit minstens 80% niet - inheems loofhout, naaldhout of een menging hiervan

1

Het grondvlak wordt gedefinieerd als de som van de gezamenlijke oppervlakte van de stamdoorsneden van de bomen op een perceel, gemeten op 1,5m hoogte en uitgedrukt in m² per hectare.

Hoe kan de compensatie gebeuren?

De aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning kan kiezen uit drie mogelijkheden om aan de compensatievoorwaarden te voldoen:

  1. een bosbehoudsbijdrage betalen;
  2. een compenserende bebossing uitvoeren in de daarvoor aangeduide gebieden;
  3. een compenserende bebossing uitvoeren via een derde die zich daarvoor garant stelt.

Ook een combinatie van die drie maatregelen is mogelijk.

Op het ogenblik van de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning of de verkavelingsvergunning moet de aanvrager het compensatieformulier volledig ingevuld en ondertekend bij zijn aanvraag voegen. Daarbij maakt hij melding van de te ontbossen oppervlakte en de manier waarop hij de compensatie zal uitvoeren.

Als de aanvrager van de vergunning aan de compensatievoorwaarden wil voldoen door een bosbehoudsbijdrage te betalen, wordt die als volgt berekend:
De oppervlakte van de ontbossing, in m², vermenigvuldigd met de compensatiefactor en daarna vermenigvuldigd met het standaardbedrag van 1,98 euro/m².

Concreet moet daardoor 3,96 euro/m² worden betaald voor inheems loofhout, 2,97 euro/m² voor gemengd bos en 1,98 euro/m² voor naaldbos of niet-inheems loofbos.

Als de aanvrager een compenserende bebossing wil (laten) uitvoeren, moet een beplantingsplan van de voorgestelde percelen worden toegevoegd. Die moeten op het gewestplan een van de volgende bestemmingen hebben: groengebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidingsgebied, natuurontwikkelingsgebied, recreatiegebied, agrarisch gebied in de ruime zin, of gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen. Daarnaast mag het gebied op de plannen van aanleg of op de ruimtelijke uitvoeringsplannen als vergelijkbaar met de opgesomde bestemmingsgebieden aangeduid zijn.

Op het ogenblik van de aanvraag moet de aanvrager in het bezit zijn van alle wettelijk vereiste vergunningen, adviezen en machtigingen die noodzakelijk zijn om over te gaan tot de bebossing van de voorgestelde percelen.

De compenserende bebossing moet na de aanplanting minstens 25 jaar als bos in stand worden gehouden, behoudens het akkoord van het ANB.

Vrijstelling van de compensatieplicht

De compensatieplicht geldt niet voor gronden die spontaan zijn bebost na de invoering van het Bosdecreet (1990), als die spontane bebossing jonger is dan 22 jaar. Gronden die al spontaan waren bebost vóór 1990 blijven wel aan de compensatieplicht onderworpen. Voor de ontbossing van spontane bebossingen blijft wel een stedenbouwkundige vergunning tot ontbossing vereist. Ook moet het ANB een advies formuleren over de ontbossing. Als aan bovenvermelde voorwaarden voldaan is, valt met andere woorden alleen de compensatieplicht weg.

Daarnaast wordt om sociale redenen een uitzondering toegestaan op de compensatieplicht met het oog op woningbouw. Die uitzondering geldt voor het ontbossen van de eerste 5 are op een kavel kleiner dan 12 are, en in zones met als bestemming woongebied in de ruime zin of daarmee gelijk te stellen gebied. Wie dus in functie van woningbouw 6 are ontbost, op een perceel kleiner dan 12 are in een zone met bestemming woongebied, is vrijgesteld voor 5 are en moet maar voor 1 are voldoen aan de compensatieplicht. De uitzondering kan maar eenmaal worden verkregen. Bovendien moet de aanvrager een natuurlijk persoon zijn, die op datum van de aanvraag nog over niet de volle eigendom van een woning beschikt.

Procedure voor goedkeuring van de voorgestelde compensatie

De aanvrager van de vergunning voegt bij zijn aanvraag een voorstel tot compensatie, ingevuld op het compensatieformulier. De vergunningverlenende overheid bezorgt het formulier samen met de adviesaanvraag aan het ANB. Die moet tegelijk met het uitbrengen van het advies, ook de voorgestelde compensatie goedkeuren.

Als het ANB niet akkoord gaat met de voorgestelde compensatie, kan de aanvrager aangepaste compensatiemaatregelen op het formulier invullen. In dat geval verleent het ANB zijn goedkeuring aan de voorgestelde compensatie, op voorwaarde dat de aangepaste compensatiemaatregelen in acht worden genomen.

Als het ANB het formulier met de beslissing over de compensatie niet binnen de dertig dagen heeft teruggestuurd naar de vergunningverlenende overheid, wordt dat beschouwd als een goedkeuring van het voorstel van de aanvrager.

Het goedgekeurde compensatieformulier maakt integraal deel uit van de vergunning en de compensatiemaatregel moet dan ook in de voorwaarden van de vergunning worden opgenomen. Het formulier wordt samen met de stedenbouwkundige of de verkavelingsvergunning naar de aanvrager verstuurd.

Als de aanvrager niet akkoord is met de goedgekeurde en eventueel aangepaste compensatiemaatregelen opgenomen in de voorwaarden van de vergunning, moet hij gebruik maken van de administratieve beroepsmogelijkheid waarin het decreet betreffende de ruimtelijke ordening voorziet.

Uitvoering van de compensatie

Een bosbehoudsbijdrage moet binnen de vier maanden worden betaald, vanaf het ogenblik dat de stedenbouwkundige of de verkavelingsvergunning mag worden gebruikt. Een compenserende bebossing moet vanaf hetzelfde ogenblik binnen de twee jaar zijn uitgevoerd.

Bij een verkavelingsvergunning moet aan de compensatieplicht voldaan zijn vooraleer de kavels kunnen worden verkocht. Bij de verkoop moet de verkavelaar aan de koper een attest bezorgen dat bevestigt dat volledig aan de boscompensatieplicht is voldaan!

Goedgekeurde compensatiemaatregelen die niet worden uitgevoerd binnen de voorziene termijnen, zijn een schending van de voorwaarden waaronder de vergunning werd afgeleverd. De overtreder stelt zich dan ook bloot aan vervolging voor het begaan van een bouwmisdrijf.

terug