Om de natuur te behouden en te versterken zijn aangepaste maatregelen per gebied nodig. In een natuurrichtplan wordt, samen met de verschillende gebruikers en eigenaars, gezocht naar de juiste maatregelen op de juiste plaats. De juiste maatregelen om de natuur op die plek te beschermen of verder te ontwikkelen, maar ook de juiste maatregelen om de rechten van bewoners en gebruikers niet te schaden. Een natuurrichtplan levert maatwerk.
Het doel van een natuurrichtplan is de natuur versterken. Hoe hoog de lat daarbij gelegd wordt zal verschillen van plek tot plek. Het natuurrichtplan legt deze doelstelling vast in de zogenaamde gebiedsvisie, het streefdoel voor natuur.
Vaak zijn er meerdere wegen om dat streefdoel te bereiken. Het natuurrichtplan legt ook vast welke maatregelen voor elk gebied het meest geschikt zijn om dat doel te realiseren.
Het natuurrichtplan wordt opgemaakt in overleg met wie het rechtstreeks aanbelangt. Dit overleg zal gaan over het einddoel én over de weg ernaartoe.
Een natuurrichtplan wordt goedgekeurd door de Vlaamse minister van Leefmilieu en vormt een toetskader om het Vlaams beleid vorm te geven op het terrein.
De gebiedsvisie tekent het ideale toekomstbeeld uit. Het streefbeeld voor de natuur in dat gebied. Eerst wordt de bestaande reglementering waarmee de gebiedsvisie rekening moet houden op een rij gezet. Dit zijn bijvoorbeeld de vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn, internationale overeenkomsten zoals de Ramsar-conventie, de ruimtelijke bestemmingen en het natuurdecreet, het bosdecreet,… Daarna wordt een inventaris gemaakt van de specifieke kansen en bedreigingen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de aanwezige natuurwaarden, maar ook naar de andere functies, belangen en partners in dat gebied.
Al deze elementen worden in overleg tegen elkaar afgewogen en in elkaar gepast tot de gebiedsvisie.
Er zijn verschillende maatregelen denkbaar om de gebiedsvisie te realiseren, zolang de vooropgestelde doelstelling maar bereikt wordt. Bij de opmaak van het natuurrichtplan wordt gezocht naar maatregelen die ook vanuit het standpunt van de andere gebruikers de beste zijn. Het is daarbij best mogelijk dat maatregelen waarvoor in de ene regio een draagvlak bestaat, niet aanvaardbaar zijn voor bewoners en gebruikers in een andere regio.
De overheid kan stimulerende maatregelen inzetten zoals beheerovereenkomsten. Daarnaast beschikt ze over instrumenten zoals natuurinrichting, de aanduiding van reservaten,…
Bindende maatregelen kunnen geput worden uit het zogenaamde maatregelenbesluit.
Dit bevat een reeks algemene beschermingsvoorschriften en bijkomende beschermingsvoorschriften die via natuurrichtplannen kunnen opgelegd worden. In sommige gevallen is een algemene ontheffing van de beschermingsvoorschriften van het natuurbeleid mogelijk.
De uitdaging voor het natuurrichtplan is een selectie uit deze lijst maatregelen toepassen op de juiste plek en op het juiste moment om zo het gewenste streefbeeld voor natuur te realiseren. In sommige gevallen is een individuele ontheffing van de beschermingsvoorschriften opgelegd in het natuurrichtplan mogelijk.
Een natuurrichtplan wordt goedgekeurd door de Vlaamse minister van Leefmilieu, of in een aantal gebieden door de Bestendige Deputatie.
De gebiedsvisie in de natuurrichtplannen vormt voor de afdeling Natuur het kader om haar beleid aan te toetsen.
Afdeling Natuur geeft advies bij procedures in andere beleidsdomeinen. Ook hier zullen de gebiedsvisies in de natuurrichtplannen een houvast bieden.
Ook voor de andere beleidsdomeinen vormen de natuurrichtplannen een toetskader om beheer- of inrichtingsplannen, vergunningen of subsidies af te stemmen op het natuurbeleid.