De centrale opdracht van een regionaal landschap is om door overleg en samenwerking met de voornoemde doelgroepen het draagvlak voor natuur en landschap te versterken in haar werkingsgebied. De initiatieven van een regionaal landschap zijn gericht op de bevordering van en promotie van het natuurbehoud, het streekeigen karakter, de natuurrecreatie en het recreatieve medegebruik, sensibilisering en informatieverstrekking over natuur, bos en landschap, het beheer, het herstel, de aanleg en de ontwikkeling van kleine landschapselementen en het landschapsherstel. Dit leidt tot concrete realisaties zoals de aanleg van graanakkerranden, het uitvoeren van knotwerken bij landbouwers en particulieren, de promotie van autochtoon plantmateriaal, de organisatie van natuur- en landschapswandelingen, het plaatsen van nestbakken voor kerkuilen, steenuilen, gierzwaluwen, torenvalken, enz…
Elk regionaal landschap is actief in een afgebakend werkingsgebied. Dit gebied varieert in grootte en volgt normaliter de gemeentegrenzen. Een voorwaarde om erkend te worden is dat het werkingsgebied een minimum aaneengesloten oppervlakte heeft van 30.000 hectare. De oppervlakte van de huidige erkende regionale landschappen ligt momenteel tussen de 33.000 en 87.000 hectare. De regionale landschappen zijn ruim verspreid over het Vlaamse Gewest. In de provincie Limburg liggen alle Limburgse gemeenten in een erkend regionaal landschap. De provincie Vlaams-Brabant is op enkele gemeenten na gebiedsdekkend ingenomen door regionale landschappen. In de provincie Antwerpen zijn er nog geen erkende regionale landschappen maar er zijn wel al twee regionale landschappen actief en een derde staat in de steigers.
Een regionaal landschap kan erkend worden indien zij voldoet aan een aantal criteria. Eén van deze voorwaarden is dat het regionaal landschap ten minste twee jaar opgericht moet zijn en in die periode activiteiten heeft ontplooid in de zin van een regionaal landschap. De beslissing tot een eventuele erkenning wordt genomen door de Vlaamse minister bevoegd voor natuurbehoud die zich hiervoor laat adviseren door de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud, de MiNa-raad en de provinciale en centrale diensten van het ANB. Bij de eerste keer wordt aan een regionaal landschap een voorlopige erkenning verleend voor drie jaar (kan eventueel verlengd worden). Hierna kan de minister een definitieve erkenning verlenen voor een periode van zes jaar die hernieuwd kan worden.
Vlaanderen telt momenteel twaalf erkende regionale landschappen.
Een overzichtskaartje van de erkende en de opgerichte regionale landschappen vindt U op de website van het Vlaams Overleg van de Regionale Landschappen.
Een regionaal landschap krijgt jaarlijks van het ANB een basissubsidie voor de personeels- en werkingskosten. Daarnaast krijgt zij ook nog toelagen van ondermeer de provincie, de deelnemende gemeenten en het Agentschap RO-Vlaanderen. De grootte van de ANB-subsidie hangt af van het erkenningsstatuut (voorlopig of definitief) en de grootte van het werkingsgebied (groter of kleiner dan 45.000 ha). De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
In 2008 werd vanuit het ANB aan een erkend regionaal landschap de volgende bedragen toegekend. Subsidie regionale landschappen geïndexeerd maximaal subsidiebedrag 2008 (in euro)
De regionale landschappen ontlenen hun rechtsgrond aan het artikel 54 van het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997. Uitvoeringsbepalingen zijn terug te vinden in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 1998 tot vaststelling van de regelen voor de voorlopige en definitieve erkenning van regionale landschappen.
De volledige tekst van het natuurdecreet en het besluit van de Vlaamse Regering vind je via deze link terug.