Eigenaars in het VEN kunnen eisen dat het Vlaamse Gewest hun onroerend goed verwerft (koopplicht) als de aanduiding als onderdeel van het VEN de waarde ervan ernstig vermindert of de bedrijfsvoering ernstig in het gedrang brengt. Dit betekent concreet dat door de aanduiding als VEN:
De aanvraag moet wel binnen de periode van twee jaar na de definitieve afbakening als VEN of binnen twee jaar na de goedkeuring van een natuurrichtplan worden aangevraagd.
Het aanvraagdossier moet aangetekend worden ingediend bij de Vlaamse Grondenbank en bevat volgende stukken:
Binnen de 14 dagen na ontvangst van het aanvraagdossier zal de Vlaamse Grondenbank laten weten of de aanvraag volledig is. De Vlaamse Grondenbank onderzoekt binnen de 6 maanden vanaf deze kennisgeving of tot de gedwongen aankoop wordt overgegaan.
Als deze beslissing positief is, bepaalt de Vlaamse Grondenbank binnen de 4 maanden de aankoopprijs. Zij doet dit overeenkomstig de vergoedingsregels die gelden voor onteigeningen ten algemene nutte en zonder rekening te houden met waardevermindering door de aanduiding van het onroerend goed als VEN.
Bij betwisting over de prijs, kan door de eigenaar een vordering worden ingediend bij de bevoegde rechtbank.