Om na te gaan of en in welke mate wilde everzwijnen in Vlaanderen besmet zijn met de ziekte van Aujeszky, klassieke varkenspest of Brucellose, worden in samenwerking met jagers en dierenartsen bij geschoten wilde everzwijnen stalen genomen voor epidemiologische analyse. Onmiddellijk na afschot van een everzwijn door een jager van een erkende wildbeheereenheid wordt een dierenarts gecontacteerd. De dierenarts neemt van elk geschoten everzwijn een bloedstaal en een weefselstaal van de amandelen en bezorgt de stalen aan het laboratorium van Diergezondheidszorg Vlaanderen vzw (via koerierdienst) samen met een invulformulier, de zgn. bemonsteringsfiche. De kosten van het transport naar DGZ worden gedragen door het Agentschap voor Natuur en Bos.
In verband met het contact met wilde everzwijnen moeten dierenartsen-monsternemers de strengste voorzorgen nemen op het stuk van hygiëne en ontsmetting. De huidige sanitaire situatie wijst op een vrij gering risico voor varkenspest. Dat is echter niet zo wat het virus van de ziekte van Aujeszky betreft waarvan men weet dat het enzoötisch voorkomt in wilde everzwijnenpopulaties in België. Conform artikel. 4, 3°, van het MB van 13 november 2002, mag men geen varkens-bedrijven bezoeken tijdens de eerste 48 uren volgend op een contact met everzwijnen: ‘ieder die contact heeft gehad met een wild everzwijn mag tijdens de eerste 48 uren volgend op het contact geen varkensbedrijven bezoeken of contact hebben met varkens van een beslag’. Er moet worden verwezen naar de in art. 4, 2°, van voornoemd MB opgenomen voorschriften die overal in België van toepassing zijn: ‘everzwijnen of delen van everzwijnen die dood werden aangetroffen of die tijdens de jacht werden gedood, mogen in geen geval in de geografische entiteit van een varkensbeslag worden binnengebracht’.
De staalname gebeurt zo snel mogelijk na afschot. Zij behelst:
Bacteriële verontreiniging en hemolyse van het bloed van everzwijnen in de eerste uren na bemonstering is moeilijk te vermijden. Een verkorting van de termijn waarin monsters worden genomen nadat het dier is geschoten vergemakkelijkt de bemonstering en verbetert de kwaliteit van het serum.
Sera van slechte kwaliteit (sterke hemolyse, zwart en dik uitziend bloed) maken de serologische analyse voor klassieke varkenspest onbetrouwbaar terwijl de analyse op ziekte van Aujeszky wel vaak nog mogelijk en betrouwbaar is.
Om het gevaar voor verontreiniging en hemolyse van de bloedstalen zoveel mogelijk te beperken is het aangewezen:
De monsternemer identificeert met alcoholstift elk buisje en elk potje door vermelding van het labelnummer dat door de jager is aangebracht aan de onderkaak van het everzwijn (ANB-INBO labelnummer van 6 cijfers). Wanneer de bemonsteringen op een plaats zijn afgerond, moeten de strengste voorzorgen worden genomen wat betreft hygiëne en ontsmetting.
Staalnames van een enkele jachtplaats worden in een plastic zakje opgeborgen waaraan de bemonsteringsfiche (Word-document) wordt vastgeniet. Dit alles wordt in een thermisch isolerende box geplaatst. Bloedstalen in een koelbox plaatsen levert geen probleem op omdat het opgevangen bloed in feite reeds serum is gelet op de tijd tussen het tijdstip waarop het dier is neergeschoten en het tijdstip van bemonstering. Opgelet: WEL in een koelbox, NIET in de diepvriezer of het vriesvak van de koelkast. Dat zou hemolyse veroorzaken.
De bemonsteringsfiche (Word-document) geldt als analyseaanvraagformulier en bevat eveneens de gegevens van de jager die het zwijn geschoten heeft. De originele fiche wordt samen met de monsters afgegeven door de dierenarts aan de koerierdienst van Diergezondheidszorg Vlaanderen vzw. Per bemonsterde plaats vult de dierenarts een fiche duidelijk leesbaar en volledig in. De monsters worden geïdentificeerd aan de hand van het onderkaaklabel van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) dat wordt aangebracht door een jager van een erkende wildbeheereenheid. Deze code bestaat uit 6 cijfers (nullen inbegrepen). Als symptomen of letsels worden aangegeven of vastgesteld, moet daarvan melding worden gemaakt in het vak ‘eventuele opmerkingen’.
De dierenarts wordt voor de staalname vergoed door de centrale diensten van het Agentschap voor Natuur en Bos. De dierenarts ontvangt per everzwijn een vergoeding van 35 euro voor het verrichten van de bloed- en weefselstaalname en verplaatsingsonkosten aan 0.3169 euro per kilometer. De dierenartsen-monsternemers maken hun factuur op basis van dit formulier (Word-document). De dierenartsen kunnen tweejaarlijks hun kostenstaat (bijlage 2) doorsturen (uiterlijk op 1 juli 2010 en op 15 november 2010) naar het Agentschap voor Natuur en Bos - Centrale Diensten – t.a.v. Muriel Vervaeke, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel. Nadere bepalingen:
Download hier deze volledige tekst (Word-document).