Nationaal Park Hoge Kempen

Nationaal Park Hoge Kempen

Het 5.700 hectare grote Nationaal Park Hoge Kempen strekt zich uit over de Limburgse gemeenten Maasmechelen, As, Zutendaal, Lanaken, Dilsen-Stokkem en Genk. Hier draait alles om duurzaam natuurbeheer en natuurgerichte recreatie. Welkom in het enige erkende Nationaal Park van België.

In het Nationaal Park Hoge Kempen kan je de natuur in haar volle glorie bewonderen. Als bezoeker word je hier gegrepen door de grootsheid van de natuur. Uitgestrekte dennenbossen worden afgewisseld met paarsbloeiende heide, grote waterplassen getuigen van grind- en zandwinning, hoge toppen bieden grootse vergezichten,… In het Nationaal Park Hoge Kempen kan je nog makkelijk verloren lopen. Maar dat zal niet gebeuren, want je kan er altijd en overal vertrouwen op een goede bewegwijzering.

Het Nationaal Park Hoge Kempen is door de Verenigde Naties erkend als het enige nationaal park in België. Een natuurgebied moet een oppervlakte van 1.000 hectare hebben en moet in de eerste plaats gericht zijn op natuurontwikkeling om daarvoor in aanmerking te komen. “De fauna en flora staan dus op de eerste plaats, maar ook de bezoekers worden flink in de watten gelegd. Elk seizoen heeft hier bovendien zijn eigen charme.”


Vijf toegangspoorten met elk hun eigen beleving

Het Nationaal Park Hoge Kempen beschikt over een uitgekiend routenetwerk voor recreanten en toeristen en is toegankelijk via vijf onthaalpoorten. Deze poorten zijn aan de rand van het park gelegen, om de eigenheid van de natuurpracht te beschermen en te vrijwaren. Elke poort is verbonden met een eigen thema. Zo kan je het Nationaal Park op vijf verschillende manieren beleven.

1) Kattevennen in Genk is de poort van de ‘macrokosmos’, met Cosmodrome,  als markantste oriëntatiepunt. Behalve wandelen, fietsen, mountainbiken, paardrijden, skiën, minigolfen en ravotten in de speeltuin, kan je hier ook door een grote telescoop naar de sterren kijken.

2) De Lieteberg in Zutendaal is de poort van de ‘microkosmos’, waar je uitgebreid kan kennismaken met de wondere wereld van kleine kriebeldiertjes en fladderende vlinders. Je kan er ook een verkwikkende, 2 kilometer lange tocht maken op het Blote Voetenpad. Met je voeten en je zintuigen voel je de bijzondere prikkels van hout, stenen, boomsnippers, gras, leem en water. Koud en warm, vochtig en droog, opwekkend en prikkelend.

3) De Mechelse Heide in Maasmechelen is de enige poort die in het Nationaal Park ligt. De paarse heide en de uitgestrekte vergezichten zijn extra mooi in augustus en september. De plek bij uitstek om te wandelen.

4) In Pietersheim in Lanaken wordt het adellijke verleden van het Nationaal Park opgediept. Ooit was dit het jachtgebied van de familie de Merode, een oud Belgisch, Duits en Nederlands adellijk geslacht, dat gelieerd was met de meeste Europese vorstenhuizen. Vanuit Pietersheim ontdek je de dichte dennenbossen, oude beukendreven, jeneverbessen en de uitgestrektheid van het Pietersembos. De kleintjes kunnen onderweg hun hart ophalen in de kinderboerderij.

5) Station As is de poort van het wiel, oftewel de wielen van de treinen van het toeristische kolenspoor en de wielen van de duizenden fietsers die hier elk jaar voorbij komen. Centraal staat het oude stationsgebouw van As, waar je een toeristisch ritje naar Waterschei of naar Eisden kan maken met een oude dieseltrein of op een railbike.
 

Op en top natuur

Het Nationaal Park bestaat uit verschillende Vlaamse natuur- en bosreservaten. Centraal ligt een groot open heidegebied. Op het Kempisch Plateau ligt de Mechelse heide, in grote lijnen een droog heidegebied met hier en daar vennen. Aan de voet van dit plateau liggen de verscheidene natte heidegebieden, zoals de Ziepbeekvallei en Neerharerheide.  Bijzonder is het Ven-onder-de-Berg. Dit is één van de waardevolste vennen in Vlaanderen. Er is bijna geen open water meer te zien. Het ven is nagenoeg volledig bedekt met een drijvend veenmostapijt waarop bijzondere planten zoals eenarig wollegras, veenbes, ronde zonnedauw, draadzegge, witte snavelbies en slijkzegge groeien.

Deze open heidegebieden worden geflankeerd door uitgestrekte bosgebieden zoals Lanklaarderbos-Saenhoeve, Heiwijck en Pietersembos.

Er werden meer dan 7000 plant- en diersoorten geteld.  De mierenleeuw, de rupsendoder, de zadelsprinkhaan en de – compleet ongevaarlijke - gladde slang zijn enkele dieren die je op een zonnige dag langs de warme zandpaadjes kan ontdekken. De natte heide is een paradijs voor zeldzame libellen als gevlekte witsnuitlibel, hoogveenglanslibel en maanwaterjuffer. Wolfsklauw, beenbreek, koninginnepage, blauwvleugelsprinkhaan, grauwe klauwier, boomleeuwerik; planten en dieren met bijzonder klinkende namen om door jou ontdekt te worden.