Adviezen en vergunningen bij bebossing

Adviezen en vergunningen bij bebossing

Je kunt via www.geopunt.be de gewestplanbestemming, ligging in Natura 2000 of VEN… opzoeken.

Bebossingsvergunning

Voor het bebossen van grond met een agrarische bestemming is er een gemeentelijke bebossingsvergunning nodig van het College van Burgemeester en Schepenen (Veldwetboek art. 35 bis § 5). Zowel private eigenaars als openbare eigenaars moeten deze vergunning aanvragen.

Enkel gemeentebesturen zijn hiervan vrijgesteld, maar moeten wel een positieve beslissing nemen over de bebossing.

Het Schepencollege moet de vergunning verlenen binnen de 30 dagen na de indiening van de aanvraag. Neemt het college binnen 30 dagen geen beslissing, dan wordt de vergunning geacht verleend te zijn. Als het College de vergunning weigert, kan men binnen een maand na de kennisgeving in beroep gaan bij de Deputatie. Gemeentebesturen die subsidies voor het bebossen van landbouwgronden of subsidies voor het aankopen van te bebossen gronden aanvragen, moeten wel een collegebeslissing nemen over de bebossing.

Voortaan wordt de adviesverlening door het Departement Landbouw en Visserij, afdeling ABCO (algemene beleidscoördinatie) - dienst Omgeving, gekoppeld aan deze vergunning. Het advies wordt gevraagd door de vergunningverlenende gemeente en moet worden verleend binnen een termijn van 20 dagen. Bij gebrek aan advies binnen de 20 dagen, wordt het geacht gunstig te zijn. Het advies is niet bindend, maar is nu ook nodig voor openbare bossen. Het advies van Natuur en Bos bij bebossing op private gronden is weggevallen.

Wijziging vegetatie en KLE’s - natuurvergunning

Onafhankelijk van de ruimtelijke bestemming van de grond bepalen de uitvoeringsbesluiten op het Natuurdecreet dat het verboden is de volgende vegetaties of kleine landschapselementen te wijzigen:

  • holle wegen
  • graften (sterke knikken in het reliëf van hellinggronden; meestal begroeid met bomen of struiken)
  • bronnen
  • historisch permanent grasland, met in begrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen gelegen in groengebieden, parkgebieden, buffergebieden en bosgebieden of in een beschermd landschap of in het beschermingsgebied Poldercomplex (BE 2500932) en het Zwin (BE2501033), voor zover er voor deze gebieden geen afwijkende instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd.
  • vennen en heiden
  • moerassen en waterrijke gebieden
  • duinvegetaties

Van dit verbod kan uitzonderlijk een individuele afwijking toegestaan worden door Natuur en Bos. De aanvraag wordt ingediend bij de provinciale dienst van Natuur en Bos, die het met haar advies aan het afdelingshoofd beleid voorlegt.

Wanneer op het te bebossen terrein geen van de hierboven vermelde vegetaties of kleine landschapselementen aanwezig zijn, moet onderzocht worden of er eventueel een natuurvergunning nodig is:

In groene en geel-groene gebieden volgens het gewestplan, plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, in beschermde duingebieden volgens het duinendecreet, en in Vogel- en Habitatrichtijngebieden en RAMSAR-gebieden is er een natuurvergunning nodig wanneer de bebossing zal leiden tot:

  • vernietiging, beschadiging of doen afsterven van de aanwezige vegetatie
  • wijzigen van het reliëf
  • wijzigen van de waterhuishouding
  • wijzigen van historisch permanente grasland met inbegrip van het daaraan verbonden microreliëf en poelen, indien deze gelegen zijn in valleigebieden, brongebieden, natuurontwikkelingsgebieden, agrarische gebieden met ecologisch belang of met bijzondere waarde, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden en Ramsar-gebieden voor zoverre het historisch permanent grasland binnen deze perimeter als habitat is opgenomen
  • rooien of verwijderen en het beschadigen van houtachtige beplantingen
  • wijzigen van de vegetatie horende bij de kleine landschapselementen met inbegrip van het wijzigen van vegetatie van perceelsrandbegroeiingen en sloten

Voor de laatste twee werken moet je ook in het Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk (IVON) en de landschappelijk waardevolle agrarische gebieden een natuurvergunning aanvragen.

Als het terrein gelegen is in het VEN, kan Natuur en Bos een individuele ontheffing van de verboden in VEN verlenen, voor zover er uitdrukkelijk voldaan is aan de zorgplicht. Als je een VEN-ontheffing verkrijgt, hoef je geen natuurvergunning meer aan te vragen. Meer info en aanvraagformulier >

Als het terrein in een speciale beschermingszone (SBZ) ligt, moet de initiatiefnemer bij het aanvragen van een vergunning of ontheffing voor de bebossing aantonen dat de werken niet zullen leiden tot een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van die SBZ. Op die wijze wordt gemotiveerd en geëxpliciteerd dat een aparte ‘passende beoordeling’ niet nodig is. Meer info >

Onroerend erfgoed

Als de te bebossen landbouwgrond gelegen is in beschermd onroerend erfgoed moet je daarvoor toelating hebben. Als je ook een vergunning dient aan te vragen volgens de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het Milieuvergunningendecreet of het Natuur- of Bosdecreet wordt die toelating als een door de vergunningverlener verplicht in te winnen advies in de vergunning geïntegreerd. Concreet, als je bv. een natuurvergunning aanvraagt wordt daarvoor door de gemeente zelf advies gevraagd bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Echter, een bebossingsvergunning in het kader van het veldwetboek valt niet onder deze regeling! Je moet in dat geval dus zelf een toelating aan het Agentschap Onroerend Erfgoed of aan de erkende onroerenderfgoedgemeente aan te vragen. De formulieren voor de aanvraag van een toelating vind je op de website van Onroerend Erfgoed