Ziekten bij in het wild levende dieren

Chytridiomycose en Ranavirose bij amfibieën in Vlaanderen

Amfibieënpopulaties kennen een wereldwijde dramatische terugval en zijn wereldwijd in hun voortbestaan bedreigd. De infectieziekten chytridiomycose en ranavirose spelen hierbij een sleutelrol.

De schimmelziekte chytridiomycose heeft een reputatie opgebouwd van notoire amfibieëndoder. Deze ziekte wordt de ergste infectieziekte ooit genoemd wat betreft het aantal soorten die getroffen worden. Twee schimmels zijn hiervoor verantwoordelijk: Batrachochytrium dendrobatidis en Batrachochytrium salamandrivorans.

B. dendrobatidis kent verschillende varianten (stammen) en infecteert een zeer groot aantal amfibieënsoorten van de drie amfibieënorden (kikkers en padden, salamanders en wormsalamanders). In onze contreien komt de schimmel wijd verspreid voor en werd hij vastgesteld bij de meeste inheemse amfibieënsoorten. Ziekte komt bij ons echter slechts incidenteel voor en werd tot nu enkel vastgesteld bij pas gemetamorfoseerde Vroedmeesterpadden Alytes obstetricans, zonder echter merkbare schade aan te richten op het niveau van de populatie. Momenteel lijkt het er dan ook op dat B. dendrobatidis en amfibieën met elkaar in evenwicht kunnen leven in Noordwest-Europa.

B. salamandrivorans is zeer waarschijnlijk pas recent in Europa binnengebracht, mogelijk via besmette Aziatische salamanders. In tegenstelling tot de hierboven genoemde verwante schimmel B. dendrobatidis, lijkt er geen sprake van te zijn dat B salamandrivorans in evenwicht leeft met onze inheemse amfibieënpopulaties. Integendeel, de schimmel veroorzaakt momenteel massale sterfte van salamanders in het zuiden van België en lijkt niet voor te komen bij gezonde dieren. Kikkers en padden lijken gelukkig ongevoelig te zijn voor deze infectie.

Naast schimmels kunnen ook virussen onze inheemse amfibieën bedreigen. Ranavirussen kunnen ook een zeer groot aantal amfibieën infecteren (in principe al onze inheemse amfibieën), en kunnen onder bepaalde omstandigheden uitgebreide sterfte veroorzaken. Dit gebeurt momenteel in Nederland. In België zijn tot nu toe nog geen ranavirus-uitbraken gemeld bij wilde amfibieën, maar wel bij amfibieën in gevangenschap. Onderzoek toonde aan dat ranavirus aanwezig is in de Belgische populatie Stierkikkers. De uitbraken in wilde amfibieën in Nederland en de aanwezigheid van ranavirus in België in stierkikkers en in amfibieën in gevangenschap zijn een continue dreiging dat dit virus bij onze inheemse amfibieënsoorten problemen kan veroorzaken.

Je kan meehelpen aan dit project! Dode amfibieën waar de doodsoorzaak niet meteen duidelijk van is (vb predatie, verkeersslachtoffers, verdrinking) kunnen gemeld worden bij de UGent: meldpuntziekeamfibieen@ugent.be.  We vragen eveneens om intacte kadavers zonder traumatische doodsoorzaak (dus géén aangereden amfibieën of kadavers die zijn aangepikt door dieren) die bovendien relatief vers zijn, in te zamelen voor analyse. Lees hier hoe je kan meehelpen.

Voorkomen in Vlaanderen van B. salamandrivorans
Batrachochytrium salamandrivorans werd in België ontdekt bij vuursalamanders in Eupen in december 2013, vervolgens in april 2014 bij vuursalamanders in Robertville en in april 2015 bij vuursalamanders in Luik. De infectie veroorzaakt er massale sterfte van vuursalamanders. In mei 2015 werd de schimmel Bs voor de eerste maal in Vlaanderen aangetroffen bij 2 Alpenwatersalamanders in Duffel. Bijkomend onderzoek ter plaatse in Duffel vond geen verdere besmetting of sporen van Bs bij andere salamanders en toonde geen gerelateerde sterfte aan. In Duffel komen geen vuursalamanders voor. Het voorkomen van deze schimmel in België is zorgwekkend gezien de potentiële negatieve impact op de Belgische vuursalamanderpopulaties. 

Voorzorgsmaatregelen
Hoe Batrachochytrium salamandrivorans zich verspreidt tussen locaties kon tot nu toe nog niet worden achterhaald. Vermoedelijk kan de schimmel verspreid worden door verplaatsingen van materialen (fuik, schepnet, laarzen, …) die in contact zijn gekomen met de schimmel, door het verspreiden van besmet water of door verplaatsingen van besmette amfibieën. Omdat menselijke activiteiten potentieel een bron van verspreiding van de sporen van de schimmel zouden kunnen vormen is het noodzakelijk dat er bij veldwerkzaamheden in en rond bosgebieden en poelen volgens een veiligheidsprotocol gewerkt wordt om overdracht van besmetting tussen bosgebieden en poelen te voorkomen. 

  • Download het document (pdf - 360 KB) met alle informatie over hoe op een veilige manier veldwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd zonder dat de verspreiding van deze schimmel en andere pathogenen in de hand worden gewerkt. Deze bioveiligheidmaatregelen dienen genomen te worden bij ALLE OPEENVOLGENDE veldwerkzaamheden in verschillende amfibieënhabitats in en rond bosgebieden en poelen, ongeacht of zij gericht zijn op activiteiten met betrekking tot fauna en flora of niet. Het opvolgen van eenvoudige desinfectiemaatregelen voor kleding en veldmaterialen is immers zeer effectief in het verlagen van het verspreidingsrisico van de schimmel. 

ANB startte in februari 2015 een onderzoeksproject op aan de Universiteit Gent voor een actieve bewaking en een risicoanalyse van chytridiomycose in Vlaanderen. Het project zal meer inzicht leveren in de impact van chytridiomycose op de biodiversiteit van inheemse amfibieën om, indien nodig, gepaste maatregelen uit te werken.

Dit project wordt uitgevoerd door het team van An Martel en Frank Pasmans en omvat volgende onderzoeksonderdelen:

  • Nagaan van de prevalentie van infecties met B. dendrobatidis en B. salamandrivorans bij in Vlaanderen voorkomende sentinel amfibieën (respectievelijk vroedmeesterpadden en vuursalamanders). Bepalen van de populatiedynamiek van amfibieën die als zeer gevoelig voor infectie met één van beide schimmels worden beschouwd.
  • Nagaan van de diversiteit en virulentie van de in de Vlaanderen voorkomende B. dendrobatidis en B. salamandrivorans stammen. Nagaan in welke mate de inheemse amfibieën gevoelig zijn voor klinische chytridiomycose.
  • Literatuuroverzicht van het voorkomen wereldwijd, plan van aanpak preventie- en controlebeheer(kosten/baten) voor B. dendrobatidis, B. salamandrivorans en ranavirus infecties. Wetenschappelijk onderbouwd advies omtrent de gepaste preventie- en controlemaatregelen voor chytridiomycose en ranavirose in Vlaanderen op basis van het literatuuroverzicht en op basis van de onderzoeksresultaten.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken werd, in samenwerking met Natuurpunt, een lijst aangemaakt van 100 Vlaamse locaties met hoge aantallen aan Alpenwatersalamanders. Daarnaast worden de vuursalamanderpopulaties in Merelbeke, Munte, Sint-Pieters-Rode, Oud-Smetlede, Kluisbergen, Halle, Buggenhout, Atembeke, Brakel en Schorisse en de vroedmeesterpadpopulaties in Neerijse, Rijkel, Rijkel, Groot-Loon, ‘s Gravensvoeren en Sint-Genesius-Rode opgevolgd.
 

Nationale Actieplan "Salamanders"

Openbare raadpleging
Van 16 januari 2017 tot 16 februari 2017 organiseerde de federale en gewestelijke administraties die bevoegd zijn voor natuurbescherming een openbare raadpleging over het ontwerp van nationale actieplan ‘Salamanders’ ter bestrijding van de ziektekiem Batrachochytrium salamandrivorans of Bsal. Het betreft een nationaal plan ter bestrijding van een nieuwe ziektekiem van Aziatische oorsprong die salamanders dodelijk treft.

Het heeft tot doel om voor een periode van 5 jaar de volgende maatregelen in te voeren:

  • maatregelen voor passieve en actieve bewaking om de aanwezigheid van de ziektekiem op het Belgische grondgebied te diagnosticeren (in het wild en in gevangenschap levende populatie);
  • maatregelen voor de monitoring van de in het wild levende populaties vuursalamanders en kamsalamanders teneinde een eventuele verdachte achteruitgang die door Bsal veroorzaakt zou kunnen zijn, te kunnen opsporen;
  • maatregelen voor de beheersing van de ziekte wanneer Bsal vastgesteld is;
  • maatregelen inzake het verbod op de invoer van Aziatische salamanders die bekendstaan als de haard van de ziekte.

Download het nationale actieplan 'Salamanders' ter bestrijding van de ziektekiem Bsal (2017-2022) (pdf - 2.22 MB)

Resultaten van de openbare raadpleging
Vijf personen hebben deelgenomen (3 burgers, 1 vertegenwoordiger van een beroepsvereniging van dierenartsen en 1 universiteitsonderzoeker). Alle interventies waren het plan genegen en hadden in het bijzonder betrekking op de volgende punten:

  • maatregelen nemen ter omkadering van bosbouw- en vrijetijdsactiviteiten in de gebieden die getroffen zijn door Bsal;
  • het deel betreffende de “commerciële beperkingen” versterken door de bij handelaars en kwekers verhandelde soorten te screenen die mogelijke vectoren zijn van Bsal; 
  • de passieve en actieve bewaking verstandig uitvoeren, d.w.z. ervoor zorgen dat de ziektekiem niet wordt verspreid indien een enkele groep met de volledige monitoring is belast. In dat verband wordt voorgesteld dat –zoveel mogelijk- lokale mensen de monitoring doen met verschillend materiaal.
  • voorstel om de geïdentificeerde salamander- en watersalamanderpopulatie in een bepaald gebied te testen (Tihange);
  • de informatieverspreiding over de verspreiding van de ziektekiem in het natuurlijk milieu uitbreiden naar de dierenartsen toe (de informatie niet beperken tot de in gevangenschap levende populatie) en voorstel om daartoe de professionele structuren te gebruiken;
  • gebruik van natriumhypochloriet (bleekwater): “Hoewel we de terughoudendheid voor het product begrijpen, moet het niet onmiddellijk geweerd worden. Er moet wel gepreciseerd worden onder welke omstandigheden het geïnactiveerd is teneinde het biotoop niet te verstoren (of de zuiveringsstations te ontregelen). Er moet op worden gewezen dat het niet werkzaam is bij materiaal dat sterk vervuild is door organisch materiaal”;
  • aangezien de campagnes voor de bescherming van amfibieën op de weg binnenkort weer van start gaan (veel dierenartsen zijn hierbij actief betrokken), is het wenselijk om enkele epidemiologische basisbegrippen nog eens in herinnering te brengen van de vrijwilligers die de populaties bij de volgende migraties zullen overzetten (oneigenlijke verplaatsingen naar verre biotopen vermijden; het materiaal en de laarzen na elk gebruik reinigen en desinfecteren; …);
  • de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Luik uitnodigen om partner te zijn van het actieplan;
  • voorstel voor een doctoraatsproject over het opsporen van Batrachochytrium salamandrivorans/Batrachochytrium dendrobatis via eDNA en bekijken hoe de universiteit zich eventueel bij het actieplan kan aansluiten.

Download het verslag betreffende de wijze waarop de opmerkingen in aanmerking werden genomen (pdf - 212 KB)  
Slechts enkele kleine wijzigingen werden aangebracht aan het plan.

Goedkeuring van het actieplan
Het ontwerp van actieplan, zoals het na de publieke raadpleging werd verbeterd, werd ter goedkeuring voorgelegd aan de Interministeriële Conferentie Leefmilieu uitgebreid met Landbouw en goedgekeurd op 21 maart 2017.