Wildedierenziekten

Chytridiomycose en Ranavirose bij amfibieën in Vlaanderen

Amfibieënpopulaties kennen wereldwijd een dramatische terugval en zijn in hun voortbestaan bedreigd. De infectieziekten chytridiomycose en ranavirose spelen daarbij een sleutelrol. Er zijn geen aanwijzingen dat deze infectieziekten schadelijk zijn voor de mens. De ziekteverwekker van chytridiomycose is de schimmel Batrachochytrium dendrobatidis, de ziekteverwekker van ranavirose zijn ranavirussen. Deze ziekteverwekkers komen ook in België voor. Wat de impact is op de Belgische amfibiepopulaties is vooralsnog onbekend.

Goed nieuws! Het Agentschap voor Natuur en Bos is samen met de universiteit van Gent een project opgestart om meer inzicht te krijgen in chytridiomycose en ranavirose bij amfibieën in Vlaanderen.

Onlangs (december 2013) werd in België ook de aanwezigheid van Batrachochytrium salamandrivorans vastgesteld. Deze recent beschreven schimmel bracht de vuursalamander in Nederland op de rand van uitsterven. Het voorkomen van deze schimmel in België is zorgwekkend gezien de potentiële negatieve impact op de Belgische vuursalamanderpopulaties. 

Hoe Batrachochytrium salamandrivorans zich verspreidt tussen locaties kon nog niet worden achterhaald. Vermoedelijk kan de schimmel verspreid worden door verplaatsingen van materialen (fuik, schepnet, laarzen, …) die in contact zijn gekomen met de schimmel, door het verspreiden van besmet water of door verplaatsingen van besmette amfibieën. Omdat menselijke activiteiten potentieel een bron van verspreiding van de sporen van de schimmel zouden kunnen vormen is het noodzakelijk dat er bij veldwerkzaamheden in en rond bosgebieden en poelen volgens een veiligheidsprotocol gewerkt wordt om overdracht van besmetting tussen bosgebieden en poelen te voorkomen. 

Download het document (pdf - 360 KB) met alle informatie over hoe op een veilige manier veldwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd zonder dat de verspreiding van deze schimmel en andere pathogenen in de hand worden gewerkt. Deze bioveiligheidmaatregelen dienen genomen te worden bij ALLE OPEENVOLGENDE veldwerkzaamheden in verschillende amfibieënhabitats in en rond bosgebieden en poelen, ongeacht of zij gericht zijn op activiteiten met betrekking tot fauna en flora of niet. Het opvolgen van eenvoudige desinfectiemaatregelen voor kleding en veldmaterialen is immers zeer effectief in het verlagen van het verspreidingsrisico van de schimmel. 

Om de aanwezigheid van deze ziekteverwekkers na te gaan organiseert het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in samenwerking met DGZ en UGent een passieve surveillance bij in het wild levende amfibieën. 

Burgers die een dode amfibie vinden waarbij het kadaver relatief vers is én intact is zonder traumatische doodsoorzaak (dus géén aangereden amfibieën, kadavers die zijn aangepikt door dieren en géén verdronken amfibieën) kunnen deze kadavers inzamelen voor epidemiologische analyse. 

Verpak in dat geval het kadaver in een dubbele plastic zak en breng het naar een particuliere dierenarts. De dierenarts zal het kadaver tijdelijk stockeren en vervolgens meegeven aan de koerierdienst van Diergezondheidszorg Vlaanderen voor analyse. Tijdelijke stockage van het kadaver dient te gebeuren in een diepvries. 

Voor elk kadaver moet je een fiche invullen die je samen met het kadaver afgeeft aan de dierenarts.

De tijdelijke stockage van het kadaver bij een dierenarts, transportkosten van de koerierdienst van DGZ en analysekosten van de UGent worden gedragen door het ANB. De dierenarts ontvangt per inzameling van amfibiekadaver(s) een vergoeding van 10 euro voor de tijdelijke stockage en aanmelding bij DGZ. De dierenartsen maken hun onkostenstaat op basis van het hieronder te downloaden formulier op. Ze dienen hun kostenstaat met bijhorende factuur door te sturen naar volgend facturatieadres: Agentschap voor Natuur en Bos, Postkamer Facturatie, Koning Albert II-laan 19 bus 8, 1210 Brussel.


Wat doen bij aantreffen van zieke of dode amfibieën in Wallonië?

Indien je een verdacht amfibiekadaver aantreft op Waals grondgebied, dan dien je het protocol te volgen van de Waalse overheid voor inzameling en onderzoek van de kadavers. Hierbij dien je zieke of dode amfibieën telefonisch te melden aan de ‘SOS-dienst environnement et nature’ op het nummer 070/23 30 01. Het kadaver dien je in een plastieken zak te bewaren in een gewone diepvriezer totdat het wordt opgehaald door een medewerker. Het kadaver dient vergezeld te zijn van een papier met datum en plaats van aantreffen. Meer informatie hierover kan je terugvinden op: http://biodiversite.wallonie.be/fr/amphibiens.html?IDC=790.
 

Resultaten van de openbare raadpleging over het Nationale Actieplan 'Salamanders' ter bestrijding van de ziektekiem Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal)

Van 16 januari 2017 tot 16 februari 2017 organiseerde de federale en gewestelijke administraties die bevoegd zijn voor natuurbescherming een openbare raadpleging over het ontwerp van nationale actieplan ‘Salamanders’ ter bestrijding van de ziektekiem Bsal.

Vijf personen hebben deelgenomen en alle interventies waren het plan genegen. Alle opmerkingen en voorstellen werden bestudeerd. Inhoudelijke opmerkingen werden overgenomen in het definitieve plan als deze als relevant werden beschouwd. Het finale plan werd op 21 maart 2017 in het kader van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu uitgebreid met Landbouw aangenomen.

Hieronder vind je een getailleerd verslag terug over de opmerkingen en de antwoorden hierop, evenals het definitieve actieplan.


Openbare raadpleging

Van 16 januari 2017 tot 16 februari 2017 organiseerde de federale en gewestelijke administraties die bevoegd zijn voor natuurbescherming een openbare raadpleging over het ontwerp van nationale actieplan ‘Salamanders’ ter bestrijding van de ziektekiem Batrachochytrium salamandrivorans of Bsal. Het betreft een nationaal plan ter bestrijding van een nieuwe ziektekiem van Aziatische oorsprong die salamanders dodelijk treft.

Het heeft tot doel om voor een periode van 5 jaar de volgende maatregelen in te voeren:

  • maatregelen voor passieve en actieve bewaking om de aanwezigheid van de ziektekiem op het Belgische grondgebied te diagnosticeren (in het wild en in gevangenschap levende populatie);
  • maatregelen voor de monitoring van de in het wild levende populaties vuursalamanders en kamsalamanders teneinde een eventuele verdachte achteruitgang die door Bsal veroorzaakt zou kunnen zijn, te kunnen opsporen;
  • maatregelen voor de beheersing van de ziekte wanneer Bsal vastgesteld is;
  • maatregelen inzake het verbod op de invoer van Aziatische salamanders die bekendstaan als de haard van de ziekte.
     

Resultaten van de openbare raadpleging

Vijf personen hebben deelgenomen (3 burgers, 1 vertegenwoordiger van een beroepsvereniging van dierenartsen en 1 universiteitsonderzoeker). Alle interventies waren het plan genegen en hadden in het bijzonder betrekking op de volgende punten:

  • maatregelen nemen ter omkadering van bosbouw- en vrijetijdsactiviteiten in de gebieden die getroffen zijn door Bsal;
  • het deel betreffende de “commerciële beperkingen” versterken door de bij handelaars en kwekers verhandelde soorten te screenen die mogelijke vectoren zijn van Bsal; 
  • de passieve en actieve bewaking verstandig uitvoeren, d.w.z. ervoor zorgen dat de ziektekiem niet wordt verspreid indien een enkele groep met de volledige monitoring is belast. In dat verband wordt voorgesteld dat –zoveel mogelijk- lokale mensen de monitoring doen met verschillend materiaal.
  • voorstel om de geïdentificeerde salamander- en watersalamanderpopulatie in een bepaald gebied te testen (Tihange);
  • de informatieverspreiding over de verspreiding van de ziektekiem in het natuurlijk milieu uitbreiden naar de dierenartsen toe (de informatie niet beperken tot de in gevangenschap levende populatie) en voorstel om daartoe de professionele structuren te gebruiken;
  • gebruik van natriumhypochloriet (bleekwater): “Hoewel we de terughoudendheid voor het product begrijpen, moet het niet onmiddellijk geweerd worden. Er moet wel gepreciseerd worden onder welke omstandigheden het geïnactiveerd is teneinde het biotoop niet te verstoren (of de zuiveringsstations te ontregelen). Er moet op worden gewezen dat het niet werkzaam is bij materiaal dat sterk vervuild is door organisch materiaal”;
  • aangezien de campagnes voor de bescherming van amfibieën op de weg binnenkort weer van start gaan (veel dierenartsen zijn hierbij actief betrokken), is het wenselijk om enkele epidemiologische basisbegrippen nog eens in herinnering te brengen van de vrijwilligers die de populaties bij de volgende migraties zullen overzetten (oneigenlijke verplaatsingen naar verre biotopen vermijden; het materiaal en de laarzen na elk gebruik reinigen en desinfecteren; …);
  • de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Luik uitnodigen om partner te zijn van het actieplan;
  • voorstel voor een doctoraatsproject over het opsporen van Batrachochytrium salamandrivorans/Batrachochytrium dendrobatis via eDNA en bekijken hoe de universiteit zich eventueel bij het actieplan kan aansluiten.

Goedkeuring van het actieplan

Het ontwerp van actieplan, zoals het na de publieke raadpleging werd verbeterd, werd ter goedkeuring voorgelegd aan de Interministeriële Conferentie Leefmilieu uitgebreid met Landbouw en goedgekeurd op 21 maart 2017.