VEN / IVON

Basisbescherming voor natuur

Totdat eventueel een natuurrichtplan van kracht wordt, geniet elk VEN-gebied van een basisbescherming. Deze bescherming is erop gericht om de bestaande natuurwaarden te behouden.

De principes voor de bescherming van de natuurwaarden binnen het VEN zijn:

  1. Bemesting mag en kan volgens hetgeen is vastgelegd in het Mestdecreet.
  2. Bestrijdingsmiddelen mogen enkel ingezet worden indien ontheffing op het bemestingsverbod is gegeven vanuit het Mestdecreet.
  3. Het bestaande landschap krijgt extra bescherming. Het verwijderen van akkerranden, bermen, bomenrijen, … die mee het landschap vorm geven, is niet mogelijk in het VEN.
  4. In het VEN mogen vegetaties en kleine landschapselementen niet worden gewijzigd. Dit betekent dat bijvoorbeeld duinen, heiden, moerassen, vennen, poelen, holle wegen en bronnen beschermd zijn. De graslanden zijn een speciaal geval. De soortenrijke graslanden (de historisch permanente graslanden) zijn sowieso volledig beschermd. De typische permanente graasweides uit de landbouw mogen niet worden omgezet in akkers. 
    Permanent wil zeggen dat ze minimaal 4 jaar onafgebroken als graasweide hebben gediend.
  5. Binnen het VEN kiezen we resoluut voor een duurzaam beheer van alle bossen. Op termijn moet voor de bossen groter dan vijf hectare binnen het VEN een bosbeheerplan opgemaakt worden volgens de criteria duurzaam bosbeheer. Voor privébos blijft het bestaande goedgekeurde bosbeheerplan tot dan van kracht.
  6. Het planten van niet-inheemse soorten mag enkel in een aantal gevallen. Het beplanten van lanen met populieren, het uitbaten van een bos volgens een bosbeheerplan en het onderhouden van een hoogstamboomgaard blijven bijvoorbeeld mogelijk. Ook cultuurhistorische elementen in kasteelparken, stadsparken, tuinen, … binnen het VEN mogen onderhouden worden en bewaard blijven.
  7. Binnen het VEN willen we de waterhuishouding zoals die nu is behouden. Bestaande drainage en irrigatie mag blijven en onderhouden worden. Waterlopen mogen onderhouden worden volgens de Code van Goede Natuurpraktijk. Wijzigingen aan de waterhuishouding zoals het aanleggen van nieuwe drainages, het rechttrekken van waterlopen, … zijn verboden.

Voor de exacte bepalingen hiervan wordt verwezen naar artikel 25 §3 van het Natuurdecreet en naar de artikelen 5 en 6 van het Maatregelenbesluit.

De mogelijkheid bestaat om hiervan af te wijken. Daartoe moet een individuele ontheffing aangevraagd worden bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Er bestaan ook een aantal algemene ontheffingen.

Over wat mag en niet mag binnen het VEN bestaan een aantal misverstanden. In de MAG DA? – lijst vind je antwoord op een aantal praktische vragen. Voor extra vragen kun je steeds terecht bij het Agentschap voor Natuur en Bos.

Tot slot geld er een verstrengde natuurtoets. Een overheid mag geen toestemming of vergunning verlenen voor een activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken. Een activiteit die onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken, kan, bij afwezigheid van een alternatief, toch worden toegelaten of uitgevoerd om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. In dat geval dienen alle schadebeperkende en compenserende maatregelen genomen te worden.