Ecologische bosfunctie

De Vlaamse overheid voorziet een subsidie voor de bevordering van de ecologische bosfunctie. Deze subsidie is alleen bestemd voor bosbeheerders die beschikken over een goedgekeurd beheerplan volgens de criteria duurzaam bosbeheer. Ze krijgen een steuntje om de ecologische rol van hun bos te beschermen of te versterken.

Wie kan de subsidie aanvragen?

Zowel openbare boseigenaars als beheerders van privébossen met een uitgebreid beheerplan volgens de criteria duurzaam bosbeheer, kunnen gebruikmaken van de subsidie.

Voorwaarden voor subsidie

Voor elk bestand dat in het beheerplan is opgenomen, krijg je een jaarlijkse subsidie. Het bestand moet wel voldoen aan één van de vier ondervermelde beheerdoelstellingen, op 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie aangevraagd wordt.

1. natuurbeheer op open plekken in het bos en het beheer van bosranden

De open plekken moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Minstens voor de helft omgeven door bos (minimaal 10 m breed).
  • Maximaal 3 ha groot.
  • Bedekkingsgraad met houtige gewassen < 50%.
  • Halfopen en open biotopen in functie van natuurbehoud, inclusief waterpartijen. Wildakkers komen niet in aanmerking.
  • Het beheer is voorzien in het beheerplan.

Tijdelijke open plekken kunnen ook gesubsidieerd worden, mits expliciet voorzien en gemotiveerd in het beheerplan (bv. kapvlaktes voor nachtzwaluw).

Open plekken waar later nog ingrijpende werken moeten gebeuren (bv. plaggen, graven van een poel) komen ook vóór de werken in aanmerking voor subsidie.

De maximumoppervlakte van 3 ha geldt niet voor bosranden. Er is ook geen maximumbreedte. Wel wordt de subsidie pas verleend nadat de bosranden effectief gerealiseerd zijn.

De subsidie voor open plekken en het beheer van bosranden mag gecumuleerd worden met een subsidie voor een eennmalige inrichting van het terrein of bijvoorbeeld het schonen van een vijver

2. Inheemse bestanden

De inheemse bestanden moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Minstens 0,5 ha (aaneengesloten).
    • Aaneengesloten bestanden die om administratieve redenen niet samengevoegd zijn (bv. verschillende eigenaars), maar die toch uniform zijn, hetzelfde beheer krijgen en samen meer dan 0,5 ha zijn, komen ook in aanmerking.
    • Als je voor een bestand een subsidie aanvraagt voor inheemse bestanden en een subsidie voor natuurbeheer (bv. bosranden), dan moet de gezamenlijke oppervlakte minstens 0,5 ha zijn.
  • Minstens 90% inheemse hoofdbomen (zie subsidie herbebossing onder 'aanplantingssubsidie'), op basis van het grondvlak (= som van de oppervlakte van de stamdoorsneden op 1,5 m hoogte).
    • Grove den in homogene bestanden (grondvlak minimum 80% grove den) komt enkel in aanmerking als de bestandsleeftijd minimum 70 jaar is en het aantal oude dennen minstens 30/ha. Als grove den voorkomt in een gemengd bestand wordt deze gewoon bij de inheemse bomen gerekend.
  • De neven- en onderetage van het bestand moeten op basis van het grondvlak voor minstens 75% uit inheemse bomen en struiken bestaan.

Bij een herbebossing komt het bestand al van net na de aanplanting in aanmerking.

Als er verschillende bosbeheerders zijn binnen één bestand en als zij niet allemaal de subsidie aanvragen, dan worden de voorwaarden toch op het niveau van het ganse bestand bekeken.

3. Bosnatuurdoeltype volgens het natuurrichtplan

Het bosnatuurdoeltype moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Het bos is volgens de bepalingen van het bosdoeltype voorzien in het natuurrichtplan.
  • Minstens 90% van het grondvlak (= som van de oppervlakte van de stamdoorsneden op 1,5 m hoogte) bestaat uit inheemse boomsoorten, uitgezonderd grove den (zie subsidie herbebossing, onder 'aanplantingssubsidie'). Je voldoet zodra de gewenste boomsoorten zijn aangeplant/aanwezig zijn. De bij het bosdoeltype horende kruidige vegetatie hoeft niet ontwikkeld te zijn.
  • De neven- en onderetage van het bestand moeten voor minstens 75% uit inheemse bomen en struiken bestaan.

4. Zaadbestanden

De zaadbestanden moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Het betreft een erkend bestand. Dit kan gecontroleerd worden via de overzichtslijst op de website van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.
  • De erkenning geldt voor inheemse boom- of struiksoorten.
  • Er wordt effectief zaad geoogst. Bij de eerste aanvraag moet je een bewijs van zaadoogst toevoegen. Nadien kan dit steekproefsgewijs opgevraagd worden. Hieruit moet blijken dat minstens 1 op 2 jaren zaad geoogst wordt.

Bijkomende voorwaarden voor een subsidie

Wil je aanspraak maken op een subsidie, dan moet je ook volgende voorwaarden naleven:

  • In de bosbestanden waarvoor je subsidie wil krijgen, mag je geen klonen of niet-inheemse bomen aanplanten.
  • In het beheerplan mogen voor de gesubsidieerde bestanden geen kaalslagen van meer dan 1 hectare voorzien zijn. Je moet beloven dat je op het bestand tot 10 jaar na de laatste subsidie geen kaalslag van meer dan 1 hectare uitvoert, zelfs na afloop van de looptijd van het beheerplan.
  • De in het beheerplan opgenomen beheerwerken en –richtlijnen moeten uitgevoerd of nageleefd worden.
  • Je mag de laatste drie jaar niet in overtreding geweest zijn tegen het bosdecreet.
  • Bosbestanden met een illegale constructie komen niet in aanmerking. Als het om een legale constructie gaat, komt enkel de oppervlakte van de constructie niet in aanmerking, de rest van het bestand wel (vb. weekendverblijf met tuin).

Hoe wordt het subsidiebedrag bepaald?

Zolang het beheerplan loopt, krijg je een jaarlijkse subsidie voor elk bestand dat in het uitgebreide beheerplan is opgenomen en dat aan de voorwaarden voldoet. De basissubsidie bedraagt 50 euro per hectare. Dat bedrag wordt verhoogd tot 125 euro per hectare voor:

  • Natuurbeheer op open plekken in het bos.
  • Beheer volgens het bosnatuurdoeltype in het natuurrichtplan.

Van aanvraag tot uitbetaling

Het aanvraagformulier dien je in bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Dat doe je vóór 1 oktober.

Download het aanvraagformulier voor een subsidie voor de ecologische bosfunctie (doc - 787 KB).

Nadat de provinciale dienst je aanvraag heeft ontvangen, gebeurt er een controle op volledigheid en ontvankelijkheid van je dossier. Er kan ook een terreincontrole plaatsvinden. Je ontvangt een brief met de registratienummer van je dossier en met eventuele opmerkingen op je aanvraag.

Na de definitieve goedkeuring van je aanvraag door het hoofd van het Agentschap voor Natuur en Bos, ontvang je een subsidie (ten vroegste in de zomer).

Na de eerste aanvraag ontvang je jaarlijks een formulier waarmee de hernieuwing van de subsidie kan worden aangevraagd.