Beheerplan

Welke terreinen kunnen opgenomen worden in een bosbeheerplan?

Een bosbeheerplan kan worden opgesteld voor alle terreinen die onder de toepassing van het Bosdecreet vallen.  

Ook voor bosreservaten wordt een bosbeheerplan opgemaakt, al zal de economische functie daar niet of nauwelijks voorkomen en ligt de nadruk vooral op de ecologische en wetenschappelijke functie. Na een inleidend beheer of omvormingsbeheer gaat men in bosreservaten meestal over op niets doen of een minimaal impactbeheer.

Nog te bebossen percelen kunnen in het bosbeheerplan opgenomen worden. Ze worden meegerekend als bos, zodra de nodige vergunningen en adviezen voor de bebossing bekomen zijn. De goedkeuring van het bosbeheerplan houdt ook de goedkeuring in van het ANB voor de in het beheerplan vermelde beheermaatregelen voor deze nog te bebossen percelen.

Andere niet-bosgedeelten zoals stukken park, natuur, dreven, boomgaarden, die niet onder de toepassing van het Bosdecreet vallen, maar die functioneel en ruimtelijk samenhangen met het bos zelf, kunnen op voorstel van de beheerder mee opgenomen worden in het beheerplan. Argumenten hiervoor kunnen zijn: maximaal benutten van mogelijke interacties, streven naar eenheid van beheer, versterking van de natuurwaarden, het opmaken van een visie voor toekomstige bebossing...

In deze niet-bosgedeelten wordt er door de goedkeuring van het bosbeheerplan geen vrijstelling verleend van vergunningsplicht. Het bosbeheerplan geldt er enkel als een richtinggevend document. Voor deze delen kunnen ook geen subsidies op basis van het Bosdecreet bekomen worden. Eventueel kunnen voor deze niet-bosgedeelten wel andere subsidies bekomen worden: voor natuurreservaat zie natuurdecreet