Visserij

Meeneembeperking en beschermde vissoorten

Meeneembeperking vijf vissen

Elke visser mag na zijn hengelbeurt in totaal vijf vissen, waarvan maximaal drie snoekbaarzen, meenemen. De vissen moeten groter zijn dan 15 cm en dood zijn. Enkel paling mag levend vervoerd worden. Bovendien moeten de minimale en maximale maten van vissoorten nageleefd worden en is het meenemen van beschermde soorten en snoek verboden. Gevangen vissen mogen niet ter plaatse worden geconsumeerd.

Beschermde vissoorten

Onderstaande soorten zijn in onze wateren zeer zeldzaam geworden. Om deze soorten in stand te houden mag je ze niet meer vangen. Laat de vissen na eventuele vangst dan ook onmiddellijk en voorzichtig vrij in het water van herkomst.

Atlantische zalm, beekprik, bermpje, bittervoorn, elft, fint, gestippelde alver, grote marene, grote modderkruiper, houting, inlandse kreeft, kleine modderkruiper, kwabaal, rivierdonderpad, rivierprik, steur, vetje, vlagzalm, zeeforel en zeeprik