Wildedierenziekten

Wat doen met kadavers van dieren zonder (gekende) eigenaars?

Het Agentschap voor Natuur en Bos en OVAM krijgt regelmatig de vraag wat te doen met kadavers van dieren zonder (gekende) eigenaar? Het gaat daarbij enerzijds om huisdieren en anderzijds om wilde dieren die op openbare domeinen of bij particulieren gevonden worden. We noemen deze dieren ‘res nullius’ dieren, dieren zonder eigenaar of in het wild levende dieren. De definitie van ‘res nullius dieren’ is: ‘dieren die niet onder eigendom van een persoon vallen en die leven op terreinen of plaatsen die niet afgesloten zijn door een doorlopende constructie die erop gericht is de verspreiding van de dieren naar omliggende terreinen en plaatsen onmogelijk te maken, ongeacht de aard of de bedekking van die plaatsen’.

Wettelijk gezien vallen de kadavers van deze dieren zowel buiten de bevoegdheid van het ANB als van de OVAM. De definitie van een afvalstof is immers: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Aangezien het hier gaat om dieren zonder eigenaar is er geen houder die zich er zou kunnen of willen van ontdoen. Dood ongedierte dat vrijkomt bij ongediertebestrijding (bv. in een voedingsbedrijf) wordt wel aanzien als een afvalstof, meer bepaald een bedrijfsafvalstof. De houder wil er zich van ontdoen en mag dit dood ongedierte verwijderen als restafval.

Hoewel de kadavers van res nullius dieren in principe hetzelfde zijn als andere kadavers, worden in het wild levende dieren uitgesloten uit het toepassingsgebied van de Europese verordeningen 1069/2009 en 142/2011. Beide verordeningen bevatten richtlijnen die ervoor zorgen dat het verwijderen van kadavers geen hinder vormt voor mens en milieu. OVAM en ANB zijn dan ook van mening dat, slechts indien kadavers/delen van kadavers van res nullius dieren hinderlijk zijn voor mens en milieu, de verwijdering ervan in analogie met deze wetgeving moet gebeuren.

In deze tabel res nullius (pdf - 82 KB) zijn aanbevelingen opgenomen voor het verwijderen van kadavers van de verschillende res nullius dieren. Deze aanbevelingen zijn niet bindend, maar zijn een aanbeveling vanuit OVAM en het ANB om mogelijke hinder te voorkomen. De aanbevelingen werden ook afgetoetst met de jachtvereniging en de natuurverenigingen.

Opgelet!

Indien door een bepaalde ziekte bij in het wild levende dieren een risico ontstaat voor de volksgezondheid, voor de diergezondheid of voor de natuur, treedt het Wildedierenziektedecreet in werking. Dan kunnen specifieke bioveiligheidsmaatregelen worden opgelegd. 

Momenteel zijn er onder het Wildedierenziektedecreet geen specifieke bioveiligheidsmaatregelen van kracht voor de opruiming van kadavers van in het wild levende dieren. 

Indien er een vermoeden is van infectie (bijvoorbeeld botulisme, myxomatose…) is het sterk aangeraden dat de kadavers worden opgehaald door een erkende ophaler. 

  • Wanneer dergelijke kadavers zich bevinden op privéterrein, is de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de opruiming van de kadavers. 
  • Wanneer  de kadavers zich bevinden op openbaar domein, is de gemeente verantwoordelijk voor de opruiming van de kadavers (cfr. de nieuwe gemeentewet art 135).